Tweet


7. Kinderopvang

Inhoudsopgave 7.

Oude situatie
Voorheen gold er alleen een regeling voor kinderopvang als dat in de (collectieve) arbeidsovereenkomst was opgenomen. Dat kwam doordat werkgevers bedrijfsplaatsen reserveerden bij kinderdagverblijven zodat hun werknemers sneller een kind konden plaatsen. De eigen bijdrage van de werknemer werd verrekend met zijn loon, waardoor die medewerker dus minder loon kreeg uitbetaald. Binnen bepaalde branches hadden werkgevers voorgaande uitbesteed aan speciale fondsen die de kinderopvang regelde en financierde. De meeste vormen van kinderopvang die professioneel waren opgezet kregen subsidie, op welke wijze een deel van de kosten van de ouders voor rekening van de overheid kwam.

Nieuwe situatie
Per 1 januari 2005 is de Wet kinderopvang (Wk) in werking getreden. De Wet kinderopvang regelt de kwaliteit en de financiering van de kinderopvang. Uitgangspunt is dat kinderopvang een zaak is van ouders, werkgevers en de overheid. In de wet zijn basiskwaliteitseisen geformuleerd waaraan de kinderopvang moet voldoen. De wet verplicht het kindercentrum te zorgen voor veiligheid en gezondheid van de kinderen. Ook zijn zij verplicht ouders te informeren over het gevoerde beleid. De wet geldt alleen voor volgende soorten formele kinderopvang: dagopvang voor kinderen van nul tot vier jaar, buitenschoolse opvang voor basisschoolkinderen en opvang door gastouders via een gastouderbureau.

Kinderopvang is de verantwoordelijkheid van drie partijen. De overheid zelf, de werkgever en de werknemer. Ook de werkgever moet derhalve meebetalen aan de opvang van de kinderen. Vanaf 1 januari 2007 dragen werkgevers via een heffing van het premieloon verplicht bij aan de kosten van kinderopvang van werknemers.

Financiering
Van ouders wordt verwacht dat zij zelf op zoek gaan naar een geschikte plaats voor hun kind en daarmee een eigen keuze maken wat betreft prijs en kwaliteit. Werkende ouders krijgen vervolgens op twee manieren geld voor de kinderzorg. De ene manier is via een toeslag van de werkgever. Deze toeslag bedraagt 1/6e deel van de totale opvangkosten en is inkomensonafhankelijk. De vaste toeslag die de werkgever moet betalen gaat via de sectorpremie. Dit is een percentage van het loon dat de werkgever moet afdragen en dat verhoogd wordt met dat van de kinderopvangheffing. De werkgever betaalt deze heffing niet alleen voor alle werknemers met kinderen maar voor de totale loonsom. Op dit moment (2011) is de heffing 0,34 procent van het premieloon bedragen.

De werkgeversbijdrage krijgt de werknemer derhalve niet rechtstreeks van de werkgever, maar keer de Belastingdienst uit als extra toeslag. Als de werknemer een toeslagpartner heeft, krijgen zij allebei 1/6 deel, dus in totaal 1/3 deel. Als de werknemer geen toeslagpartner heeft, vullen de Belastingdienst de werkgeversbijdrage aan tot 1/3 deel van de kosten van kinderopvang.

De tweede manier gebeurt via de overheid die de ouders nog een inkomensafhankelijke toeslag geeft. De overheid hanteert een maximum uurprijs. Voor 2011 is de maximum uurprijs voor opvang in het kinderdagverblijf vastgesteld op € 6,36 en voor buitenschoolse opvang € 5,93 en gastouderopvang € 5,09 per uur.

Een werknemer kan per maand voor elk kind maximaal 230 opvanguren kinderopvangtoeslag krijgen. Dit maximum geldt voor elke vorm van kinderopvang.

Zelfstandig ondernemer
Met de invoering van de Wet Kinderopvang in 2005 kregen zelfstandigen dezelfde rechten als werknemers wat de vergoeding van de kinderopvang betrof. Dit hield in dat zij aanspraak konden maken op een inkomensafhankelijke toeslag én op een extra inkomensafhankelijke compensatie van de overheid omdat ze geen werkgeversbijdrage ontvingen. Vanaf 1 januari 2007 hebben zelfstandigen recht op de vaste toeslag en op de inkomensafhankelijke toeslag.

Geen werkgever
De Wet kinderopvang heeft normaal tot doel om kinderopvang te regelen voor mensen die werken. Maar daarnaast zijn er doelgroepen waarvoor kinderopvang gefinancierd wordt wat loopt via de gemeente. Het gaat om mensen die activiteiten verrichten waarmee ze later aan het werk kunnen komen zoals studenten (tienermoeders) en vreemdelingen die een inburgeringscursus volgen, alsmede kunstenaars met een uitkering. Dat geldt ook voor personen die een re-integratieproject volgen met een uitkering of geregistreerd zijn als niet-uitkeringsgerechtigde bij het UWV. De gemeente kan een deel van de kosten voor kinderopvang betalen, maar betaalt niet altijd (volledig) mee.

Toekomst
De overheid kampt de laatste jaren met snel oplopende kosten voor kinderopvang. Om de kinderopvangtoeslag betaalbaar te houden, heeft het vorige kabinet al besloten te bezuinigen op deze toeslag. In verband met de economische crisis heeft het huidige kabinet de geplande bezuiniging nog verhoogd. Onlangs heeft minister Kamp in een brief aan de Tweede Kamer zijn invulling van de bezuinigingen kenbaar gemaakt.

 Het is de bedoeling dat een deel van de wijzigingen ingaat per 1 januari 2012. De wijzigingen waarvoor een wetswijziging nodig is, gaan per 1 januari 2013 in.