Wet Loontransparantie

Wet Loontransparantie


De Wet Loontransparantie is bedoeld voor gelijke beloning van mannen en vrouwen voor gelijkwaardige werk. Het gaat om transparantie vóór indiensttreding, transparantie in het beloningsbeleid, een informatierecht voor werknemers en – voor (middel)grote werkgevers – rapportage- en evaluatieverplichtingen over de loonkloof.

Werkgevers moeten sollicitanten tijdig informeren over het aanvangsloon of de loonbandbreedte die bij de functie hoort, zodat loononderhandelingen plaatsvinden op basis van vooraf kenbare en objectieve uitgangspunten.

Daarnaast geldt een verbod om sollicitanten te vragen naar hun eerdere salaris, zowel rechtstreeks als indirect. Hiermee wordt beoogd te voorkomen dat bestaande loonverschillen worden doorgegeven naar nieuwe arbeidsrelaties en dat eerdere beloningsniveaus een onevenredige rol spelen bij de vaststelling van het startsalaris.

Werkgevers dienen te beschikken over transparante loonstructuren die zijn gebaseerd op objectieve en genderneutrale criteria. Deze criteria moeten inzicht geven in de wijze waarop beloning wordt vastgesteld en ontwikkeld, bijvoorbeeld aan de hand van functie-eisen, verantwoordelijkheden, vaardigheden en arbeidsomstandigheden.

Het uitgangspunt is dat loonverschillen binnen een organisatie verklaarbaar en toetsbaar zijn. Transparantie in het beloningsbeleid betekent niet dat individuele salarissen openbaar worden, maar wel dat het onderliggende systeem zodanig is ingericht dat verschillen kunnen worden onderbouwd en gecontroleerd.

Werknemers krijgen het recht om schriftelijk informatie op te vragen over hun eigen loonniveau en over de gemiddelde beloningsniveaus van werknemers die gelijke of gelijkwaardige arbeid verrichten, uitgesplitst naar geslacht. Dit informatierecht is bedoeld om inzicht te bieden in mogelijke beloningsverschillen binnen vergelijkbare functies of functiegroepen.

De werkgever moet deze informatie binnen een redelijke termijn verstrekken en daarbij zorgdragen voor voldoende duidelijkheid. Indien de verstrekte gegevens onvolledig of onjuist zijn, bestaat de verplichting om op verzoek nadere toelichting of verduidelijking te geven.

Voor (middel)grote werkgevers gelden aanvullende verplichtingen om periodiek te rapporteren over loonverschillen tussen mannen en vrouwen. Deze rapportages bevatten gegevens over de loonkloof en aanverwante indicatoren en zijn afhankelijk van de omvang van de organisatie qua frequentie en reikwijdte.

Indien uit de rapportage blijkt dat sprake is van een relevant loonverschil dat niet objectief kan worden gerechtvaardigd, kan een verplichting ontstaan om dit nader te evalueren en maatregelen te treffen. Deze evaluatie is gericht op het analyseren van oorzaken en het herstellen van ongerechtvaardigde verschillen binnen een redelijke termijn.

 
 

De vijf belangrijkste vragen

De Wet Loontransparantie is een implementatie van de Europese regels over loontransparantie (Richtlijn (EU) 2023/970). Het verplicht lidstaten om aanvullende maatregelen te nemen ter versterking van het beginsel van gelijke beloning van mannen en vrouwen voor gelijke of gelijkwaardige arbeid. Oorspronkelijk werd uitgegaan van nationale implementatie per juni 2026, maar inmiddels is duidelijk dat dit tijdpad niet haalbaar is gebleken. De wetgever heeft daarom aangegeven te streven naar een nationale inwerkingtreding per 1 januari 2027.

Vanaf het moment van inwerkingtreding gaan de nieuwe wettelijke verplichtingen formeel gelden. Tot die datum blijft het bestaande nationale recht van toepassing, waaronder de huidige regels over gelijke beloning en gelijke behandeling. Het uitstel betekent echter niet dat de onderliggende norm – gelijk loon voor gelijk of gelijkwaardig werk – nieuw is; deze norm geldt reeds en blijft onverkort van kracht. De Wet Loontransparantie voegt hier met name aanvullende transparantie-, informatie- en rapportageverplichtingen aan toe, die bedoeld zijn om de handhaafbaarheid van dat beginsel te vergroten.

De reikwijdte van de wet is in beginsel breed. De kernverplichtingen gelden voor alle werkgevers, zowel in de publieke als in de private sector, ongeacht de aard van de arbeidsrelatie. Dit betreft onder meer de verplichtingen rondom transparantie bij indiensttreding, het verbod om te vragen naar eerdere salarissen en het informatierecht van werknemers over beloning. Tegelijkertijd maakt de wet onderscheid naar gelang de omvang van de organisatie. Met name de rapportage- en evaluatieverplichtingen ten aanzien van de loonkloof zijn gekoppeld aan het aantal werknemers, waarbij grotere werkgevers zwaardere en meer frequente verplichtingen krijgen dan kleinere werkgevers.

Deze gedifferentieerde aanpak beoogt enerzijds een effectieve aanpak van loonverschillen mogelijk te maken en anderzijds rekening te houden met de uitvoerbaarheid voor organisaties van verschillende omvang. In de praktijk betekent dit dat de gevolgen van de Wet Loontransparantie zich niet voor iedere werkgever in dezelfde mate en op hetzelfde moment zullen laten voelen, maar dat de impact afhankelijk is van de aard en schaal van de organisatie.

Er gelden specifieke verplichtingen voor werkgevers in de fase voorafgaand aan het aangaan van de arbeidsovereenkomst. Centraal staat de verplichting om sollicitanten tijdig te informeren over het aanvangsloon of de loonbandbreedte die voor de betreffende functie geldt. Deze informatie moet uiterlijk beschikbaar zijn vóórdat loononderhandelingen plaatsvinden, zodat de sollicitant zijn positie kan bepalen op basis van vooraf kenbare en objectieve uitgangspunten. Indien een CAO van toepassing is, kan worden volstaan met een verwijzing naar de relevante loonbepalingen daarin.

Het doel van deze verplichting is het bevorderen van gelijkwaardige loononderhandelingen tussen werkgever en sollicitant. Door het beloningskader vooraf inzichtelijk te maken, wordt voorkomen dat loonafspraken uitsluitend tot stand komen op basis van onderhandelingsvaardigheden of individuele achtergrond. Zo wordt beoogd dat de beloning aansluit bij de waarde en zwaarte van de functie.

Daarnaast bevat de wet een expliciet verbod om sollicitanten te vragen naar hun huidige of eerdere salaris, zowel rechtstreeks als indirect. Het verbod ziet niet alleen op vragen tijdens het sollicitatiegesprek, maar ook op het opvragen van salarisinformatie bij derden. Sollicitanten behouden wel de mogelijkheid om deze informatie uit eigen beweging te verstrekken. Met dit verbod wordt beoogd te voorkomen dat bestaande loonverschillen – die mogelijk het gevolg zijn van discriminatie of ongelijke onderhandelingsposities – worden gereproduceerd bij indiensttreding.

Deze wijzigingen vergen in de praktijk aanpassingen in wervings- en selectieprocedures, zoals vacatureteksten, sollicitatieformulieren en interviewrichtlijnen. Tegelijkertijd maken zij duidelijk dat de wetgever het moment van indiensttreding beschouwt als een cruciale fase voor het realiseren van gelijke beloning, omdat juist daar de basis wordt gelegd voor het verdere loonverloop binnen de organisatie.

De Wet Loontransparantie kent werknemers het recht toe om inzicht te vragen in beloningsverhoudingen binnen de organisatie. Dit informatierecht houdt in dat een werknemer schriftelijk informatie kan opvragen over het eigen individuele loonniveau, maar gaat ook verder. Namelijk een geslacht uitgesplitste gemiddelde loonniveaus van werknemers die gelijke of gelijkwaardige arbeid verrichten. Het gaat daarbij niet om individuele salarissen van collega’s, maar om gemiddelde beloningsgegevens binnen vooraf bepaalde categorieën van werknemers.

Het doel van dit informatierecht is om werknemers in staat te stellen te beoordelen of hun beloning in lijn is met die van anderen die vergelijkbaar werk verrichten. Zonder toegang tot dergelijke informatie is het in de praktijk lastig om vast te stellen of sprake is van een ongerechtvaardigd loonverschil. Door het recht wettelijk te verankeren, wordt beoogd de transparantie te vergroten en de uitoefening van het recht op gelijke beloning te ondersteunen.

De werkgever is verplicht de gevraagde informatie binnen een redelijke termijn te verstrekken en uiterlijk binnen twee maanden na ontvangst van het verzoek. Indien de verstrekte informatie onjuist of onvolledig blijkt te zijn, kan de werknemer gemotiveerd om aanvullende verduidelijkingen of nadere details verzoeken. De wet legt daarmee niet alleen een informatieplicht op, maar verlangt ook dat de werkgever zijn beloningssystematiek zodanig heeft ingericht dat deze informatie op een consistente en verifieerbare wijze kan worden verstrekt.

