4.3.2.4. De verzekeringsmaatschappij
Bij verzekeringsmaatschappijen heeft de werkgever grofweg twee mogelijkheden die worden aangeduid als de B-polis of de C-polis. Bij een B-polis is de werkgever de partij die de verzekering sluit ten gunste van een medewerker (en/of zijn nabestaanden). Bij de C-polis sluit de medewerker zelf de verzekering, waartoe hij in staat wordt gesteld door de werkgever. Dit individueel afsluiten van verzekeringsovereenkomsten komt voornamelijk voor bij kleine werkgevers.
De producten van verzekeringsmaatschappijen hoeven niet collectief van aard te zijn, wat wel geldt voor het pakket dat pensioenfondsen aanbieden. Daardoor kunnen verzekeringsmaatschappijen een breder assortiment voeren, dat zich minder gemakkelijk laat vergelijken. De verzekeringsovereenkomsten dienen vaak als derde pijler, namelijk naast de AOW en het pensioen dat wordt (is) opgebouwd bij een pensioenfonds. Toezicht op verzekeringsmaatschappijen is in handen van de Verzekeringskamer, die bij overtreding van bepaalde voorschriften bestuurlijke boetes kan opleggen.
Verzekeringsnemer, verzekerde en begunstigde
De verzekeringsnemer is de partij die de verzekering heeft afgesloten, die de premies verschuldigd is en die bedingt onder welke omstandigheden de verzekeringsmaatschappij tot uitkering moet overgaan. Deze omstandigheden zullen doorgaans afhankelijk zijn van de medewerker die verzekerde wordt genoemd. De verzekerde is de partij van wie het afhankelijk is of er tot uitkering van het pensioen wordt overgegaan, namelijk als hij overlijdt, ziek wordt of een bepaalde leeftijd bereikt. Degene die de uitkering ontvangt is (zijn) de begunstigde(n), waarbij het doorgaans om de verzekerde zelf gaat of om diens nabestaanden.
De werkgever sluit zelf een verzekering af voor een medewerker of een groep medewerkers: de B-polis
In een (voor)overeenkomst maakt de werkgever en verzekeringsmaatschappij afspraken over de wijze waarop en de voorwaarden waartegen de werkgever verzekeringen voor zijn medewerkers afsluit. Het is ook mogelijk dat de werkgever voor iedere medewerker een eigen verzekering afsluit, eventueel bij verschillende verzekeringsmaatschappijen. Er moet altijd goed opgelet worden dat de verzekering (realisatie) overeenkomt met de toezegging, dat is datgene wat de werkgever een medewerker als pensioenrecht heeft toegezegd.
De werkgever (de verzekeringsnemer) verzekert een werknemer(verzekerde) die de begunstigde van de verzekering is, tenzij de nabestaanden dat zijn. Er zijn in beperkte mate veranderingen mogelijk in de persoon van de verzekeringsnemer of begunstigde (4.3.4.). Voor de B-polis geldt dat zij in beginsel niet overdraagbaar en ook niet afkoopbaar is (afkoopverbod). De werkgever kan zichzelf later niet tot begunstigde aanwijzen.
Een werkgever die de pensioenverzekering die voor een groep medewerkers geldt of gaat gelden wil aangaan, beëindigen of wijzigen heeft de instemming van de ondernemingsraad nodig (5.1.6.).
De werkgever stelt een medewerker in staat om zelfstandig een verzekering af te sluiten: de C-polis
Nadat de Pensioen en Spaarfondsenwet is komen te vervallen en de nieuwe Pensioenswet van kracht is gegaan op 1 januari 2007 is het niet meer mogelijk een C-polis af te sluiten. Bestaande C-polissen kunnen worden gehandhaafd, maar bij overgang naar een nieuwe werkgever wordt de C-polis omgezet in een B-polis.
Verder zoeken
Deze pagina is onderdeel van hoofdstuk 4 over de arbeidsvoorwaarden. Oftewel de tegenprestatie waarvoor werknemers bij een werkgever werken op grond van de arbeidsovereenkomst. U vindt in dit deel informatie over:
4.1. Loon (o.a. minimumloon, tijdstip betalen, loon vorderen, beslag)
4.2. Vakantie (o.a. vakantierechten opbouwen en opnemen, vakantiegeld)
4.3. Pensioen (o.a. opbouwen, afkopen, einde dienstverband)
4.4 VUT-regeling
4.5. Afdracht van loonbelasting en premies
Zoekt u een ander onderwerp, zie dan onze trefwoorden of inhoudsopgave.




Tweet