Tweet


4.5.1.2. Inhouden premies voor werknemersverzekeringen

Inhoudsopgave 4.5.

De werknemersverzekeringen worden enerzijds uitgevoerd door het UWV, dat is het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen. Het gaat om de Ziektewet, Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering en de Werkloosheidswet. Voor 2002 ging het om verschillende uitvoeringsinstellingen, namelijk GAK Nederland, Gemeenschappelijk Uitvoeringsorgaan (GUO), Sociaal Fonds Bouwnijverheid (SFB UOSV), Cadans en de Uitvoeringsinstelling Sociale Zekerheid voor Overheid en onderwijs (ABP-USZO). Deze uitvoeringsinstellingen werkten tot 2002 onder het toezicht van het Lisv (Landelijk instituut sociale verzekeringen), welke min of meer de rol van de bedrijfsverenigingen heeft overgenomen.

De werkgevers houden de premies voor de werknemersverzekeringen in op het brutoloon en dragen deze middels een gecombineerde loonaangifte af aan de belastingdienst. deze verplichting geldt niet in de uitzonderingssituatie waarbij de medewerker niet verplicht verzekerd is. Premie voor de Ziektewet worden doorgaans niet apart betaald, doordat deze premie is opgenomen in de premies voor de WW.

Naast voorgaande verplichte verzekeringen kan de werkgever aanvullende verzekeringen afsluiten ter dekking van de gevolgen van arbeidsongeschiktheid en werkloosheid van medewerkers. Hierbij kan het om een vorm van pensioen gaan (4.3.). Voor deze aanvullende regeling wordt vaak zowel een werkgeversdeel als een werknemersdeel aan premie ingehouden en vervolgens afgedragen aan een pensioenfonds of verzekeringsmaatschappij. Het werknemersdeel wordt afgetrokken van het loon voor de berekening van de in te houden loonbelasting en premies volks- en werknemersverzekering, terwijl het werkgeversdeel niet bij dit loon wordt opgeteld.

Volgens de werkloosheidswet moet de werkgever zowel een werkgevers- als een werknemersgedeelte inhouden, waarbij de werkgever ook een wachtgeldpremie betaalt. De wachtgeldpremies komen ten goede aan het wachtgeldfonds per sector, welke premies dienen ter dekking van de eerste zes maanden van de werkloosheid. Dit deel wordt ook wel “eigenrisico” genoemd.

Voor de WIA geldt dat alleen de werkgever de WIA-premie afdraagt. Vanaf 2007 wordt dat een premie WGA. Bij de WIA-premie gaat het om een basispremie, waarboven doorgaans een gedifferentieerde premie komt. Bij de basispremie gaat het in beginsel om 5.05 % (in 2012), waarop in bepaalde gevallen een korting wordt toegepast (1.10.4.). De hoogte van de gedifferentieerde premie is afhankelijk van de grote van het bedrijf. Werkgevers krijgen een beschikking van de belastingsdienst waarin het percentage wordt opgenomen (2.2.5.2.B.).

Cursus Arbeidsrecht

Berekeningsvoorschriften

De belastingdienst voert de heffing en inning van de premies werknemersverzekeringen uit volgens de regeling Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv). De premies werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage van de Zorgverzekeringswet (Zvw) worden berekend volgens de methode van voortschrijdend cumulatief rekenen (VCR)

Er kan gekozen worden voor twee berekeningsmethodes, namelijk de grondslagaanwasmethode en de  cumulatieve premiemethode. In beide gevallen wordt niet het loon over een maand voor de berekening tot uitgangspunt genomen, maar meerdere achterliggende maanden. Het is niet mogelijk om gedurende het jaar van rekenmethode te verwisselen. Aan het begin van ieder kalenderjaar kan voor een bepaalde rekenmethode gekozen worden.

Genoemde rekenmethodes gelden alleen voor de premies werknemersverzekering en derhalve niet voor de loonbelasting en premie volksverzekeringen.

Korting WIA-premie van oudere medewerkers

De werkgever heeft recht op vrijstelling van de basispremie WAO/WIA voor de volgende oudere werknemers:

  • werknemers die 50 jaar of ouder zijn op het moment dat zij bij de werkgever in dienst treden;
  • werknemers die op 1 januari 2008 bij de werkgever in dienst zijn en 54.5 jaar of ouder zijn.

Met ingang van 1 januari 2009 wordt de premievrijstelling voor oudere werknemers vervangen door de premiekorting voor oudere werknemers. Het is vanaf 1 januari 2006 de Belastingdienst die zorgt voor het innen van de premies sociale verzekeringen.

Berekening WW-premie

De verschuldigde WW-premie wordt vastgesteld door twee berekeningen. In eerste instantie gaat het om een premie van 4.55 % (2012) voor het Algemeen Werkloosheidsfonds, waarvan 0.00 % als werknemersdeel en 4.55 % als deel voor de werkgever (2012). Bij deze berekening moet rekening gehouden worden met een premievrij gedeelte (franchise) van € 66,27 (2012). Dat wil zeggen dat er over het dagloon, dat niet hoger is dan het maximum premiedagloon van maximaal € 192,55 (januari 2012) een bedrag in mindering komt: dagloon ….. – € 66,27 = ….. x de premie. De tweede berekening betreft de premie ten gunste van de wachtgeldfondsen. De hoogte van deze tweede premie verschilt per sector, bijvoorbeeld een grootwinkelbedrijf en of een schildersbedrijf. Bij de berekening van deze wachtgeldpremie wordt geen franchise in mindering gebracht.

Verder zoeken

Deze pagina is onderdeel van hoofdstuk 4 over de arbeidsvoorwaarden. Oftewel de tegenprestatie waarvoor werknemers bij een werkgever werken op grond van de arbeidsovereenkomst. U vindt in dit deel informatie over:

4.1. Loon (o.a. minimumloon, tijdstip betalen, loon vorderen, beslag)

4.2. Vakantie (o.a. vakantierechten opbouwen en opnemen, vakantiegeld)

4.3. Pensioen (o.a. opbouwen, afkopen, einde dienstverband)

4.4  VUT-regeling

4.5. Afdracht van loonbelasting en premies

Zoekt u een ander onderwerp, zie dan onze trefwoorden of inhoudsopgave.