|
|
| ||||||||||
4.1.8. Loon en overdracht, verpanding, verrekening en beslag
Minder betalen aan de medewerker
Datgene wat aan de medewerker wordt uitgekeerd (het nettoloon) is mogelijk lager doordat:Minimum dat de medewerker dient te ontvangen
Doet bovenstaande zich voor, dan moet de werkgever er op toezien dat de medewerker een bepaald minimum inkomen blijft ontvangen, tenzij de arbeidsovereenkomst reeds is geëindigd. Dit geldt zowel bij beslag, overdragen, verpanding en bij verrekening, als ook bij een combinatie van deze mogelijkheden.
Het gaat om een bedrag van 90 % respectievelijk 45 % voor de medewerker geldende bijstandsnorm, als de medewerker alleenverdiener respectievelijk tweeverdiener is
Deze bijstandsnorm is afhankelijk van de persoonlijke omstandigheden van de medewerker, namelijk (vanaf juli 2010); € 1304,37 euro voor gehuwden en samenwoners; € 913,06 voor alleenstaande ouders en € 652,19 voor alleenstaanden zonder inwonende kinderen. Deze norm voor de bijstand wordt verhoogd, wanneer de medewerker "vrijwillig" zijn ziektekosten verzekerd, namelijk met het bedrag dat hiermee gemoeid is. Verder dient de werkgever als voorheen de verplichte inhoudingen loonbelasting en premies af te dragen. Op het bedrag dat overblijft is beslag, overdracht, verpanding en verrekening mogelijk. Daarbij gaat het dus om het bedrag aan loon inclusief vakantiebijslag en mogelijk inclusief de premie voor de vrijwillige ziektekostenverzekering, wat wordt verminderd met 90 of 45 % van de bijstandsnorm. Over het totale brutoloon worden belasting en premies ingehouden en afgedragen zoals voorheen, welke naar evenredigheid worden toegerekend naar het loon dat wel en dat niet wordt uitbetaald. Deze berekeningswijze geldt zowel voor fulltimers als parttimers. Heeft de medewerker of zijn partner andere inkomsten die hij blijft ontvangen, dan betekent dit dat het uit te keren nettobedrag lager mag worden, waarbij ook rekening gehouden kan worden met de huur en huursubsidie of hypotheek en woonkostentoeslag. Doordat voorgaande niet eenvoudig is vast te stellen, zal het vaak raadzaam zijn om een deurwaarder in te schakelen. Dat kan voor verrekening, overdracht en pand achterwege gelaten worden, als duidelijk is dat de medewerker voldoende inkomen blijft ontvangen.
Het beslag, overdracht en verpanding heeft geen invloed op de berekening van de in te houden en af te dragen loonbelasting en premies volks en werknemersverzekering. De berekening is vergelijkbaar met de situatie dat de medewerker wel het volledige nettoloon krijgt uitbetaald. In geval van verrekening kunnen de in te houden bedragen wel lager zijn (4.1.8.2.).
4.1.8.1. Overdracht en verpanding van de loonvordering
Wat is verpanden en overdragen van een loonvordering?
De medewerker heeft een loonvordering op de werkgever, wat de medewerker aan derden kan overdragen (cessie) of verpanden. Verpanding is een zekerheidsrecht van een derde als de medewerker een bepaalde verplichting niet nakomt. Overdracht is het nakomen van een verplichting tot het betalen van een bepaalde geldsom tegenover een derde, door de medewerker. Het zal doorgaans gaan om de overdracht of verpanding van toekomstig loon, waarbij dit toekomstige loon wel in voldoende mate bekend (bepaalbaar) dient te zijn.
Voor een geldige overdracht en verpanding is een akte nodig waarmee de vordering wordt overgedragen of verpand. Bovendien moet de derde of medewerker de werkgever op de hoogte stellen van de overdracht of verpanding (vuistpand). Een stil-pandrecht doet zich voor als de werkgever van de verpanding nog niet op de hoogte is gesteld. De werkgever kan dan aan de medewerker het volledige loon uitbetalen. Dit kan hij niet meer zodra hij van de derde (of medewerker) een mededeling heeft ontvangen over de verpanding of overdracht.
Een medewerker kan zijn loonvordering slechts overdragen of verpanden voor zover er een bepaald bedrag voor hem resteert (4.1.8.). De overdracht of verpanding betreft in beginsel dus niet het volledige loon van de medewerker, omdat de medewerker een bestaansminimum moet overhouden.
Controleren van mededeling en vorm van de akte
De werkgever doet er verstandig aan een mededeling van een derde (of medewerker) over de overdacht of verpanding te controleren. Dat doet hij door van de overdrachtsakte een kopie te verlangen. Daarnaast is het aan te raden om een mededeling van een derde te controleren door contact op te nemen met de medewerker. Wordt de kopie verkregen, dan moet er op het volgende gelet worden:
- Nietig is een overdracht of verpanding die plaatsvindt bij een lening door de medewerker als consument bij een kredietinstelling.
