5.3.5. Niet in acht nemen van de arbeids- en rusttijden
Afdwingen arbeids- en rusttijden
Een medewerker, de ondernemingsraad en de vakbond kunnen voor de rechter eisen dat de werkgever de arbeidstijden en rusttijden in acht neemt.
Bevat een collectieve regeling bepalingen die in strijd zijn met de arbeidstijdenwet, dan zijn deze nietig. In plaats van die bepalingen (geheel aan bepalingen) wordt er teruggevallen op de wettelijke regeling (5.3.1.).
Een werkgever pleegt wanprestatie tegenover medewerkers, als hij verlangt dat zij (gaan) werken in strijd met de arbeidstijdenwet, collectieve regeling en of individuele afspraken in de arbeidsovereenkomst. Zij kunnen nakoming verlangen en een schadevergoeding eisen voor de schade die zij hebben geleden door het niet in acht nemen van de (collectieve) regels of onderlinge afspraken.
De Arbeidsinspectie kan een onderzoek instellen, mogelijk in de vorm van een bedrijfsinspectie. Is er sprake van zeer ernstige overtredingen of van een tweede overtreding van de Arbeidstijdenwet, dan zal de inspectie direct een procesverbaal opmaken. Des te meer de veiligheid, gezondheid of welzijn van werknemers of derden in het geding zijn, des te ernstiger is de overtreding. Bij minder ernstige overtredingen krijgt de werkgever een waarschuwing, waarvan de Arbeidsinspectie de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging op de hoogte stelt. Komt de werkgever ondanks de waarschuwing zijn verplichtingen niet na dan wordt er alsnog een procesverbaal opgemaakt.
De overtreding van de Arbeidstijdenwet kan leiden tot boetes, afhankelijk van het aantal medewerkers ten aanzien van wie de werkgever de wet overtreedt. Per medewerker gaat het vaak om een bedrag van € 226,89, bij onrechtmatige kinderarbeid € 900,– of strijdige arbeid van zwangere of pas bevallen vrouwen om € 2.250,– per persoon. De boete bedraagt mogelijk € 4.537,80, wanneer de werkgever een bevel van de Arbeidsinspectie tot staken van de arbeid niet naleeft, dan wel geen deugdelijke registratie heeft gevoerd. Bij een eerste overtreding zal de werkgever een aanbod krijgen om de zaak te schikken voor 50 % van het totaal van de boetes. Een werkgever die de Arbeidstijdenwet overtreedt kan daarvoor een boete opgelegd krijgen van maximaal € 45.000,–. Hoofdstukken 8 en 11 van de arbeidstijdenwet gaan nader in op toezicht (art 8:1 ATW) en strafbaarstelling (art 11:1 ATW).
Het toezicht op de arbeidsomstandigheden en werktijden ligt binnen vervoerssectoren mogelijk niet (alleen) bij de Arbeidsinspectie (SZW), maar (ook) bij inspectiediensten die vallen onder het ministerie van Verkeer en Waterstaat. Het toezicht op zeeschepen valt onder de Scheepvaartinspectie, bij de luchtvaart ziet de Luchtvaartinspectie toe. Voor het wegvervoer dat een vergunning op grond van de Wet personenvervoer of Wet goederenvervoer nodig heeft, is het Rijksverkeersinspectie bevoegd (de nadruk ligt dan bij de arbeidstijden). Het vergunningplichtig openbaar vervoer valt echter wel onder de Arbeidsinspectie, evenals het niet vergunningplichtig vervoer, zoals het eigen vervoer en het ambulancevervoer (de nadruk ligt daar bij de arbeidsomstandigheden). De beslissing over het opleggen van een boete ligt evenwel steeds bij (het centraal kantoor van) de Arbeidsinspectie, die beslist op grond van het door een inspectie opgestelde boeterapport.
Verder zoeken
Deze pagina is onderdeel van hoofdstuk 5 over de medezeggenschap. U vindt in dit deel informatie over collectieve regelingen die voor werkgevers en werknemers gelden op grond van hun arbeidsovereenkomsten:
5.1. Ondernemingsraad (o.a. instellen, advies, instemming, recht op informatie)
5.2. Arbeidsomstandigheden bij de werkgever (o.a. arbobeleid, arbeidsinspectie)
5.3. Arbeidstijden voor werknemers (o.a. vaststellen, veranderen)
Zoekt u een ander onderwerp, zie dan onze trefwoorden of inhoudsopgave.




Tweet