De afstand tot de arbeidsmarkt kan groot zijn wanneer iemand te maken heeft met een beperking, een gebrek aan werkervaring of langdurige werkloosheid. Voor een deel van deze personen is het moeilijk om zonder ondersteuning werk te vinden of werk te behouden. Om deze groep te ondersteunen is een systeem ontwikkeld van voorzieningen, begeleiding en stimulerende maatregelen. De Participatiewet vormt de basis voor deze ondersteuning.
Het uitgangspunt is dat iedereen die kan werken, ook moet kunnen deelnemen aan het arbeidsproces. Werk staat daarbij centraal. Wanneer het niet mogelijk is om direct regulier werk te vinden, kunnen verschillende vormen van ondersteuning worden ingezet om de afstand tot de arbeidsmarkt te verkleinen.
Gemeenten hebben binnen dit systeem een belangrijke rol. Zij begeleiden mensen naar werk en kunnen daarbij verschillende instrumenten inzetten. Gedacht kan worden aan begeleiding, scholing, loonkostensubsidie, beschut werk en andere vormen van ondersteuning.
Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de belangrijkste maatregelen die binnen het systeem van de Participatiewet bestaan om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan werk te helpen.
Achtergrond van de Participatiewet
De Participatiewet is ingevoerd om de arbeidsparticipatie van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt te vergroten. De gedachte hierachter is dat zoveel mogelijk mensen moeten kunnen deelnemen aan het arbeidsproces, ook wanneer zij daarbij ondersteuning nodig hebben.
Voor de invoering van deze wet bestonden verschillende regelingen naast elkaar. Onder meer de Wet werk en bijstand, de Wet sociale werkvoorziening en delen van de Wajong kenden eigen systemen van ondersteuning. Hierdoor ontstond een versnipperd stelsel waarin verantwoordelijkheden verdeeld waren over verschillende instanties.
Met de Participatiewet is gekozen voor een meer samenhangende aanpak. De ondersteuning van personen die niet zelfstandig werk kunnen vinden is grotendeels ondergebracht bij de gemeenten. Hierdoor kan ondersteuning beter worden afgestemd op de persoonlijke situatie van de betrokkene.
Het uitgangspunt van het systeem is dat regulier werk zoveel mogelijk wordt nagestreefd. Wanneer dat niet direct mogelijk is, kan ondersteuning worden ingezet om de stap naar werk te verkleinen.
Doelgroep van de Participatiewet
De Participatiewet richt zich op personen die ondersteuning nodig hebben om werk te vinden of werk te behouden. Het gaat daarbij om verschillende groepen mensen die om uiteenlopende redenen een afstand tot de arbeidsmarkt hebben.
Een belangrijke groep bestaat uit personen die afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering. Deze personen kunnen vaak werken, maar hebben ondersteuning nodig bij het vinden van een passende baan.
Daarnaast vallen ook personen met een arbeidsbeperking onder de doelgroep van de Participatiewet. Dit zijn mensen die door ziekte of handicap minder mogelijkheden hebben om werk te verrichten. Voor hen kunnen aanvullende voorzieningen worden ingezet om arbeid mogelijk te maken.
Ook personen zonder uitkering kunnen onder omstandigheden ondersteuning krijgen bij het vinden van werk. Gemeenten kunnen bijvoorbeeld ondersteuning bieden aan mensen die wel kunnen werken maar moeilijk toegang krijgen tot de arbeidsmarkt.
De ondersteuning wordt steeds afgestemd op de mogelijkheden van de persoon. Daarbij wordt gekeken naar wat iemand nog wel kan, in plaats van uitsluitend naar beperkingen.
De rol van de gemeente
Gemeenten hebben binnen de Participatiewet een centrale rol bij het begeleiden van mensen naar werk. Zij zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de wet en voor het inzetten van de beschikbare instrumenten.
Wanneer iemand ondersteuning nodig heeft bij het vinden van werk, zal de gemeente samen met de betrokkene bekijken welke stappen nodig zijn om arbeid mogelijk te maken. Daarbij wordt gekeken naar de opleiding, werkervaring en belastbaarheid van de persoon.
De gemeente kan verschillende vormen van ondersteuning inzetten. Zo kan begeleiding worden aangeboden bij het zoeken naar werk, kan scholing worden georganiseerd en kunnen voorzieningen worden verstrekt die het verrichten van arbeid mogelijk maken.
Ook kunnen gemeenten samenwerken met werkgevers om werkplekken te creëren voor mensen die moeilijk aan werk komen. Hierdoor wordt geprobeerd om de overgang naar regulier werk te bevorderen.
De ondersteuning kan zowel tijdelijk als langdurig zijn, afhankelijk van de persoonlijke situatie van de betrokkene.
Re-integratie naar werk
Een belangrijk onderdeel van de Participatiewet is de re-integratie naar werk. Dit betekent dat personen die niet zelfstandig werk kunnen vinden ondersteuning krijgen bij het zoeken naar een baan.
Re-integratie kan verschillende vormen aannemen. In sommige gevallen gaat het om begeleiding bij het solliciteren of het verbeteren van arbeidsvaardigheden. In andere gevallen kan scholing nodig zijn om de kansen op werk te vergroten.
Ook kan het voorkomen dat iemand eerst werkervaring moet opdoen voordat regulier werk mogelijk is. In dat geval kan een traject worden ingezet waarin werkervaring wordt opgebouwd.