Voor (middel) grote werkgevers gelden rapportageverplichtingen. Werkgevers die de wettelijke drempel bereiken, zijn verplicht periodiek informatie vast te stellen over loonverschillen tussen mannelijke en vrouwelijke werknemers binnen hun organisatie. Deze verplichting ziet niet alleen op het vaststellen van de algemene loonkloof, maar ook op enkele daarmee samenhangende indicatoren, zoals verschillen in beloning binnen categorieën van werknemers die gelijke of gelijkwaardige arbeid verrichten en de verdeling van mannen en vrouwen over verschillende beloningsniveaus.

De frequentie van de rapportage is afhankelijk van de omvang van de organisatie. Voor werkgevers met 250 of meer werknemers geldt in beginsel een jaarlijkse rapportageverplichting, terwijl werkgevers met 100 tot 250 werknemers in beginsel eens per drie jaar rapporteren. Met deze differentiatie beoogt de wetgever enerzijds structureel inzicht te creëren bij grotere organisaties en anderzijds de administratieve lasten voor middelgrote werkgevers te beperken. De rapportages hebben betrekking op een voorafgaand kalenderjaar en moeten op een gestandaardiseerde wijze worden opgesteld.

Naast externe vaststelling en aanlevering van gegevens brengt de rapportageplicht ook interne verplichtingen met zich mee. Werkgevers moeten bepaalde onderdelen van de rapportage beschikbaar stellen aan werknemers of hun vertegenwoordiging, zodat inzicht ontstaat in de beloningsverhoudingen binnen de organisatie. Indien uit de rapportage blijkt dat sprake is van een relevant loonverschil dat niet objectief kan worden gerechtvaardigd, kan dit aanleiding geven tot nadere evaluatie en het treffen van maatregelen. Daarmee fungeert de rapportage niet alleen als administratief instrument, maar ook als startpunt voor verdere analyse van het beloningsbeleid.

Het wet werkt de rapportageverplichting ook procedureel uit. Zo bevestigt het bestuur van de werkgever de juistheid van de vastgestelde informatie. Daarnaast wordt de rapportage aan de aangewezen instantie uitsluitend langs elektronische weg verstrekt.

Indien uit de rapportage of uit nadere analyse blijkt dat sprake is van een loonverschil tussen mannelijke en vrouwelijke werknemers die gelijke of gelijkwaardige arbeid verrichten, rijst de vraag of dit verschil objectief kan worden gerechtvaardigd. Een loonverschil is niet zonder meer in strijd met het recht op gelijke beloning; doorslaggevend is of het verschil berust op objectieve en genderneutrale criteria die vooraf kenbaar zijn en consistent worden toegepast. Ontbreekt een dergelijke rechtvaardiging, dan wordt het loonverschil aangemerkt als ongerechtvaardigd in de zin van de wet.

In dat geval kan voor de werkgever een verplichting ontstaan om het loonverschil nader te evalueren en maatregelen te treffen. Deze evaluatie is gericht op het in kaart brengen van de aard en oorzaken van het verschil en op het herstellen daarvan binnen een redelijke termijn. De wet gaat daarbij uit van een gezamenlijke benadering, waarbij de werkgever de analyse uitvoert in samenhang met de werknemersvertegenwoordiging, zoals de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging.

Het treffen van maatregelen kan verschillende vormen aannemen, afhankelijk van de uitkomst van de evaluatie. Dit kan bijvoorbeeld bestaan uit het aanpassen van beloningsstructuren, het herzien van inschalingscriteria of het corrigeren van individuele beloningen. Het onderliggende uitgangspunt is dat beloningsverschillen binnen de organisatie inzichtelijk, verklaarbaar en controleerbaar moeten zijn, zodat het beginsel van gelijke beloning ook in de praktijk daadwerkelijk wordt gewaarborgd.

Uitleg voor werkgevers

De Wet Loontransparantie legt een aantal kernverplichtingen op die in beginsel gelden voor iedere werkgever, ongeacht de omvang van de organisatie. Centraal staat de verplichting om te beschikken over beloningsstructuren en beloningscriteria die objectief en genderneutraal zijn ingericht. Dit betekent dat de vaststelling en ontwikkeling van beloning moeten berusten op vooraf vastgelegde, controleerbare criteria die geen direct of indirect onderscheid naar geslacht maken. De werkgever moet daarmee inzichtelijk kunnen maken hoe de waarde van functies wordt bepaald en hoe dit doorwerkt in de beloning.

Daarnaast gelden verplichtingen die zien op transparantie in verschillende fasen van de arbeidsrelatie. Zo moet bij werving en selectie tijdig duidelijkheid worden gegeven over het aanvangsloon of de loonbandbreedte en geldt een verbod om te vragen naar de salarisgeschiedenis van sollicitanten. Tijdens het dienstverband hebben werknemers een wettelijk recht op looninformatie, dat door de werkgever moet worden gefaciliteerd via een duidelijke en werkbare procedure.

Tot slot rust op iedere werkgever de verplichting om werknemers periodiek te informeren over het bestaan van het informatierecht en de wijze waarop dit recht kan worden uitgeoefend. Deze informatieplicht beoogt te waarborgen dat werknemers daadwerkelijk bekend zijn met hun rechten en deze ook kunnen benutten. Daarmee vraagt de wet niet alleen om formele naleving, maar ook om een zekere mate van organisatorische inbedding van loontransparantie binnen het personeelsbeleid.

In de fase van werving en selectie brengt de Wet Loontransparantie met zich dat sollicitanten tijdig inzicht moeten krijgen in het beloningskader van de functie. Dit houdt in dat in de vacature of uiterlijk voorafgaand aan de loononderhandelingen het aanvangsloon of de loonbandbreedte kenbaar wordt gemaakt. In de praktijk vergt dit doorgaans dat functies zijn gekoppeld aan consistente salarisstructuren of bandbreedtes, zodat vooraf duidelijk is binnen welk kader beloningsafspraken kunnen worden gemaakt.

Verder schrijft de regelgeving voor dat werkgevers geen vragen mogen stellen over het huidige of eerdere salaris van sollicitanten. Dit verbod ziet zowel op directe vragen als op indirecte vormen van informatie-inwinning, bijvoorbeeld via formulieren of referentiechecks. Sollicitanten mogen deze informatie wel uit eigen beweging verstrekken, maar de werkgever mag hier niet om verzoeken. Het doel hiervan is te voorkomen dat eerdere beloningsniveaus, die mogelijk zijn beïnvloed door ongelijke beloningspraktijken, doorwerken in nieuwe arbeidsverhoudingen.

Voor de praktijk betekent dit dat bestaande wervings- en selectieprocessen kritisch moeten worden bezien. Vacatureteksten, sollicitatieformulieren, interviewformats en instructies aan leidinggevenden en recruiters dienen in lijn te worden gebracht met deze uitgangspunten. Daarmee wordt geborgd dat loononderhandelingen plaatsvinden binnen een vooraf vastgesteld en transparant kader, en dat de wettelijke vereisten ook in de dagelijkse praktijk worden nageleefd.

Wanneer een werknemer gebruikmaakt van het informatierecht, dient de werkgever het verzoek zorgvuldig en gestructureerd te behandelen. Het informatierecht houdt in dat een werknemer schriftelijk informatie kan opvragen over het eigen loonniveau en over de naar geslacht uitgesplitste gemiddelde loonniveaus van werknemers die gelijke of gelijkwaardige arbeid verrichten. Het is daarbij van belang dat de werkgever beschikt over een duidelijke interne procedure voor het ontvangen, registreren en afhandelen van dergelijke verzoeken, zodat tijdig en consistent kan worden gereageerd.

De werkgever is verplicht om de gevraagde informatie binnen een redelijke termijn te verstrekken en uiterlijk binnen twee maanden na ontvangst van het verzoek. De verstrekte informatie moet voldoende inzicht bieden om het doel van het informatierecht te kunnen realiseren, zonder dat individuele looninformatie van collega’s wordt prijsgegeven. Dit vergt een zorgvuldige afbakening van de relevante categorieën van werknemers en een controleerbare berekeningswijze van de gemiddelde loonniveaus.

Indien de werknemer gemotiveerd aangeeft dat de verstrekte informatie onjuist of onvolledig is, rust op de werkgever de verplichting om aanvullende en redelijke verduidelijkingen of nadere details te verstrekken. Dit kan bijvoorbeeld betrekking hebben op de gehanteerde categorie-indeling, de beloningscomponenten die zijn meegenomen of de wijze waarop gemiddelden zijn berekend. In de praktijk vraagt dit om een beloningssystematiek die niet alleen intern wordt toegepast, maar ook zodanig is vastgelegd dat zij op verzoek inzichtelijk en uitlegbaar kan worden gemaakt.

De rapportageverplichtingen uit de Wet Loontransparantie gelden uitsluitend voor werkgevers die een bepaalde omvang bereiken. Vanaf het moment dat een werkgever 100 werknemers of meer in dienst heeft, ontstaat de verplichting om periodiek gegevens vast te stellen over de loonkloof tussen mannelijke en vrouwelijke werknemers en over enkele daarmee samenhangende indicatoren. Het gaat hierbij om structurele verplichtingen die zijn gekoppeld aan de organisatieomvang en niet aan individuele functies of afdelingen.

