7. Klokkenluiders

Binnen organisaties kunnen situaties ontstaan waarin sprake is van ernstige misstanden. Het kan daarbij gaan om fraude, misbruik van bevoegdheden, gevaar voor de volksgezondheid, schending van wettelijke regels of andere situaties die het maatschappelijk belang raken. Werknemers die dergelijke misstanden signaleren, bevinden zich vaak in een moeilijke positie. Het melden van een misstand kan namelijk leiden tot conflicten binnen de organisatie of zelfs tot verlies van werk.

 

Huis voor klokkenluiders

Binnen organisaties kunnen situaties ontstaan waarin sprake is van ernstige misstanden. Het kan daarbij gaan om fraude, misbruik van bevoegdheden, gevaar voor de volksgezondheid, schending van wettelijke regels of andere situaties die het maatschappelijk belang raken. Werknemers die dergelijke misstanden signaleren, bevinden zich vaak in een moeilijke positie. Het melden van een misstand kan namelijk leiden tot conflicten binnen de organisatie of zelfs tot verlies van werk.

Om meldingen van maatschappelijke misstanden beter mogelijk te maken en melders beter te beschermen, is in Nederland het Huis voor klokkenluiders opgericht. Dit instituut heeft als doel om meldingen van ernstige misstanden te onderzoeken, melders te adviseren en bij te dragen aan een cultuur waarin misstanden binnen organisaties eerder aan het licht komen.

Het Huis voor klokkenluiders kan onderzoek doen naar meldingen uit zowel de publieke als de private sector. Daarnaast heeft het Huis een adviserende rol richting melders en kan het algemene aanbevelingen doen om misstanden binnen organisaties te voorkomen of beter te behandelen.

Het melden van een maatschappelijke misstand

Vermoeden van een misstand

Een werknemer kan zich tot het Huis voor klokkenluiders wenden wanneer hij een vermoeden heeft van een maatschappelijke misstand. Het gaat daarbij om situaties waarbij het maatschappelijk belang in het geding is.

Van een dergelijke misstand kan bijvoorbeeld sprake zijn wanneer:

  • wettelijke voorschriften worden overtreden

  • de volksgezondheid in gevaar wordt gebracht

  • de veiligheid van personen wordt bedreigd

  • het milieu wordt aangetast

  • sprake is van ernstig onbehoorlijk handelen binnen een organisatie

Een melding moet gebaseerd zijn op redelijke gronden. Dit betekent dat er aanwijzingen moeten zijn dat daadwerkelijk sprake kan zijn van een misstand. Het Huis beoordeelt of een melding voldoende aanleiding geeft om een onderzoek te starten.

Het uitgangspunt is dat misstanden zoveel mogelijk binnen de organisatie zelf worden opgelost. Daarom wordt vaak eerst een interne melding gedaan bij de werkgever of bij een interne meldprocedure. Een werknemer kan zich echter ook rechtstreeks tot het Huis wenden, bijvoorbeeld wanneer een interne melding niet mogelijk is of wanneer er onvoldoende vertrouwen bestaat dat de melding intern serieus wordt behandeld.

De rol van het Huis voor klokkenluiders

Advies en ondersteuning

Het Huis voor klokkenluiders heeft verschillende taken. Een belangrijke taak is het adviseren van personen die een vermoeden hebben van een misstand. Het Huis kan bijvoorbeeld uitleg geven over de mogelijkheden om een melding te doen en over de procedure die daarbij gevolgd kan worden.

In sommige gevallen adviseert het Huis om de melding eerst intern te doen bij de werkgever. Daarbij kan het Huis uitleg geven over de wijze waarop een interne procedure werkt en welke stappen daarbij kunnen worden genomen.

Daarnaast kan het Huis de melder informeren over mogelijkheden voor juridische ondersteuning of andere vormen van begeleiding.

Deze adviserende rol is van belang omdat melders vaak te maken krijgen met complexe situaties. Een melding kan immers gevolgen hebben voor de arbeidsrelatie en kan leiden tot langdurige procedures.

Onderzoek naar misstanden

Wanneer een melding voldoende aanleiding geeft, kan het Huis voor klokkenluiders een onderzoek instellen. Het onderzoek bestaat meestal uit twee fasen:

  1. een vooronderzoek

  2. een feitenonderzoek

1. Vooronderzoek

Tijdens het vooronderzoek wordt bekeken of er daadwerkelijk aanwijzingen zijn dat sprake is van een maatschappelijke misstand. Daarbij wordt onderzocht of de melding voldoende onderbouwd is en of het onderwerp binnen de bevoegdheden van het Huis valt.

Het vooronderzoek heeft als doel om te bepalen of een uitgebreider onderzoek nodig is. Wanneer blijkt dat er geen sprake is van een maatschappelijke misstand, maar bijvoorbeeld van een arbeidsconflict, kan het Huis de melder doorverwijzen naar andere instanties.

Het streven is om een vooronderzoek binnen ongeveer zes maanden af te ronden.

2. Feitenonderzoek

Wanneer uit het vooronderzoek blijkt dat er mogelijk sprake is van een misstand, kan het Huis een uitgebreid feitenonderzoek uitvoeren.

Tijdens dit onderzoek worden feiten verzameld en betrokkenen gehoord. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van verschillende onderzoeksbevoegdheden, zoals:

  • het horen van betrokken personen

  • het opvragen van documenten

  • het raadplegen van deskundigen

Het onderzoek wordt uitgevoerd door onafhankelijke onderzoekers. Daarbij kan het Huis gebruikmaken van externe deskundigen of gespecialiseerde onderzoeksorganisaties.