- Vindt de overdacht plaats bij een koop op afbetaling, dan moet de situatie zo zijn dat de medewerker zijn verplichting niet is nagekomen nadat hij een ingebrekestelling heeft ontvangen. De overdracht van het loon bedraagt dan hoogstens de reeds vervallen betalingstermijnen en overige kosten. De werkgever eist van de derde een overzicht van de betalingsgeschiedenis, een overzicht van de gemaakte kosten en bovendien een kopie van de ingebrekestelling.
De werkgever mag het loon niet uitkeren na mededeling aan hem dat het loon is overgedragen, verpand of dat er beslag op gelegd is. Betaalt een werkgever onterecht aan een derde uit, dan kan de medewerker toch het loon vorderen. De werkgever moet dan maar zien of hij van de derde het onverschuldigd betaalde bedrag(en) terugkrijgt.
4.1.8.2. Verrekenen vordering op de medewerker met het loon
Een werkgever kan mogelijk een opeisbare vordering op de medewerker verrekenen met een vordering die de medewerker op de werkgever heeft, doorgaans de loonvordering.
Wanneer kan de werkgever verrekenen?
Zolang er een arbeidsovereenkomst tussen partijen bestaat mag verrekening zonder instemming van de medewerker alleen in de volgende situaties (art 7:632 BW):
- De medewerker is aan de werkgever een schadevergoeding verschuldigd. Dat zal doorgaans het gevolg zijn van opzettelijk of bewust roekeloos handelen (2.7.3.) of door het gebruiken van middelen van de werkgever privé (diefstal of toegestaan gebruik dat de medewerker echter moet betalen).
- De medewerker is aan de werkgever een boete verschuldigd. Het opleggen van een boete en de bestemming daarvan is mogelijk aan beperkingen gebonden (1.3.5.). Het verrekenen van een boete is aan een maximum gebonden, namelijk maximaal een tiende van het in geld vastgesteld loon dat de werkgever moet voldoen (art 7:632-2 BW). De werkgever dient in dit geval aan de medewerker een afschrift te geven, waaruit de medewerker kan opmaken, welke boete(s) er zijn opgelegd, op welke datum en voor welke bedragen, alsmede welke bepalingen er zijn overtreden.
- Onverschuldigd verstrekte loonbestanddelen zoals te veel betaalde loon, onder de voorwaarde dat dan de verrekening zo snel mogelijk gebeurt. Gebeurt dat niet zo snel mogelijk, dan moet de medewerker het te veel betaalde loon terugbetalen (overmaken). Tot dit terugbetalen (i.p.v. verrekenen door de werkgever) is de medewerker niet altijd gehouden, omdat de situatie bij uitzondering dusdanig kan zijn, dat het onredelijk is als een werkgever het te veel betaalde terugvordert. Op te veel betaald loon gaat hoofdstuk 4.5.3. nader in (4.5.3.2.D.).
- De werkgever heeft een medewerker een voorschot op het loon gegeven dat hij wil verrekenen, wat mogelijk is als dit voorschot schriftelijk is vastgelegd en door de medewerker is ondertekend (4.1.8.4.).
- Er zijn nog een paar uitzonderlijke mogelijkheden (art 7:632-1 sub e BW).
Doet bovenstaande zich voor, dan kan verrekening plaatsvinden, ook al stemt de medewerker hiermee niet in. Zo niet, dan kan verrekening alleen plaatsvinden wanneer de medewerker hiermee uitdrukkelijk instemt, bij voorkeur schriftelijk. Deze instemming wordt in beginsel niet vooraf gegeven en maakt zodoende geen deel uit van het arbeidscontract. Is de instemming wel vooraf gegeven, dan is zij vernietigbaar. De medewerker kan het (gedeelte van een) beding uit de arbeidsovereenkomst vernietigen doordat mondeling of schriftelijk te verklaren tegenover de werkgever (art 7:632-4 BW). Hij kan er ook voor kiezen om de verrekening door de werkgever aan te vechten, zonder het beding dat ziet op verrekening te vernietigen.
Wat geldt er als de verrekening niet volgens de regels plaatsvindt?
De verrekening die niet volgens de daarvoor geldende regels is uitgevoerd bindt de medewerker niet, die de volledige uitbetaling van het loon kan eisen. Hij kan ook afstand van zijn recht op loon doen. Dit kan uitdrukkelijk gebeuren of kan ook blijken wanneer de medewerker gedurende lange tijd geen bezwaar maakt tegen de verrekening (7.)