De frequentie van de rapportage is afhankelijk van het aantal werknemers. Voor werkgevers met 250 of meer werknemers geldt in beginsel een jaarlijkse rapportageverplichting, terwijl werkgevers met 100 tot 250 werknemers in beginsel eens per drie jaar rapporteren. De rapportage heeft betrekking op gegevens over een voorafgaand kalenderjaar en moet voldoen aan de wettelijke eisen ten aanzien van inhoud en opzet.

Voor de praktische uitvoering betekent dit dat HR- en payrollprocessen zodanig moeten zijn ingericht dat relevante gegevens op een consistente en reproduceerbare wijze kunnen worden verzameld en geanalyseerd. Het betreft onder meer gegevens over functies en functiegroepen of -categorieën, de verschillende beloningscomponenten en de verdeling naar geslacht. Een dergelijke inrichting is van belang om te kunnen voldoen aan de rapportageverplichtingen en om eventuele uitkomsten op een inzichtelijke en controleerbare wijze te kunnen toelichten. 

Welke werknemers tellen mee bij het bepalen van 100 of 250 werknemers? 

Voor de toepassing van de rapportage- en evaluatieverplichtingen uit de Wet Loontransparantie is bepalend of een werkgever de drempel van 100 respectievelijk 250 werknemers bereikt. De wet sluit daarbij niet aan bij het aantal afzonderlijke arbeidsovereenkomsten of bij een eenvoudige “kop-telling”, maar bij een berekening in arbeidsjaareenheden. Dit betekent dat voltijd en deeltijd arbeid worden meegewogen, waarbij deeltijdarbeid wordt omgerekend in fracties van een volledige arbeidsjaareenheid. De beoordeling van de omvang van de werkgever vindt dus plaats op basis van een fte-achtige systematiek.

Tot de werknemers die meetellen behoren personen die op basis van een arbeidsovereenkomst of een publiekrechtelijke aanstelling werkzaam zijn bij de werkgever. De contractvorm is daarbij in beginsel niet doorslaggevend: zowel werknemers met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd als voor bepaalde tijd, en zowel voltijd- als deeltijdwerknemers, worden meegenomen in de berekening, voor zover zij bijdragen aan het totaal aan arbeidsjaareenheden.

De wet bevat daarnaast een expliciete regeling voor ter beschikking gestelde arbeidskrachten, zoals uitzendkrachten in de zin van de Waadi. Deze arbeidskrachten worden voor de toepassing van de drempelwaarden toegerekend aan de inlenende organisatie en niet aan het uitzendbureau of de formele werkgever. Daarmee sluit de wet aan bij de organisatie waar de arbeid feitelijk wordt verricht en waar de beloningsverhoudingen in de praktijk tot uitdrukking komen. Voor de uitlener tellen in dat geval alleen de werknemers mee die arbeid verrichten ten behoeve van de eigen organisatie.

Deze systematiek brengt mee dat werkgevers bij het bepalen van hun omvang niet alleen naar hun eigen personeelsbestand moeten kijken, maar ook inzicht moeten hebben in de inzet van ter beschikking gestelde arbeidskrachten. De keuze voor arbeidsjaareenheden en toerekening aan de inlener onderstreept dat de wetgever een realistisch en functioneel beeld van de organisatieomvang beoogt, dat aansluit bij de feitelijke arbeidsverhoudingen en beloningspraktijk.

Werkgevers die onder de rapportageverplichtingen van de Wet Loontransparantie vallen, moeten periodiek gegevens vaststellen over loonverschillen tussen mannen en vrouwen. De wet schrijft niet alleen voor dát wordt gerapporteerd, maar ook welke onderdelen in ieder geval deel moeten uitmaken van de rapportage. Deze onderdelen zijn erop gericht om loonverschillen systematisch en controleerbaar inzichtelijk te maken.

(Mediane) loonkloof

Een kernonderdeel van de rapportage is de vaststelling van de loonkloof tussen mannen en vrouwen. Daarbij wordt gekeken naar het verschil in beloning, uitgedrukt in een percentage, waarbij in de regelgeving expliciet aandacht bestaat voor de mediane loonkloof. De mediane loonkloof geeft het verschil weer tussen het loon van de ‘middelste’ mannelijke en vrouwelijke werknemer en is minder gevoelig voor uitschieters dan een gemiddeld loon. Dit biedt een stabieler beeld van structurele loonverschillen binnen de organisatie.

Verschillen in variabele beloningscomponenten

Naast de basisbeloning moet ook worden gerapporteerd over verschillen in variabele beloningscomponenten. Dit betreft beloningselementen zoals bonussen, prestatiebeloning of andere variabele toeslagen. Door deze componenten afzonderlijk te benoemen, wordt inzichtelijk of loonverschillen zich met name voordoen in het vaste salaris, in variabele beloning, of in de combinatie daarvan. De wetgever beoogt hiermee te voorkomen dat ongerechtvaardigde verschillen zich uitsluitend via variabele beloning aan het zicht onttrekken.

Verdeling van mannen en vrouwen over loonkwartielen

De rapportage bevat tevens informatie over de verdeling van mannen en vrouwen over verschillende loonkwartielen binnen de organisatie. Dit onderdeel laat zien hoe werknemers zijn gespreid over de lagere en hogere loonsegmenten. Een ongelijke verdeling kan erop wijzen dat bepaalde groepen structureel vaker in lagere of juist hogere loonschalen zijn ingedeeld. Deze informatie draagt bij aan het inzicht in verticale loonverschillen en mogelijke belemmeringen in doorstroom of beloningsontwikkeling.

Loonverschillen per categorie van gelijke of gelijkwaardige arbeid

Tot slot moet de rapportage inzicht geven in loonverschillen binnen categorieën van werknemers die gelijke of gelijkwaardige arbeid verrichten. Dit vereist dat de werkgever beschikt over een duidelijke en consistente indeling in functies of functiegroepen. Door per categorie te rapporteren, wordt zichtbaar of loonverschillen zich voordoen tussen werknemers die vanuit de aard en waarde van hun arbeid vergelijkbaar zijn. Dit onderdeel vormt een belangrijk aanknopingspunt voor de beoordeling of loonverschillen objectief verklaarbaar zijn.

De Wet Loontransparantie verplicht werkgevers om periodiek loonrapportagegegevens vast te stellen en deze aan te leveren bij een aangewezen instantie. Daarnaast geldt dat relevante rapportage-informatie intern beschikbaar moet worden gesteld, onder meer richting werknemers en medezeggenschap. De officiële toelichting maakt verder duidelijk dat een groot deel van de loonrapportagegegevens openbaar wordt gemaakt via een landelijke website, zodat deze informatie breder toegankelijk is.

De wetgeving gaat er daarbij van uit dat openbaarmaking plaatsvindt binnen een wettelijk kader en met inachtneming van randvoorwaarden, waaronder gegevensbescherming. Dit betekent onder meer dat de wijze van openbaarmaking zó moet worden ingericht dat onbedoelde herleidbaarheid tot individuele werknemers waar mogelijk wordt beperkt, met name bij kleine categorieën of scheve man-vrouwverhoudingen. Los daarvan kunnen in het kader van toezicht en handhaving ook besluiten of informatie over naleving openbaar worden gemaakt, voor zover de wet daarin voorziet.

Voor werkgevers betekent dit dat loonrapportage niet uitsluitend een interne exercitie is: de gegevens krijgen ook betekenis richting werknemers en medezeggenschap en – voor een belangrijk deel – richting het publiek via de landelijke openbaarmaking. Dit onderstreept het belang van reproduceerbare data, consistente berekeningen en een controleerbare onderbouwing van loonverschillen op basis van objectieve en genderneutrale criteria.

Stappenplan voorbereiding (werkgevers)

Een werkbaar beloningssysteem begint met een heldere en consistente indeling van functies en functiegroepen. Daarbij is van belang dat wordt vastgesteld welke werknemers gelijke of gelijkwaardige arbeid verrichten. Dit vergt inzicht in de inhoud van functies en, waar relevant, een systematische functiebeschrijving en functiewaardering. De indeling moet zodanig zijn dat functies onderling vergelijkbaar zijn op basis van hun aard, zwaarte en verantwoordelijkheden, ook wanneer functietitels of taken niet volledig samenvallen.

Vervolgens dient te worden vastgelegd welke objectieve en genderneutrale criteria worden gehanteerd voor inschaling en loonontwikkeling binnen deze functiegroepen. Het kan daarbij gaan om factoren zoals relevante werkervaring, opleiding en kwalificaties, verantwoordelijkheden, prestaties of arbeidsmarktomstandigheden. Van belang is dat deze criteria vooraf kenbaar zijn, consistent worden toegepast en voldoende concreet zijn om beloningsverschillen te kunnen verklaren. Hiermee wordt de basis gelegd voor transparantie, toetsbaarheid en verdere stappen onder de Wet Loontransparantie.