Het doel van het onderzoek is om vast te stellen of daadwerkelijk sprake is van een misstand en welke omstandigheden daarbij een rol spelen.

Rapport en aanbevelingen

Na afloop van het onderzoek stelt het Huis een rapport op. In dit rapport wordt beschreven:

  • welke feiten zijn vastgesteld

  • of sprake is van een maatschappelijke misstand

  • welke omstandigheden hebben geleid tot de situatie

Het rapport bevat daarnaast aanbevelingen. Deze aanbevelingen zijn gericht op het oplossen van de misstand en het voorkomen van vergelijkbare situaties in de toekomst.

Voordat het rapport wordt gepubliceerd, krijgen zowel de werkgever als de melder de gelegenheid om op de bevindingen te reageren.

Het rapport wordt vervolgens openbaar gemaakt. De werkgever wordt geacht aan te geven op welke wijze de aanbevelingen worden opgevolgd.

Daarnaast brengt het Huis jaarlijks verslag uit over zijn werkzaamheden. In dat verslag wordt onder meer aangegeven welke onderzoeken zijn uitgevoerd en in hoeverre aanbevelingen zijn opgevolgd.

Bescherming van de melder

Verbod op benadeling

Een belangrijk onderdeel van de regeling is de bescherming van de melder. Een werknemer die te goeder trouw een vermoeden van een misstand meldt, mag daardoor niet worden benadeeld.

Dit betekent bijvoorbeeld dat een werknemer niet mag worden ontslagen omdat hij een melding heeft gedaan. Ook andere vormen van benadeling zijn niet toegestaan, zoals het onthouden van promotie of het wijzigen van arbeidsvoorwaarden als reactie op een melding.

Het uitgangspunt is dat een werknemer die een misstand meldt, dat moet kunnen doen zonder dat dit leidt tot negatieve gevolgen voor zijn positie binnen de organisatie.

Opzegverbod tijdens onderzoek

De bescherming van de melder wordt verder versterkt doordat de werkgever de arbeidsovereenkomst niet mag opzeggen vanwege het feit dat een werknemer een melding heeft gedaan.

Ook tijdens het onderzoek door het Huis geldt een bijzondere bescherming. Gedurende deze periode mag de arbeidsovereenkomst in beginsel niet worden beëindigd vanwege de melding.

Wanneer uit het onderzoek blijkt dat daadwerkelijk sprake is van een misstand, kan deze bescherming zelfs nog enige tijd na afronding van het onderzoek blijven gelden.

Deze bescherming moet voorkomen dat werknemers worden ontmoedigd om misstanden te melden.

Voorwaarden voor bescherming

De bescherming van de melder geldt niet in alle gevallen automatisch. Voorwaarde is dat de werknemer:

  • te goeder trouw handelt

  • de melding naar behoren doet

Te goeder trouw betekent dat de melder handelt vanuit een oprechte bedoeling om een misstand aan de orde te stellen. Het mag dus niet gaan om een melding die wordt gedaan uit persoonlijke motieven of om een conflict met de werkgever te beslechten.

Daarnaast moet de melding op zorgvuldige wijze worden gedaan. Dit betekent onder meer dat de melder rekening moet houden met eventuele geheimhoudingsverplichtingen en met de belangen van de organisatie.

Het Huis kan de melder adviseren over de juiste wijze van melden.

Het Fonds voor klokkenluiders

Naast het Huis voor klokkenluiders bestaat ook een Fonds voor klokkenluiders. Dit fonds kan financiële ondersteuning bieden aan melders.

Het melden van een misstand kan namelijk leiden tot aanzienlijke kosten. Denk bijvoorbeeld aan kosten voor juridische procedures, inkomensverlies of psychologische begeleiding.

Het fonds kan onder bepaalde voorwaarden een bijdrage verstrekken voor dergelijke kosten. Het bestuur van het fonds beoordeelt of een vergoeding wordt toegekend.

Financiële ondersteuning heeft een aanvullend karakter. Wanneer kosten op een andere wijze kunnen worden vergoed, bijvoorbeeld door de werkgever of via sociale verzekeringen, zal in beginsel geen vergoeding worden toegekend.

Verder zoeken

Deze pagina is onderdeel van hoofdstuk 1 over het aangaan van de arbeidsovereenkomst en de rechten en plichten die hierdoor ontstaan. U vindt in dit deel informatie over:

1.1. Wat is een arbeidsovereenkomst en welke contracten zijn er?

1.2. Tot stand komen van de arbeidsovereenkomst tussen werkgever en werknemer

1.3. Inhoud van de arbeidsovereenkomst (o.a. contract bepaalde tijd, concurrentiebeding, proeftijd, nevenwerk, boetebeding, geheimhouding, detachering)

1.4. Rechten en plichten door aangaan arbeidscontract

1.5. Collectieve arbeidsovereenkomst (CAO)

1.6. Reglement / personeelshandboek

1.7. Verrichten van werk door vreemdelingen

1.8. Medewerkers in dienst van een maatschap of vennootschap

1.9. Arbeidsbemiddeling door het UWV

1.10. Stimulerende maatregelen voor werklozen

Zoekt u een ander onderwerp, zie dan onze trefwoorden of inhoudsopgave.