2.1.2.1. Veranderen tijdstip waarop arbeidsovereenkomst eindigt
Als eerst dient er vastgesteld te worden tot welk tijdstip een arbeidsovereenkomst is aangegaan. Is dat niet bepaald (1.3.2.), dan is er sprake van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, i.p.v. een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Het verschil is dat een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, meestal eindigt op het tijdstip tot wanneer de overeenkomst is aangegaan. Een overeenkomst voor onbepaalde tijd moet daarentegen opgezegd worden met een vergunning van het UWV Werkbedrijf (3.4.3.).
Er zijn verschillende veranderingen mogelijk
Wijzigen tijd van een arbeidsovereenkomst die voor bepaalde tijd is aangegaan
In een overeenkomst voor bepaalde tijd, kan het tijdstip waarop de overeenkomst eindigt verkort of verlengd worden, zodat deze eerder of later eindigt.
Verkorting van de tijd van de arbeidsovereenkomst
Het kan onduidelijk zijn welke situatie zich voordoet als partijen overeenkomen dat een overeenkomst voor bepaalde tijd op een eerder datum eindigt. In veel gevallen zal het gaan om een beëindigingsovereenkomst, die op de overeengekomen datum een einde aan het contract maakt. Het is evenwel ook mogelijk dat partijen hun contract voor bepaalde tijd wijzigen, met een verkorting van de contractsduur. Daarbij komt dat in bepaalde omstandigheden de “wijziging” is te zien als het overeenkomen van een nieuwe en opvolgende arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Het verschil kan van belang zijn, daar een beëindigingsovereenkomst het contract altijd beëindigt, terwijl een gewijzigd of nieuw contract voor bepaalde tijd niet altijd eindigt op de overeengekomen datum. Op het onderscheid gaat hoofdstuk 3.1.2.5. nader in (3.1.2.5.).
Verlenging van de tijd van de arbeidsovereenkomst
Voorzichtigheidshalve dient er vanuit gegaan te worden dat er sprake is van een opvolgende arbeidsovereenkomst, indien de verlenging van de arbeidsovereenkomst langer is dan een maand. De verlenging van meer dan een maand wordt daardoor gezien als een aparte arbeidsovereenkomst, bijvoorbeeld de tweede of derde arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Wanneer de arbeidsovereenkomst die wordt verlengd korter duurt dan vier maanden, dan is er ook sprake van een opvolgende arbeidsovereenkomst, als de verlenging langer duurt dan 1/4 van de aanvankelijk overeengekomen arbeidsduur. Bij voorgaande moet bedacht worden dat er nog weinig duidelijkheid bestaat over het vraagstuk wanneer een verlenging als een aparte arbeidsovereenkomst gezien wordt, waardoor een rechter andere grenzen kan hanteren.
Opvolgende arbeidsovereenkomst in plaats van wijziging contractsduur
Bij “verlenging” en soms ook bij “verkorting” kan het in feite gaan om een opvolgende overeenkomst, welke bijvoorbeeld gezien wordt als een tweede of derde arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Deze opvolgende overeenkomst eindigt niet altijd op de overeengekomen tijdsduur. Onder bepaalde omstandigheden wordt de overeenkomst voor bepaalde tijd namelijk omgezet in een overeenkomst voor onbepaalde tijd, welke opgezegd moet worden. Dat geldt wanneer:
- Partijen meerdere arbeidsovereenkomsten hebben gesloten voor bepaalde tijd, terwijl er drie jaren zijn verstreken sinds het aangaan van de eerste arbeidsovereenkomst.
- Partijen binnen een termijn van drie jaar drie arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd zijn aangegaan, wat zij laten volgen door een vierde arbeidsovereenkomst.
- Partijen één arbeidsovereenkomst sloten voor langer dan drie jaar, welke zij na een korte onderbreking voor bepaalde tijd laten volgen, dan wel direct laten volgen door een overeenkomst voor een duur van langer dan drie maanden.
