Tweet


4.1.8.3. Beslag op het loon

Inhoudsopgave 4.1.

Een derde kan beslag laten leggen op het loon dat een werkgever verschuldigd is aan de medewerker. In dat geval dient de werkgever het salaris niet aan de werknemer uit te keren, maar aan de deurwaarder die voor die derde het beslag legt. Een deurwaarder of belastingdienst stelt de werkgever op de hoogte van de aard en omvang van de schuld. De werkgever moet melden op wat voor loon de medewerker recht heeft.

Tot het loon waarop beslag gelegd kan worden behoort iedere geldelijke beloning, voorzover dat geld meer bedraagt dan de beslagvrije voet (4.1.8.), waaronder bijvoorbeeld ook toeslagen, een dertiende maand en vakantiegeld vallen. Een onkostenvergoeding is geen loon (4.1.1.) en hierop kan daarom geen loonbeslag gelegd worden. Een werkgever die het loon aan de medewerker uitbetaalt ondanks het beslag, blijft onverkort gehouden bepaalde bedragen te zijner tijd aan de beslaglegger uit te keren. De kantonrechter is bevoegd als het komt tot een procedure tussen de werkgever en de schuldeiser van de medewerker, welk geschil ziet op het beslag op loon van de medewerker.

De werkgever kan zelf ook beslag laten leggen op het loon dat hij moet uitbetalen aan de medewerker. Dit doet hij, als hij een vordering op de medewerker heeft die hij niet meteen kan, maar wel later wil verrekenen (4.1.8.2.).

Cursus Arbeidsrecht

Verder zoeken

Deze pagina is onderdeel van hoofdstuk 4 over de arbeidsvoorwaarden. Oftewel de tegenprestatie waarvoor werknemers bij een werkgever werken op grond van de arbeidsovereenkomst. U vindt in dit deel informatie over:

4.1. Loon (o.a. minimumloon, tijdstip betalen, loon vorderen, beslag)

4.2. Vakantie (o.a. vakantierechten opbouwen en opnemen, vakantiegeld)

4.3. Pensioen (o.a. opbouwen, afkopen, einde dienstverband)

4.4  VUT-regeling

4.5. Afdracht van loonbelasting en premies

Zoekt u een ander onderwerp, zie dan onze trefwoorden of inhoudsopgave.