Verrekenen en inhouden loonbelasting en premies
Door verrekening kan het zo zijn dat het brutoloon lager wordt waardoor er minder loonbelasting en dergelijk ingehouden hoeft te worden. Dit is het geval, wanneer het verschuldigde bedrag als negatief loon is aan te merken. Is er bijvoorbeeld eerder te veel loon betaald, dan is er toen ook te veel loonbelasting en premies ingehouden en mogelijk zelfs afgedragen. Dit wordt enigszins gecorrigeerd door dat het brutoloon later lager wordt, waardoor er dan minder belasting en premies ingehouden worden (4.5.3.2.D.).
Vindt er verrekening plaats met geld dat de medewerker heeft geleend van de werkgever, dan verlaagt dit het brutoloon niet. De in te houden bedragen worden dan berekend alsof de medewerker het volledige loon krijgt uitbetaald (4.1.8.4.).
4.1.8.3. Beslag op het loon
Een derde kan beslag laten leggen op het loon dat een werkgever verschuldigd is aan de medewerker. In dat geval dient de werkgever het salaris niet aan de werknemer uit te keren, maar aan de deurwaarder die voor die derde het beslag legt. Een deurwaarder of belastingdienst stelt de werkgever op de hoogte van de aard en omvang van de schuld. De werkgever moet melden op wat voor loon de medewerker recht heeft.
Tot het loon waarop beslag gelegd kan worden behoort iedere geldelijke beloning, voorzover dat geld meer bedraagt dan de beslagvrije voet (4.1.8.), waaronder bijvoorbeeld ook toeslagen, een dertiende maand en vakantiegeld vallen. Een onkostenvergoeding is geen loon (4.1.1.) en hierop kan daarom geen loonbeslag gelegd worden. Een werkgever die het loon aan de medewerker uitbetaalt ondanks het beslag, blijft onverkort gehouden bepaalde bedragen te zijner tijd aan de beslaglegger uit te keren. De kantonrechter is bevoegd als het komt tot een procedure tussen de werkgever en de schuldeiser van de medewerker, welk geschil ziet op het beslag op loon van de medewerker.
De werkgever kan zelf ook beslag laten leggen op het loon dat hij moet uitbetalen aan de medewerker. Dit doet hij, als hij een vordering op de medewerker heeft die hij niet meteen kan, maar wel later wil verrekenen (4.1.8.2.).
4.1.8.4. Voorschot op het loon / lening geven aan de werknemer
Een voorschot op het loon moet altijd schriftelijk vastgelegd worden. Bijvoorbeeld door een verklaring met de volgende inhoud:
"... verklaart een voorschot op zijn loon te hebben ontvangen voor een bedrag van ... in schrijven ..., hetgeen de werkgever kan verrekenen (op ...)".
Het voorschot op het loon betekent dat er eerder een hoger loon wordt ontvangen, waarover dus meer belasting en premies inhoudingen worden. Door de verrekening wordt het loon later lager waardoor er dan minder inhoudingen plaatsvinden.
In plaats van een voorschot op het loon kan het ook om een lening gaan, die derhalve terugbetaald moet worden. Dan zal er uit de verklaring moeten blijken dat het een lening betreft. De lening verhoogt het loon niet, daar een lening geen loon is. Dat betekent ook dat terugbetalen van een lening het belaste loon niet verlaagt. Hierdoor heeft het geven van een lening (doorgaans) geen invloed op de inhoudingen die op het loon moeten plaatsvinden. Een lening van de werkgever aan de medewerker, mag met latere loonbetalingen alleen verrekend worden, als de medewerker hiermee uitdrukkelijk schriftelijk instemt. Dit moet plaatsvinden op het moment dat de werkgever wil verrekenen, dat wil zeggen dat het gaat om instemming met verrekening na het aangaan van de lening.
Hoeft een medewerker geen of minder dan 4.4 % rente te betalen over de lening, dan is dat voordeel belast met loonbelasting en premies werknemersverzekeringen. Dat geldt niet als de lening wordt aangewend voor de aanschaf, verbetering of onderhoud van de eigen woning. De medewerker dient de werkgever een verklaring te verstrekken waaruit dit bestedingsdoel blijkt, welke verklaring de werkgever bij de loonadministratie bewaart. Van de lening wordt melding gemaakt op de loonbelastingkaart, door code 43 in te vullen. Het rentevoordeel wordt ook niet belast als de lening niet hoger is dan € 3.403,00 euro. Hogere leningen worden ook niet belast als deze dienen voor zaken die belasting en premievrij verstrekt kunnen worden, zoals een fiets of een computer (4.5.3.1.B.).
|
|
| ||||||||||
| Door gebruik te maken van deze website of andere diensten van ArbeidsConsultancy gaat u akkoord met de algemene voorwaarden, inclusief de uitsluiting van de aansprakelijkheid voor (type)fouten. |
![]() |