Na het vaststellen van functies en beloningscriteria is het van belang te beoordelen of concrete beloningsbesluiten binnen de organisatie herleidbaar en inzichtelijk zijn. De Wet Loontransparantie vergroot het belang van een deugdelijke onderbouwing, omdat werkgevers in toenemende mate moeten kunnen uitleggen waarom een werknemer in een bepaalde schaal, trede of loonbandbreedte is geplaatst. Dit geldt zowel bij de aanvang van het dienstverband als bij latere loonontwikkelingen.

Het is daarom aangewezen om vast te leggen welke objectieve criteria ten grondslag liggen aan individuele inschalingen en eventuele afwijkingen daarvan. Afwijkingen van het standaardkader zijn niet uitgesloten, maar moeten wel op een consistente en genderneutrale wijze verklaarbaar zijn. Een goede documentatie ondersteunt de werkgever bij het beantwoorden van informatieverzoeken van werknemers en speelt tevens een rol bij de beoordeling van mogelijke geschillen over gelijke beloning.

De volgende stap is het inrichten van werkbare processen die aansluiten op de transparantieverplichtingen van de Wet Loontransparantie. Dit betekent dat vacatureteksten, wervings- en selectieformats en loononderhandelingsprocessen in lijn moeten zijn met de eis dat het aanvangsloon of de loonbandbreedte tijdig kenbaar wordt gemaakt en dat niet wordt gevraagd naar eerdere salarisgegevens. Deze uitgangspunten dienen niet alleen formeel te zijn vastgelegd, maar ook praktisch te worden toegepast door leidinggevenden, HR-medewerkers en recruiters.

Daarnaast is het noodzakelijk om een duidelijk intern proces in te richten voor het ontvangen en afhandelen van informatieverzoeken van werknemers over loon. Dit proces moet waarborgen dat verzoeken worden geregistreerd, beoordeeld en binnen de wettelijke termijn worden beantwoord. Daarbij is het van belang vast te leggen wie binnen de organisatie bevoegd is om te reageren, welke informatie wordt verstrekt en op welke wijze consistentie en zorgvuldigheid worden geborgd. Een dergelijke procesinrichting ondersteunt zowel de naleving van de wet als de eenduidigheid in de communicatie richting werknemers.

Indien op de werkgever rapportageverplichtingen van toepassing zijn, is het van belang tijdig te waarborgen dat de benodigde gegevens op een betrouwbare en consistente wijze kunnen worden verzameld en verwerkt. De rapportage ziet op de loonkloof en op verschillende samenhangende indicatoren, waardoor inzicht moet bestaan in functies, functiecategorieën, beloningscomponenten en de verdeling naar geslacht. Dit vergt aandacht voor datakwaliteit en voor een controleerbaar rekenkader dat reproduceerbare uitkomsten oplevert.

Daarnaast kan de wet meebrengen dat bij bepaalde uitkomsten overleg en evaluatie met de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging aan de orde is. In dat kader is het van belang vooraf duidelijke afspraken te maken over governance, waaronder de rolverdeling binnen de organisatie, verantwoordelijkheden bij analyse en besluitvorming en de wijze waarop uitkomsten worden toegelicht. Een zorgvuldige voorbereiding ondersteunt een gestructureerde dialoog met de medezeggenschap en draagt bij aan een transparante en juridisch houdbare aanpak van beloningsverschillen.

De loonevaluatie heeft een vaste minimuminhoud. Deze omvat in ieder geval een analyse van de samenstelling van de categorieën (aandeel vrouwen en mannen), informatie over gemiddelde loonniveaus en variabele componenten per categorie, de vastgestelde loonkloof, en de redenen voor eventuele loonkloven op basis van objectieve en genderneutrale criteria. Daarnaast bevat de evaluatie de maatregelen om ongerechtvaardigde loonverschillen aan te pakken en een beoordeling van de doeltreffendheid van maatregelen uit eerdere evaluaties.

Verder bevat de evaluatie een specifiek rapportage-element over loonontwikkeling rondom bepaalde verlofvormen: in de relevante categorie wordt mede betrokken welk aandeel vrouwen en mannen na terugkeer van zwangerschaps- of bevallingsverlof, geboorteverlof, ouderschapsverlof of zorgverlof een loonsverhoging heeft genoten, voor zover in die categorie in de betreffende periode loonsverhogingen hebben plaatsgevonden.

Tijdlijn en fasering

De beoogde inwerkingtreding van de Wet Loontransparantie in Nederland is vastgesteld op 1 januari 2027. Met ingang van die datum worden de bepalingen uit de implementatiewet onderdeel van het geldende arbeidsrecht. Tot dat moment blijft het bestaande wettelijke kader van toepassing, waaronder de huidige regels over gelijke beloning en gelijke behandeling, die reeds afdwingbaar zijn.

Lees meer

De verplichtingen die betrekking hebben op werving en selectie, zoals het tijdig kenbaar maken van het aanvangsloon of de loonbandbreedte en het verbod om te vragen naar eerdere salarissen, zijn naar hun aard direct toepasbaar vanaf het moment van inwerkingtreding. Hetzelfde geldt voor het informatierecht van werknemers over loon.

De rapportageverplichtingen kennen een andere dynamiek. Deze zijn gekoppeld aan een kalenderjaar en hebben betrekking op gegevens over een voorafgaande periode. Daardoor zullen de effecten van deze verplichtingen in de praktijk niet onmiddellijk zichtbaar zijn op de datum van inwerkingtreding, maar pas bij de eerste rapportageronde die daarop volgt. Afhankelijk van de omvang van de werkgever en de toepasselijke rapportagefrequentie kan dit betekenen dat de eerste formele rapportage pas in de loop van 2028 of later plaatsvindt.

Uitleg voor werknemers

Als werknemer heeft u op grond van de Wet Loontransparantie een wettelijk recht om inzicht te krijgen in de beloningsverhoudingen binnen uw organisatie. Dit recht houdt in dat u schriftelijk informatie kunt opvragen over uw eigen individuele loonniveau en over de naar geslacht uitgesplitste gemiddelde loonniveaus van werknemers die gelijke of gelijkwaardige arbeid verrichten. Het gaat daarbij om gemiddelde gegevens per categorie en niet om de individuele salarissen van collega’s.

Het informatierecht is bedoeld om u in staat te stellen te beoordelen of uw beloning in verhouding staat tot die van anderen in een vergelijkbare positie. Zonder dergelijke informatie is het moeilijk vast te stellen of sprake kan zijn van een ongerechtvaardigd loonverschil. De wet beoogt met dit recht de transparantie te vergroten en de uitoefening van het recht op gelijke beloning te ondersteunen.

De werkgever is verplicht de gevraagde informatie binnen een redelijke termijn te verstrekken en uiterlijk binnen twee maanden na ontvangst van uw verzoek. Indien de informatie onjuist of onvolledig blijkt te zijn, kunt u de werkgever gemotiveerd verzoeken om aanvullende verduidelijkingen of nadere details. De wet verlangt daarmee dat werkgevers hun beloningssystematiek zodanig hebben ingericht dat zij deze informatie op een inzichtelijke en verifieerbare wijze kunnen verstrekken.

De Wet Loontransparantie erkent dat loonvergelijking een noodzakelijke voorwaarde kan zijn voor de toepassing van het beginsel van gelijke beloning. U mag daarom in beginsel informatie over uw eigen loon bekendmaken voor zover dit nodig is om te kunnen vaststellen of sprake is van een ongerechtvaardigd loonverschil. Dit geldt zowel in gesprekken met collega’s als bij het onderbouwen van een verzoek om looninformatie of een mogelijke vordering wegens ongelijke beloning.

Bedingen in arbeidsovereenkomsten of personeelsreglementen die het bespreken van loon in algemene zin verbieden of beperken, zijn voor zover zij dit informatierecht doorkruisen nietig. De wetgever heeft hiermee willen voorkomen dat werknemers feitelijk worden belemmerd om hun recht op gelijke beloning te controleren en te handhaven.

Tegelijkertijd betekent dit niet dat iedere vorm van openbaarmaking van looninformatie in elke situatie zonder gevolgen is. De bescherming ziet specifiek op het gebruik van looninformatie in het kader van gelijke beloning. Andere belangen, zoals vertrouwelijkheid of de wijze waarop informatie wordt gedeeld, kunnen in concrete gevallen nog steeds relevant zijn. Het uitgangspunt blijft echter dat werknemers niet structureel mogen worden verhinderd om loonvergelijkingen te maken.

Een loonverschil tussen u en een collega betekent niet automatisch dat sprake is van verboden onderscheid. De wet laat ruimte voor verschillen in beloning, mits deze zijn gebaseerd op objectieve en genderneutrale criteria. Voorbeelden daarvan zijn verschillen in opleiding, relevante werkervaring, verantwoordelijkheden, prestaties of andere vooraf vastgestelde factoren die samenhangen met de functie of de wijze waarop deze wordt vervuld. Van belang is dat deze criteria vooraf kenbaar zijn en binnen de organisatie op consistente wijze worden toegepast.

Wanneer u vermoedt dat een loonverschil niet op dergelijke objectieve gronden kan worden verklaard, is het van belang eerst inzicht te verkrijgen in de relevante vergelijking. Dit houdt in dat wordt gekeken of sprake is van gelijke of gelijkwaardige arbeid en welke beloningscriteria de werkgever hanteert voor de betreffende categorie van werknemers. Het informatierecht over loon kan daarbij een hulpmiddel zijn om te beoordelen of verschillen verklaarbaar zijn binnen het gehanteerde beloningssysteem.

Indien uit deze informatie blijkt dat een loonverschil niet of onvoldoende kan worden onderbouwd met objectieve en genderneutrale criteria, kan sprake zijn van een ongerechtvaardigd verschil. In dat geval kan het aangewezen zijn om dit binnen de organisatie bespreekbaar te maken of, indien nodig, verdere stappen te overwegen om het recht op gelijke beloning te laten toetsen.

Omdraaiing en verlichting van de bewijslast

De Wet Loontransparantie sluit aan bij het bestaande gelijkebehandelingsrecht, waarin al wordt gewerkt met een verschuiving van de bewijslast. In de kern geldt dat een werknemer feiten moet aanvoeren die een onderscheid in beloning kunnen doen vermoeden. Vervolgens is het aan de werkgever om aan te tonen dat geen sprake is van verboden onderscheid en dat eventuele loonverschillen berusten op objectieve en genderneutrale criteria.

De wet versterkt deze systematiek niet alleen praktisch, maar ook formeel. In de officiële toelichting wordt beschreven dat bij niet-naleving van specifieke loontransparantieverplichtingen een verdere verschuiving van de bewijslast geldt, waardoor de werkgever in grotere mate moet aantonen dat geen sprake is van loondiscriminatie. Dit sluit aan bij het uitgangspunt dat werknemers zonder naleving van transparantieverplichtingen moeilijker aan de benodigde informatie kunnen komen om hun rechten effectief uit te oefenen.

Rol van rapportage en documentatie

De rapportageverplichtingen en de onderliggende documentatie spelen een belangrijke rol bij deze bewijslastverdeling. Werkgevers moeten in staat zijn om hun beloningsstructuur en individuele beloningsbesluiten toe te lichten. Indien zij dat niet kunnen, kan dit in een procedure in hun nadeel werken. De wetgever beoogt hiermee dat loonverschillen niet alleen formeel, maar ook inhoudelijk verklaarbaar zijn.

Compensatie van schade en proceskosten

Naast de bewijspositie bevat het wettelijke kader ook bepalingen over compensatie. Werknemers die benadeeld zijn door loondiscriminatie hebben aanspraak op volledige vergoeding van de geleden schade. Deze compensatie kan bestaan uit achterstallig loon, maar ook uit andere schade die rechtstreeks verband houdt met het ongerechtvaardigde loonverschil.

De wet sluit aan bij het uitgangspunt dat handhaving van het recht op gelijke beloning effectief moet zijn en dat werknemers niet onevenredig mogen worden belemmerd door kosten. In de toelichting wordt benadrukt dat volledige compensatie van schade die voortvloeit uit loondiscriminatie het uitgangspunt is. Daarnaast is relevant dat het kostenrisico in procedures over gelijke beloning zodanig moet worden benaderd dat het instellen van een vordering niet onnodig wordt ontmoedigd, mede in situaties waarin de werknemer gegronde redenen had om te procederen.

Proceskosten wanneer de werknemer geen gelijk krijgt

In het civiele procesrecht geldt als uitgangspunt dat de partij die in het ongelijk wordt gesteld in de proceskosten kan worden veroordeeld. De officiële toelichting bij de Wet Loontransparantie legt echter nadruk op het uitgangspunt dat de toegang tot rechtsbescherming bij gelijke beloning niet onnodig mag worden belemmerd door een kostenrisico, met name wanneer een werknemer gegronde redenen had om de vordering in te stellen.

In deze procedures is van belang dat de rechter ruimte heeft om het kostenrisico in lijn te brengen met het doel van effectieve rechtsbescherming. In de toelichting wordt daarbij expliciet genoemd dat ook wanneer een werknemer niet (volledig) in het gelijk wordt gesteld, het uitgangspunt kan zijn dat geen proceskostenveroordeling volgt indien de werknemer gegronde redenen had om te procederen. Een voorbeeld dat daarbij wordt genoemd is de situatie waarin de werkgever niet aan transparantieverplichtingen heeft voldaan, waardoor de werknemer minder mogelijkheden had om vooraf duidelijkheid te verkrijgen.

Bij werkgevers waar de Wet Loontransparantie leidt tot rapportage- of evaluatieverplichtingen, krijgt de ondernemingsraad (of, indien van toepassing, de personeelsvertegenwoordiging) een betrokken rol bij de bespreking van de uitkomsten. Wanneer uit rapportages blijkt dat sprake is van loonverschillen, kan de ondernemingsraad worden geïnformeerd over de aard en omvang daarvan en over de wijze waarop de werkgever deze verschillen beoordeelt en verklaart.

Indien een ongerechtvaardigd loonverschil wordt vastgesteld, kan de wet meebrengen dat een gezamenlijke loonevaluatie plaatsvindt. In dat kader heeft de ondernemingsraad een rol bij het volgen en bespreken van de analyse en de voorgenomen maatregelen. Deze betrokkenheid sluit aan bij de bestaande positie van de ondernemingsraad op het terrein van arbeidsvoorwaarden en beloningssystemen.

Daarnaast behoudt de ondernemingsraad zijn bevoegdheden op grond van de Wet op de ondernemingsraden. Zo kan medezeggenschap ook los van de loontransparantieregels invloed uitoefenen op de inrichting en wijziging van belonings- en functiewaarderingssystemen, voor zover deze onder het instemmings- of adviesrecht vallen. De Wet Loontransparantie versterkt daarmee niet zozeer nieuwe bevoegdheden, maar vergroot de informatiebasis waarop de ondernemingsraad zijn rol kan uitoefenen.

Stappenplan – hoe oefent u het informatierecht uit?

Voordat u een verzoek om looninformatie indient, is het van belang om zo duidelijk mogelijk te bepalen waarop uw vraag ziet. De Wet Loontransparantie sluit aan bij het onderscheid tussen gelijke arbeid en gelijkwaardige arbeid. Dit betekent dat u zich, voor zover mogelijk, een beeld vormt van de functie of functiecategorie waarmee u uw beloning wilt vergelijken. Daarbij kan worden aangesloten bij bestaande functiebeschrijvingen, functiewaarderingssystemen of interne functiegroepen binnen de organisatie.

De gekozen categorisering is van belang voor de informatie die u kunt opvragen. Het informatierecht ziet immers op het gemiddelde loonniveau van werknemers die gelijke of gelijkwaardige arbeid verrichten. Een duidelijke afbakening van de relevante categorie helpt om het verzoek concreet te maken en vergroot de kans dat de ontvangen informatie daadwerkelijk inzicht biedt in de beloningsverhoudingen die voor uw situatie relevant zijn.

Nadat u heeft bepaald waarop uw vraag betrekking heeft, kunt u een schriftelijk verzoek om looninformatie indienen bij uw werkgever. In dit verzoek vraagt u om twee onderdelen: ten eerste om informatie over uw eigen individuele loonniveau en ten tweede om de naar geslacht uitgesplitste gemiddelde loonniveaus van werknemers die behoren tot de relevante functiecategorie of categorieën van gelijke of gelijkwaardige arbeid.

Het verdient aanbeveling het verzoek schriftelijk vast te leggen, zodat duidelijk is wanneer het is ingediend en welke informatie precies is gevraagd. Noteer daarbij de datum van het verzoek, omdat de werkgever verplicht is binnen een redelijke termijn te reageren en uiterlijk binnen twee maanden na ontvangst van het verzoek de gevraagde informatie te verstrekken. Deze termijn vormt een belangrijk ijkpunt bij de verdere uitoefening van het informatierecht.

Wanneer u de gevraagde looninformatie heeft ontvangen, is het van belang deze zorgvuldig te beoordelen. Indien de verstrekte gegevens naar uw oordeel onjuist, onvolledig of onvoldoende duidelijk zijn, biedt de Wet Loontransparantie u de mogelijkheid om gemotiveerd om aanvullende verduidelijkingen of nadere details te verzoeken. Dit vervolgvraagrecht is bedoeld om te waarborgen dat de informatie daadwerkelijk bruikbaar is voor het doel waarvoor zij wordt verstrekt.

Een verzoek om verduidelijking kan bijvoorbeeld betrekking hebben op de afbakening van de gehanteerde functiecategorie, de beloningscomponenten die in de berekening zijn meegenomen of de wijze waarop de gemiddelde loonniveaus zijn vastgesteld. Van belang is dat het verzoek redelijk en concreet is geformuleerd. De werkgever is gehouden dergelijke verduidelijkingen te verstrekken, voor zover dit nodig is om inzicht te geven in de beloningsverhoudingen en de onderliggende systematiek.

Na ontvangst van de looninformatie en eventuele nadere verduidelijkingen is het aan u om te beoordelen of een eventueel vastgesteld loonverschil objectief kan worden verklaard. De wet laat ruimte voor loonverschillen die berusten op objectieve en genderneutrale criteria, zoals relevante werkervaring, opleiding, verantwoordelijkheden, prestaties of andere vooraf vastgestelde factoren. Van belang is dat deze criteria vooraf kenbaar zijn en binnen de organisatie op consistente wijze worden toegepast.

Indien u aanwijzingen heeft dat een loonverschil niet of onvoldoende kan worden verklaard aan de hand van dergelijke criteria, kan het aangewezen zijn om dit binnen de organisatie bespreekbaar te maken. Daarbij kan worden gedacht aan overleg met HR of, indien aanwezig, de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging. In het verlengde daarvan kan, afhankelijk van de omstandigheden, ook worden overwogen om het loonverschil langs juridische weg te laten toetsen. De Wet Loontransparantie biedt hiervoor een versterkt kader, maar laat ruimte voor een zorgvuldige afweging per individueel geval.

Meer info

Vraag en antwoord

Het uitgangspunt is een ruim loonbegrip

Bij de beoordeling van gelijke beloning en bij loonvergelijkingen wordt uitgegaan van een ruim loonbegrip. Het begrip beloning beperkt zich niet tot het vaste salaris, maar omvat alle voordelen die een werknemer in verband met de arbeid ontvangt. Dit uitgangspunt sluit aan bij het doel van loontransparantie: het verkrijgen van een volledig en realistisch beeld van de feitelijke beloningsverhoudingen binnen een organisatie, zodat eventuele verschillen zichtbaar en controleerbaar worden.

Basisloon en vaste beloningsbestanddelen

Het basisloon vormt het uitgangspunt van iedere loonvergelijking. Hieronder valt het vaste bruto salaris of uurloon, inclusief de inschaling in een salarisschaal, trede of loonband. Voor zover vaste toeslagen structureel deel uitmaken van de beloning, zoals functie- of verantwoordelijkheidstoeslagen, worden ook deze meegenomen bij de beoordeling. Het gaat daarbij om beloningsbestanddelen die aan de individuele werknemer zijn toe te rekenen en die structureel bijdragen aan het loon.

Variabele beloning en aanvullende componenten

Naast het basisloon worden ook variabele en aanvullende beloningscomponenten betrokken bij de vergelijking. Hieronder vallen onder meer bonussen, prestatiebeloning, provisies en andere resultaatafhankelijke beloningselementen. Juist doordat loonverschillen zich ook via deze componenten kunnen voordoen, is het van belang dat zij zichtbaar worden gemaakt en afzonderlijk kunnen worden beoordeeld in het kader van gelijke beloning.

Loon in natura en voordelen met geldswaarde

Beloning kan niet alleen bestaan uit geld, maar ook uit voordelen in natura die een geldswaarde vertegenwoordigen. Voorbeelden hiervan zijn het privégebruik van een leaseauto of andere structurele voorzieningen die aan de werknemer worden toegekend en die een economisch voordeel opleveren. Voor de beoordeling van gelijke beloning en het informatierecht van werknemers kunnen dergelijke voordelen onderdeel uitmaken van de loonvergelijking, voor zover zij daadwerkelijk bijdragen aan het beloningsniveau van de werknemer.

Voor rapportageverplichtingen geldt dat bepaalde looncomponenten buiten beschouwing kunnen blijven wanneer zij niet individueel toerekenbaar zijn of wanneer zij voor alle werknemers op gelijke wijze beschikbaar zijn. In dat geval dragen zij niet bij aan het zichtbaar maken van loonverschillen.

Vergoedingen en kostencomponenten

Niet iedere betaling of vergoeding kwalificeert als loon. Vergoedingen die uitsluitend bedoeld zijn om daadwerkelijk gemaakte kosten te compenseren, zoals reiskosten of onkostenvergoedingen, worden in beginsel niet als beloning aangemerkt. Dit kan anders zijn wanneer een vergoeding structureel of bovenmatig is en feitelijk (deels) het karakter van beloning heeft. In dat geval kan zij relevant zijn voor de loonvergelijking.

Secundaire arbeidsvoorwaarden

Secundaire arbeidsvoorwaarden kunnen onderdeel zijn van de loonvergelijking voor zover zij een beloningskarakter hebben of leiden tot structurele verschillen tussen werknemers die gelijke of gelijkwaardige arbeid verrichten. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij structurele gratificaties, extra verlofregelingen met geldswaarde of verschillen in werkgeversbijdragen die aantoonbaar invloed hebben op het totale beloningsniveau. Arbeidsvoorwaarden die geen direct financieel voordeel opleveren of die voor alle werknemers gelijk zijn, spelen in de regel geen rol bij de vergelijking.

Beoordeling in samenhang

De vergelijking van beloning vindt plaats in samenhang en niet uitsluitend per afzonderlijk loonbestanddeel. Het gaat om het totale beeld van de beloning binnen een categorie van gelijke of gelijkwaardige arbeid. Dat betekent dat structurele voordelen niet buiten beschouwing mogen blijven enkel omdat zij niet als salaris zijn vormgegeven, maar ook dat verschillen moeten worden beoordeeld in hun context. Doorslaggevend is of de beloning als geheel objectief en genderneutraal kan worden verklaard.

Onder gelijke arbeid wordt verstaan arbeid die inhoudelijk hetzelfde is. Het gaat daarbij om functies waarin werknemers vergelijkbare taken verrichten onder vergelijkbare omstandigheden en waarbij de functie-eisen in hoofdzaak overeenkomen. In dat geval ligt de vergelijking relatief eenvoudig voor de hand: werknemers die hetzelfde werk doen, behoren in beginsel gelijk te worden beloond, tenzij objectieve en genderneutrale factoren een verschil rechtvaardigen.

Gelijkwaardige arbeid ziet op arbeid die niet identiek is, maar waarvan de totale waarde vergelijkbaar wordt geacht. Bij deze beoordeling wordt niet uitsluitend gekeken naar functietitels of afzonderlijke taken, maar naar een samenstel van factoren. Daarbij spelen onder meer een rol: de aard van het werk, de vereiste vaardigheden en opleiding, de mate van verantwoordelijkheid, de benodigde inspanning en de arbeidsomstandigheden waaronder het werk wordt verricht. Twee functies kunnen inhoudelijk verschillen, maar toch als gelijkwaardig worden aangemerkt wanneer zij vanuit deze criteria een vergelijkbare zwaarte en waarde hebben.

Voor de toepassing van de Wet Loontransparantie is van belang dat werkgevers een werkbare en controleerbare categorisering hanteren van functies en werknemers. Die categorisering vormt de basis voor loonvergelijkingen, het informatierecht van werknemers en – waar van toepassing – rapportages over de loonkloof. De wet schrijft niet voor welk systeem moet worden gebruikt, maar verlangt wel dat de indeling berust op objectieve en genderneutrale criteria en consequent wordt toegepast.

Het onderscheid tussen gelijke en gelijkwaardige arbeid maakt duidelijk dat loontransparantie niet beperkt is tot exacte functievergelijkingen. Juist bij gelijkwaardige arbeid wordt zichtbaar of beloningsverschillen samenhangen met objectieve factoren of dat zij niet (voldoende) verklaarbaar zijn. Daarmee speelt dit begrip een centrale rol bij het beoordelen van beloningsverhoudingen binnen de organisatie.

Op grond van de Wet Loontransparantie heeft een werknemer het recht om schriftelijk informatie op te vragen over zijn of haar beloning. De werkgever is in dat geval verplicht om inzicht te geven in het individuele loonniveau van de werknemer. Dit betreft het loon zoals dat voor de werknemer geldt, waarbij aansluiting wordt gezocht bij het loonbegrip dat in de wet wordt gehanteerd. Afhankelijk van de context kan dit zien op het basisloon en, waar relevant, aanvullende of variabele beloningscomponenten.

Daarnaast moet de werkgever informatie verstrekken over de naar geslacht uitgesplitste gemiddelde loonniveaus van werknemers die gelijke of gelijkwaardige arbeid verrichten. Deze informatie heeft betrekking op categorieën van werknemers en niet op individuele collega’s. Het doel hiervan is om de werknemer in staat te stellen zijn of haar beloning te vergelijken met het gemiddelde beloningsniveau binnen een relevante functiegroep, zonder dat de privacy van andere werknemers wordt geschonden.

De verstrekte informatie moet voldoende duidelijk en volledig zijn om het informatierecht effectief te laten functioneren. Indien de werknemer gemotiveerd aangeeft dat de informatie onjuist, onvolledig of onvoldoende inzichtelijk is, rust op de werkgever de verplichting om aanvullende en redelijke verduidelijkingen of nadere details te verstrekken. Dit kan bijvoorbeeld betrekking hebben op de afbakening van de gebruikte categorieën, de beloningscomponenten die zijn meegenomen of de wijze waarop de gemiddelden zijn berekend.

De wet verlangt daarmee niet alleen dat informatie wordt verstrekt, maar ook dat de onderliggende beloningssystematiek zodanig is ingericht en vastgelegd dat deze kan worden toegelicht en gecontroleerd. Dit onderstreept het belang van transparante, objectieve en consistent toegepaste beloningscriteria binnen de organisatie.

De Wet Loontransparantie bepaalt dat de werkgever de gevraagde looninformatie moet verstrekken binnen een redelijke termijn en in ieder geval uiterlijk binnen twee maanden na de datum waarop het informatieverzoek is gedaan. Deze maximale termijn geldt ongeacht de omvang van de organisatie en vormt een harde wettelijke grens.

Het begrip ‘redelijke termijn’ brengt tot uitdrukking dat van werkgevers wordt verwacht dat zij voortvarend handelen. In situaties waarin de gevraagde informatie eenvoudig beschikbaar is, ligt het voor de hand dat eerder dan na twee maanden wordt gereageerd. De uiterste termijn van twee maanden biedt met name ruimte voor gevallen waarin de informatie moet worden verzameld, gecontroleerd of nader moet worden uitgewerkt.

Indien een werkgever niet tijdig reageert, handelt hij in strijd met de wettelijke verplichtingen. Dit kan gevolgen hebben voor de rechtspositie van de werkgever, met name in het kader van geschillen over gelijke beloning. De termijnverplichting onderstreept daarmee het belang van een goed ingerichte interne procedure voor het ontvangen en afhandelen van informatieverzoeken.

Onder objectieve en genderneutrale beloningscriteria worden criteria verstaan die losstaan van het geslacht van de werknemer en die geschikt zijn om loonverschillen op een controleerbare wijze te verklaren. Het gaat om criteria die niet direct, maar ook niet indirect tot onderscheid naar geslacht leiden. Dat betekent dat zij op zichzelf neutraal zijn geformuleerd én in de praktijk op een gelijke en consistente wijze worden toegepast op alle werknemers in vergelijkbare posities.

In de praktijk betreft het veelal vooraf vastgelegde criteria die onderdeel uitmaken van het beloningsbeleid. Hierbij kan worden gedacht aan functiewaardering, relevante werkervaring, opleiding en kwalificaties, de zwaarte en verantwoordelijkheid van de functie, prestaties of doorgroeimogelijkheden. Van belang is dat deze criteria vooraf kenbaar zijn voor werknemers en niet pas achteraf worden aangevoerd ter rechtvaardiging van een loonverschil.

Daarnaast vereist de wet dat de toepassing van deze criteria controleerbaar en consistent is. Een op zichzelf objectief criterium kan zijn neutraliteit verliezen wanneer het selectief of willekeurig wordt toegepast. Om die reden is documentatie van beloningsbesluiten en een eenduidige toepassing van criteria essentieel. Alleen wanneer duidelijk kan worden gemaakt dat loonverschillen voortvloeien uit objectieve en genderneutrale criteria, kunnen deze verschillen in het kader van loontransparantie als gerechtvaardigd worden aangemerkt.

De transparantieregels van de Wet Loontransparantie beperken zich niet tot het basisloon of het vaste salaris. Het loonbegrip dat in de wet wordt gehanteerd, omvat in bredere zin alle beloningsbestanddelen die de werknemer ontvangt in verband met de arbeidsovereenkomst. Daarmee wordt beoogd een volledig beeld te krijgen van de feitelijke beloning, zodat mogelijke verschillen niet uitsluitend via variabele of aanvullende componenten worden vormgegeven.

Naast het basisloon kunnen daarom ook aanvullende beloningscomponenten onder de transparantieregels vallen. Hierbij kan worden gedacht aan variabele beloning, zoals bonussen, prestatiebeloning of provisies, maar ook aan andere loonbestanddelen die in geld of geldswaarde worden toegekend. Bij de rapportageverplichtingen wordt expliciet onderscheid gemaakt tussen de basisbeloning en variabele componenten, zodat inzicht ontstaat in eventuele verschillen in de samenstelling van de totale beloning.

Het betrekken van verschillende looncomponenten onderstreept dat gelijke beloning niet uitsluitend ziet op het vaste salaris, maar op de totale beloningsstructuur. Voor werkgevers betekent dit dat zij niet alleen het basissalaris, maar ook aanvullende beloning op een objectieve en genderneutrale wijze moeten kunnen onderbouwen. Voor werknemers vergroot dit de mogelijkheid om een reëel en volledig beeld te krijgen van beloningsverhoudingen binnen vergelijkbare functies.

De Wet Loontransparantie bevat een specifieke en afwijkende regeling voor arbeidskrachten die ter beschikking worden gesteld, zoals uitzendkrachten. Deze regeling gaat uit van het gegeven dat in een driehoeksverhouding de formele werkgever (de uitlener) en de feitelijke werkgever (de inlener) ieder over andere looninformatie beschikken. Om te waarborgen dat het informatierecht van de uitzendkracht daadwerkelijk kan worden uitgeoefend, is het informatierecht daarom gesplitst.

Informatie over het individuele loonniveau: via de uitlener

De informatie over het individuele loonniveau van de uitzendkracht wordt verstrekt door de uitlener, zijnde de formele werkgever. De uitlener beschikt over de gegevens over het loon dat daadwerkelijk aan de uitzendkracht wordt betaald en is daarom verantwoordelijk voor het verstrekken van deze informatie. Voor dit onderdeel is geen informatieverstrekking door de inlener nodig.

Informatie over gemiddelde loonniveaus: rechtstreeks bij de inlener

Voor informatie over de naar geslacht uitgesplitste gemiddelde loonniveaus van werknemers die gelijke of gelijkwaardige arbeid verrichten, geldt een andere benadering. Deze informatie kan uitsluitend worden verstrekt door de inlener, omdat alleen de inlener beschikt over de beloningsgegevens van de eigen werknemers met wie de uitzendkracht wordt vergeleken.

De wet bepaalt daarom dat een terbeschikkinggestelde arbeidskracht deze informatie rechtstreeks bij de inlener opvraagt. De uitlener beschikt in beginsel niet over deze gegevens en is niet gehouden deze informatie te verstrekken.

Verdeling van verantwoordelijkheden

De wet kiest hiermee bewust voor een functionele verdeling van verantwoordelijkheden. De uitlener blijft formeel werkgever en verstrekt informatie over het individuele loon van de uitzendkracht. De inlener verstrekt informatie over de gemiddelde loonniveaus binnen de relevante functiecategorieën waar de uitzendkracht feitelijk werkzaam is. Beide partijen hebben daarmee eigen wettelijke verplichtingen om het informatierecht van de uitzendkracht effectief te laten functioneren.

De uitzendkracht hoeft zich in dit kader niet te beperken tot één partij, maar richt het informatieverzoek tot degene die over de betreffende informatie beschikt.

Een rapportageverplichting geldt voor werkgevers die een bepaalde omvang bereiken. Op grond van de Wet Loontransparantie zijn werkgevers met 100 of meer werknemers verplicht om periodiek gegevens vast te stellen over loonverschillen tussen mannen en vrouwen binnen de organisatie. De verplichting is gekoppeld aan de omvang van de werkgever en heeft daarmee een structureel karakter: zodra de drempel wordt bereikt, ontstaat de verplichting om op vaste momenten te rapporteren. Getalsmatig geldt door de telling dat het gaat om FTE’s, waarbij ook van belang is dat uitzendkrachten aan de inlenende organisatie toegerekend en dus meetellen. 

De inhoud van de rapportage is wettelijk omlijnd en ziet op meerdere indicatoren die gezamenlijk inzicht moeten geven in de beloningsverhoudingen. Centraal staat de (mediane) loonkloof tussen mannelijke en vrouwelijke werknemers. Daarnaast moeten verschillen in variabele beloningscomponenten worden meegenomen, evenals gegevens over de verdeling van mannen en vrouwen over loonkwartielen. Deze informatie maakt zichtbaar hoe beloning binnen de organisatie is gespreid en of bepaalde groepen structureel hoger of lager zijn ingeschaald.

Verder bevat de rapportage gegevens over loonverschillen binnen categorieën van werknemers die gelijke of gelijkwaardige arbeid verrichten. Dit vereist dat de werkgever beschikt over een duidelijke indeling in functies of functiegroepen. De rapportage is daarmee niet slechts een statistische verplichting, maar veronderstelt een onderliggend systeem van functiewaardering en beloningsstructuren dat controleerbaar en consistent is ingericht.

De rapportage dient als instrument om mogelijke ongerechtvaardigde loonverschillen zichtbaar te maken. Indien uit de vastgestelde gegevens blijkt dat sprake is van een relevant loonverschil dat niet objectief kan worden verklaard, kan dit aanleiding zijn voor nadere analyse en evaluatie. Daarmee vormt de rapportage niet alleen een verantwoordingsmiddel, maar ook een uitgangspunt voor verdere stappen binnen het kader van de wet.

Een (gezamenlijke) loonevaluatie is in het wetsvoorstel gekoppeld aan een concrete wettelijke drempel en aan de rapportageplicht. De verplichting kan aan de orde zijn bij werkgevers die onder de rapportageverplichtingen vallen, wanneer binnen een categorie van werknemers die gelijke of gelijkwaardige arbeid verrichten een loonkloof van vijf procent of meer wordt vastgesteld. Daarbij is beslissend of het verschil kan worden gerechtvaardigd met objectieve en genderneutrale criteria.

De wet koppelt hieraan een aanvullende voorwaarde: de ongerechtvaardigde loonkloof moet niet binnen zes maanden zijn verholpen na het moment waarop de relevante informatie is verstrekt en beschikbaar is gesteld. De loonevaluatie is vervolgens gericht op het vaststellen van oorzaken en op het treffen van maatregelen om het verschil weg te nemen of de onderbouwing en toepassing van beloningscriteria zodanig te verbeteren dat ongerechtvaardigde verschillen worden voorkomen.

De loonevaluatie heeft een gezamenlijk karakter en vindt plaats met betrokkenheid van de werknemersvertegenwoordiging zoals die binnen de organisatie geldt (ondernemingsraad of, indien van toepassing, personeelsvertegenwoordiging). De kern is dat loonverschillen controleerbaar moeten zijn: óf zij zijn objectief en genderneutraal verklaarbaar, óf er moeten maatregelen volgen om het verschil weg te nemen en de beloningssystematiek transparant en consistent in te richten.

 

Naast inhoudelijke transparantieverplichtingen geldt er toezicht en bestuursrechtelijke handhaving. Toezichthouders kunnen, binnen de wettelijke kaders, aanwijzingen of eisen stellen over de wijze van naleving van aangewezen verplichtingen. Bij overtreding kan een bestuurlijk traject volgen met instrumenten zoals een waarschuwing, een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete.

Daarnaast geldt er in de mogelijkheid dat bepaalde handhavingsbesluiten openbaar worden gemaakt, met inachtneming van randvoorwaarden (waaronder regels over timing en uitzonderingen). Dit beoogt inzicht te geven in het toezicht en de nalevingspraktijk.

Loongegevens kwalificeren als persoonsgegevens zodra zij direct of indirect herleidbaar zijn tot een identificeerbare werknemer. Dit betekent dat de verstrekking en verwerking van looninformatie onder het toepassingsbereik van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) valt. De Wet Loontransparantie brengt hierin geen wijziging aan, maar introduceert wel situaties waarin looninformatie moet worden gedeeld. Daarbij geldt dat deze verplichtingen steeds moeten worden uitgevoerd binnen de kaders van de privacywetgeving.

In het kader van het informatierecht en de rapportageverplichtingen wordt in beginsel gewerkt met gemiddelde beloningsgegevens per categorie, uitgesplitst naar geslacht. Deze aanpak is juist gekozen om te voorkomen dat individuele lonen openbaar worden. Desondanks kan herleidbaarheid ontstaan, met name bij kleine functiegroepen of wanneer binnen een categorie slechts één of enkele werknemers van een bepaald geslacht werkzaam zijn. In dergelijke situaties kan een gemiddeld loon feitelijk samenvallen met het loon van een individuele werknemer.

De verplichting om informatie te verstrekken blijft ook in deze gevallen bestaan, maar vereist een zorgvuldige uitvoering. Van werkgevers wordt verwacht dat zij waar mogelijk maatregelen treffen om onbedoelde identificatie te beperken, bijvoorbeeld door een zorgvuldige afbakening van categorieën of door toepassing van dataminimalisatie. Tegelijkertijd mag privacybescherming niet worden gebruikt om het informatierecht van werknemers of de transparantiedoelstellingen van de wet illusoir te maken.

De verhouding tussen loontransparantie en privacy vraagt daarmee om een belangenafweging. Enerzijds staat het recht van werknemers op inzicht in beloningsverhoudingen centraal, anderzijds moeten persoonsgegevens worden beschermd tegen onnodige of onevenredige verwerking. De Wet Loontransparantie en de AVG zijn in dit opzicht complementair: transparantie is toegestaan en verplicht waar dat wettelijk is voorgeschreven, mits zij zorgvuldig, proportioneel en met inachtneming van privacybeginselen wordt vormgegeven.

In kleine functiegroepen of categorieën van werknemers kan zich de situatie voordoen dat een gemiddeld loonniveau in de praktijk (nagenoeg) samenvalt met het loon van één individuele werknemer. Dit is met name het geval wanneer binnen een categorie slechts één werknemer van een bepaald geslacht werkzaam is, of wanneer de groep als geheel zeer beperkt van omvang is. In dergelijke gevallen kan de verstrekking van gemiddelde looninformatie leiden tot indirecte herleidbaarheid van individuele loongegevens.

De Wet Loontransparantie onderkent dat deze situatie zich kan voordoen, maar laat het informatierecht van de werknemer in beginsel intact. Dat betekent dat de werkgever niet kan volstaan met het weigeren van informatieverstrekking onder verwijzing naar privacybescherming. Tegelijkertijd verlangt de wet dat de werkgever zorgvuldig omgaat met persoonsgegevens en, waar nodig, passende waarborgen hanteert om onbedoelde identificatie te beperken, in lijn met de eisen van de AVG.

Deze zorgvuldigheid kan onder meer betrekking hebben op de wijze waarop categorieën van werknemers worden afgebakend en ingericht. Een te nauwe of versnipperde indeling kan herleidbaarheid vergroten, terwijl een bredere, functioneel verdedigbare categorisering dat risico kan beperken. Het uitgangspunt blijft dat werknemers hun recht op looninformatie effectief moeten kunnen uitoefenen, terwijl werkgevers tegelijkertijd gehouden zijn om persoonsgegevens niet verder te verwerken dan noodzakelijk. De wet vraagt daarmee om een evenwichtige toepassing, waarbij zowel transparantie als privacybescherming serieus worden genomen.

De Wet Loontransparantie beoogt de handhaving van het beginsel van gelijke beloning te versterken door de bewijspositie van werknemers te verbeteren. In geschillen over loonverschillen wordt het voor werknemers eenvoudiger om aannemelijk te maken dat sprake is van mogelijke loondiscriminatie, mede doordat zij op grond van de wet toegang krijgen tot relevante looninformatie. Deze transparantie maakt het mogelijk om verschillen zichtbaar te maken die voorheen moeilijk te onderbouwen waren.

Voor werkgevers betekent dit dat zij in een dergelijk geschil nadrukkelijker moeten kunnen toelichten waarom loonverschillen bestaan. Van hen wordt verwacht dat zij deze verschillen kunnen onderbouwen met objectieve en genderneutrale criteria die vooraf zijn vastgesteld en consistent zijn toegepast. Indien een werkgever niet in staat is een dergelijke rechtvaardiging te geven, kan het loonverschil als ongerechtvaardigd worden aangemerkt.

Daarnaast sluit het wettelijk kader aan bij het uitgangspunt dat werknemers die zijn benadeeld door loondiscriminatie aanspraak kunnen maken op volledige compensatie van de geleden schade. Dit kan onder meer betrekking hebben op achterstallig loon, maar ook op andere schade die rechtstreeks voortvloeit uit het ongerechtvaardigde loonverschil. De wet onderstreept daarmee dat gelijke beloning niet alleen een normatief uitgangspunt is, maar een recht dat effectief moet kunnen worden afgedwongen.

De Wet Loontransparantie bepaalt dat werknemers niet mogen worden belet om informatie over hun loon bekend te maken voor zover dit noodzakelijk is om het beginsel van gelijke beloning toe te passen. Dit betekent dat een werkgever werknemers niet kan verbieden hun loon te bespreken wanneer dat gesprek dient om loonvergelijking mogelijk te maken of om een mogelijk ongerechtvaardigd loonverschil te onderzoeken.

Bedingen in arbeidsovereenkomsten, personeelsreglementen of andere interne regels die een dergelijk verbod bevatten, zijn voor zover zij dit recht beperken of uitsluiten nietig. De wetgever heeft hiermee willen voorkomen dat werknemers feitelijk worden belemmerd om inzicht te krijgen in beloningsverhoudingen en om hun recht op gelijke beloning te kunnen controleren en handhaven.

Tegelijkertijd staat deze bescherming los van algemene regels over vertrouwelijkheid die in andere contexten kunnen gelden. De wet biedt geen onbeperkt recht op het verspreiden van looninformatie in elke situatie, maar richt zich specifiek op het voorkomen dat loonvergelijking bij voorbaat onmogelijk wordt gemaakt. Het uitgangspunt blijft dat werknemers hun loon kunnen bespreken waar dat functioneel is voor de toepassing van gelijke beloning, terwijl andere gerechtvaardigde belangen in concrete gevallen kunnen blijven meewegen.

Downloads

Publicatie: Voorstel van wet – implementatie richtlijn loontransparantie mannen en vrouwen

Publicatie: Memorie van toelichting conceptwetsvoorstel

Publicatie: Beleidskompas – Loontransparantie mannen en vrouwen