1.9.3. Ter beschikking stellen van arbeidskrachten
Uitlenen
De ene organisatie (de uitlener) stelt een arbeidskracht ter beschikking aan een ander (de inlener), terwijl de arbeidskracht (uitzendkracht) onder het toezicht en leiding van de inlener werkt in diens onderneming. De inlener gaat geen arbeidsovereenkomst met de ingeleende kracht aan, maar oefent wel het (gedelegeerde) gezag over deze medewerker uit (1.1.1.). De uitgeleende kracht wordt betaald door de inlener, die voor het ter beschikking stellen van arbeidskrachten een vergoeding van de inlener ontvangt.
Bij het ter beschikking stellen van arbeidskrachten gaat het niet om het bij wijze van hulpbetoon en zonder winstoogmerk ter beschikking stellen van arbeidskrachten, als deze vrijblijvend ter beschikking gestelde arbeidskrachten in dienst zijn van degene die de krachten ter beschikking stelt. Hieronder valt ook niet het uitlenen van arbeidskrachten die in dienst zijn van een leverancier, waarbij deze arbeidskrachten zich voor korte tijd bezig houden met arbeid, welke samenhangt met de geleverde zaak of werk in de onderneming van de klant (art 1-3 WAADI).
De uitlenende organisatie hoeft niet langer te beschikken over een vergunning. Dat de vergunningsplicht is opgeheven betekent nog niet dat de uitlenende organisatie zich niet langer aan regels hoeft te houden. Zo mag de organisatie geen arbeidskrachten ter beschikking stellen aan organisaties waar medewerkers staken of waar medewerker het bedrijf hebben bezet (art 10 WAADI). De uitgeleende kracht mag niet beperkt worden in zijn mogelijkheden om werkzaam te worden of werk te zoeken. Uitlenende organisaties mogen geen onbehoorlijk onderscheid maken, oftewel zij mogen niet discrimineren (2.6.). Verder dient de organisatie de arbeidskracht voordat hij ter beschikking wordt gesteld, te informeren over de beroepskwalificaties die er voor die arbeid nodig zijn, alsmede over de kenmerken van het werk (art 11 WAADI). Daarnaast mag de uitlenende organisatie van arbeidskrachten geen vergoeding verlangen als deze de arbeidskracht op een bepaalde arbeidsplaats ter beschikking stelt (art 9 WAADI). De arbeidsinspectie is belast met het toezicht op het naleven van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs.
De uitgeleende kracht valt doorgaans onder de cao van de uitlener (de cao voor uitzendkrachten). Deze cao van de uitlener geeft voorrang aan de bepalingen van de cao van de inlener over loon en vergoedingen, indien en voor zover deze cao daarvoor speciale bepalingen bevat. Dat doet zich doorgaans niet voor. Is zowel de cao van de inlener als de cao van de uitlener niet van toepassing, dan heeft de uitgeleende kracht recht op een vergelijkbare geldelijke beloning als die geldt voor vergelijkbare werknemers in dienst van de inlener (art 8 WAADI).
In hoofdstuk 6.3.3. wordt nader ingegaan op uitlening in de vorm van detachering en uitzendarbeid (6.3.3.).
Verder zoeken
Deze pagina is onderdeel van hoofdstuk 1 over het aangaan van de arbeidsovereenkomst en de rechten en plichten die hierdoor ontstaan. U vindt in dit deel informatie over:
1.1. Wat is een arbeidsovereenkomst en welke contracten zijn er?
1.2. Tot stand komen van de arbeidsovereenkomst tussen werkgever en werknemer
1.3. Inhoud van de arbeidsovereenkomst (o.a. contract bepaalde tijd, concurrentiebeding, proeftijd, nevenwerk, boetebeding, geheimhouding, detachering)
1.4. Rechten en plichten door aangaan arbeidscontract
1.5. Collectieve arbeidsovereenkomst (CAO)
1.6. Reglement / personeelshandboek
1.7. Verrichten van werk door vreemdelingen
1.8. Medewerkers in dienst van een maatschap of vennootschap
1.9. Arbeidsbemiddeling door het UWV
1.10. Stimulerende maatregelen voor werklozen
Zoekt u een ander onderwerp, zie dan onze trefwoorden of inhoudsopgave.




Tweet