Hoofdstuk 3.2. gaat nader in op het opvolgen van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, waarbij een overeenkomst voor onbepaalde tijd kan ontstaan (3.2.).
“Wijzigen” tijd van een overeenkomst die voor onbepaalde tijd is aangegaan
Bij een contract voor onbepaalde tijd zal wijziging van de tijd waarvoor het contract wordt aangegaan zich niet voordoen. Het overeenkomen of ontstaan van een contract voor onbepaalde tijd betekent dat partijen niet overeen (kunnen) komen op welke datum die arbeidsovereenkomst eindigt. Dat er evenwel een einde aan het contract komt staat vast, want beide partijen weten dat het contract geen eeuw zal duren. In een datum die niet overeengekomen is, kan natuurlijk geen verandering gebracht worden.
Wat partijen wel kunnen veranderen is dat de overeenkomst op een bepaalde datum eindigt. In dat geval is er sprake van een beëindigingsovereenkomst (1.) of er is sprake van het overeenkomen van een nieuw contract voor bepaalde tijd (2.). Was wijziging wel mogelijk geweest, dan kunnen partijen een regeling uit de wet eenvoudig ontduiken, van welke regeling zelfs een CAO niet mag afwijken. De wet schrijft dwingend voor dat opzegging nodig is, als partijen in overleg een overeenkomst voor onbepaalde tijd beëindigen en vervolgens voortzetten met een overeenkomst voor bepaalde tijd (art 7:667-4 BW) (3.2.3.).
Het kan de vraag zijn of partijen in overleg de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd beëindigen en een nieuwe arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd aangaan(1.), dan wel dat partijen een beëindigingsovereenkomst sluiten die hun overeenkomst voor onbepaalde tijd op termijn beëindigt (2.).
1. Na het contract voor onbepaalde tijd volgt een contract voor bepaalde tijd
Er is sprake van een nieuwe arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, wanneer er naast het overeenkomen van een tijdstip waarop de overeenkomst eindigt, er bovendien verandering komt in andere delen van de arbeidsovereenkomst (arbeidsverhouding). Denk aan wezenlijke veranderingen van functie, arbeidsvoorwaarden, werktijden of van de arbeidsduur per week. Zouden partijen zonder die veranderingen geen einddatum afspreken, dan gaat het om een nieuwe arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Het overeenkomen van een tijdstip waarop de overeenkomst eindigt staat dan niet voorop, het is eerder het gevolg van de andere veranderingen die partijen overeenkomen.
Het is goed mogelijk dat deze overeenkomst voor bepaalde tijd niet van rechtswege eindigt op de overeengekomen datum, omdat opzegging (met een vergunning van het UWV Werkbedrijf) vereist is. Dat doet zich voor als partijen in overleg de overeenkomst voor onbepaalde tijd beëindigen, waarbij of waarna zij binnen drie maanden een contract voor bepaalde tijd aangaan, welke niet wezenlijk van de vorige overeenkomst verschilt. Deze situatie doet zich vaak voor als partijen een overeenkomst voor onbepaalde tijd “wijzigen” in een overeenkomst voor bepaalde tijd. Op voorgaande gaat hoofdstuk 3.2.3. nader in (3.2.3.).
2. Beëindigingsovereenkomst die het contract voor onbepaalde tijd beëindigt
Er is sprake van een beëindigingsovereenkomst als partijen alleen afspreken dat hun arbeidsovereenkomst op een bepaalde datum eindigt. Dat neemt niet weg dat zij met het oog op die beëindiging, voor de laatste fase van hun arbeidsverhouding, bepaalde veranderingen kunnen doorvoeren. Treden die veranderingen op de voorgrond en zouden partijen zonder die veranderingen geen einddatum van hun contract afspreken, dan gaat het om een nieuwe arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd (1). De uitleg dat er sprake is van een beëindigingsovereenkomst ligt meer voor de hand als er op korte termijn (enkele maanden) een einde aan de arbeidsverhouding komt. Een beëindigingsovereenkomst brengt altijd een einde aan de arbeidsovereenkomst, wat niet altijd opgaat voor een contract voor bepaalde tijd.
Op het onderscheid tussen een beëindigingsovereenkomst en het overeenkomen van een contract voor bepaalde tijd, gaat hoofdstuk 3.1.2.5. nader in (3.1.2.5.).
Uitdrukkelijke wijzigingen (voorzetting)
Voor bovenstaande veranderingen dient de werkgever overeenstemming te bereiken met de medewerker. De medewerker is op geen enkele wijze verplicht om aan deze veranderingen mee te werken.
Stilzwijgende opvolging
Het is mogelijk dat de tijd waarvoor de arbeidsovereenkomst is aangegaan verstrijkt en dat de medewerker verder is gegaan met zijn werkzaamheden zonder “tegenspraak” van de werkgever. Er is dan sprake van een stilzwijgende opvolging van de arbeidsovereenkomst door partijen. Dan wordt de arbeidsovereenkomst geacht te zijn opgevolgd onder dezelfde voorwaarden als de vorige arbeidsovereenkomst. Ook de duur van de arbeidsovereenkomst wordt overgenomen, echter de opvolgende arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd heeft maximaal een duur van een jaar. Als een cao bepaalt dat opvolging slechts voor onbepaalde tijd mogelijk is, dan zal de stilzwijgende opvolging een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd zijn.
Van “tegenspraak” is sprake, indien de werkgever de medewerker heeft laten weten dat de arbeidsovereenkomst niet wordt gevolgd door een nieuw contract. Dit kan geschieden:
- voor het einde van de arbeidsovereenkomst of
- op het tijdstip waarop de medewerker het werk wil hervatten na het einde van de arbeidsovereenkomst of
- op een tijdstip onmiddellijk nadat de werkgever weet of had kunnen weten dat de medewerker zijn werk heeft hervat na het einde van de arbeidsovereenkomst.
Tegenspraak doet zich ook voor als partijen onderhandelen over een opvolgende arbeidsovereenkomst. Voorzichtigheidshalve kan er vanuit gegaan worden dat er sprake is van een stilzwijgende opvolging, wanneer:
- de onderhandelingen langer duren dan een maand of langer dan 1/4 van de aanvankelijk overeengekomen arbeidsduur, terwijl
- de medewerker tussentijds zijn werkzaamheden mag voortzetten, ondanks het “einde” van de “vorige” arbeidsovereenkomst.
Helaas bestaat er nog veel onduidelijkheid over de vraag in welke mate verlenging door onderhandelingen mogelijk is. Het gevolg hiervan is dat bepaalde rechters sneller of juist minder snel van een opvolgende arbeidsovereenkomst kunnen uitgaan.
Op (stilzwijgende) opvolging wordt nader ingegaan in hoofdstuk 3.2.1. (3.2.1.).
Verder zoeken
Deze pagina is onderdeel van hoofdstuk 2 over veranderingen die zich in een dienstverband kunnen voordoen. U vindt hierin informatie over:
2.1. Verandering functie, vestigingsplaats, arbeidsduur, etc.
2.2. Ziekte en arbeidsongeschiktheid van de werknemer
2.3. Misdragingen, disciplinaire maatregelen (o.a. schorsing, waarschuwing)
2.4. Verlof (o.a. zwangerschap, zorgverlof, ouderschapsverlof).
2.5. Non-actief stellen van werknemers door de werkgever
2.6. (on)gelijke behandeling / discriminatie
2.7. Aansprakelijkheid voor schade van de werknemer of werkgever
2.8. Overgang van de onderneming en gevolgen voor het arbeidscontract
2.9. Overnemen van arbeidsovereenkomsten
2.10. Staking en andere collectieve acties
2.11. Conflicten tussen medewerkers onderling
Zoekt u een ander onderwerp, zie dan onze trefwoorden of inhoudsopgave.




Tweet