De bedoeling van re-integratie is steeds dat de betrokkene uiteindelijk zo zelfstandig mogelijk kan deelnemen aan het arbeidsproces.
Participatiebanen
Wanneer iemand nog niet in staat is om direct regulier werk te verrichten, kan een participatiebaan een tussenstap vormen. Een participatiebaan is bedoeld voor personen die een grote afstand tot de arbeidsmarkt hebben en die ondersteuning nodig hebben om werkervaring op te doen.
Bij een participatiebaan verricht de werknemer werkzaamheden die bijdragen aan de samenleving. Dit kan bijvoorbeeld werk zijn bij gemeenten, maatschappelijke organisaties of andere instellingen waar werkzaamheden worden verricht die van maatschappelijk belang zijn.
Het doel van een participatiebaan is dat de werknemer werkervaring opdoet, arbeidsritme ontwikkelt en vaardigheden opbouwt die nodig zijn voor regulier werk. Door het verrichten van werkzaamheden kan iemand stap voor stap weer deelnemen aan het arbeidsproces.
Participatiebanen zijn doorgaans tijdelijk van aard. De bedoeling is dat zij bijdragen aan een verdere ontwikkeling richting regulier werk.
Loonkostensubsidie
Voor sommige personen met een arbeidsbeperking is het moeilijk om het wettelijk minimumloon te verdienen. Wanneer een werkgever iemand met een verminderde arbeidsproductiviteit in dienst neemt, kan loonkostensubsidie worden ingezet.
Loonkostensubsidie betekent dat de werkgever een vergoeding ontvangt voor het verschil tussen de arbeidsproductiviteit van de werknemer en het wettelijk minimumloon. Hierdoor wordt het voor werkgevers aantrekkelijker om personen met een arbeidsbeperking in dienst te nemen.
De hoogte van de subsidie hangt af van de mate waarin de werknemer productief kan zijn. Dit wordt vastgesteld door een beoordeling van de arbeidscapaciteit.
Door loonkostensubsidie kunnen werknemers met een arbeidsbeperking toch werken tegen een loon dat vergelijkbaar is met het wettelijk minimumloon.
Beschut werk
Voor sommige personen is werken in een reguliere werkomgeving niet mogelijk, ook niet met ondersteuning. In dat geval kan beschut werk een oplossing bieden.
Beschut werk is bedoeld voor personen die wel arbeidsvermogen hebben, maar die alleen kunnen werken onder aangepaste omstandigheden. Het gaat bijvoorbeeld om situaties waarin intensieve begeleiding of aangepaste werkplekken nodig zijn.
Wanneer wordt vastgesteld dat iemand uitsluitend in een beschutte werkomgeving kan werken, moet de gemeente een beschutte werkplek realiseren.
Het doel van beschut werk is dat ook personen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt kunnen deelnemen aan arbeid.
De banenafspraak
Naast de instrumenten binnen de Participatiewet bestaat de zogenoemde banenafspraak. Deze afspraak is gemaakt tussen het kabinet en sociale partners om extra banen te realiseren voor mensen met een arbeidsbeperking.
Werkgevers in zowel de marktsector als de overheid hebben afgesproken om extra arbeidsplaatsen beschikbaar te stellen voor personen met een arbeidsbeperking. Hiermee wordt geprobeerd om meer werkgelegenheid te creëren voor deze groep.
Personen die tot deze doelgroep behoren worden opgenomen in het zogenoemde doelgroepregister. Werkgevers die iemand uit deze groep in dienst nemen kunnen gebruik maken van verschillende ondersteunende instrumenten.
De banenafspraak vormt daarmee een belangrijke aanvulling op de instrumenten van de Participatiewet.
Ondersteuning voor werkgevers
Werkgevers kunnen verschillende vormen van ondersteuning krijgen wanneer zij iemand met een afstand tot de arbeidsmarkt in dienst nemen.
Zo kan een werkgever gebruik maken van loonkostensubsidie wanneer de werknemer niet volledig productief is. Daarnaast kunnen voorzieningen worden verstrekt om de werkplek aan te passen aan de mogelijkheden van de werknemer.
Ook kan begeleiding worden aangeboden in de vorm van jobcoaching. Een jobcoach kan ondersteuning bieden bij het inwerken van de werknemer en bij het oplossen van problemen die tijdens het werk ontstaan.
Door deze maatregelen wordt het voor werkgevers aantrekkelijker om personen met een afstand tot de arbeidsmarkt in dienst te nemen.
Ontwikkeling van het beleid
In de afgelopen jaren is het beleid rondom arbeidsparticipatie verder ontwikkeld. Er wordt steeds meer nadruk gelegd op het benutten van de mogelijkheden van mensen met een arbeidsbeperking.
Nieuwe maatregelen zijn erop gericht om belemmeringen voor werk weg te nemen en om de overgang naar regulier werk te vereenvoudigen. Daarbij wordt ook gekeken naar de positie van werkgevers en naar manieren om het aannemen van werknemers met een arbeidsbeperking aantrekkelijker te maken.
De ontwikkeling van het beleid laat zien dat arbeidsparticipatie een belangrijk uitgangspunt blijft binnen het sociale zekerheidsstelsel.
Verder zoeken
Deze pagina is onderdeel van hoofdstuk 1 over het aangaan van de arbeidsovereenkomst en de rechten en plichten die hierdoor ontstaan. U vindt in dit deel informatie over: