Arbeidsrechter.nl  
Informatie zoeken
Trefwoorden | Zoekmachine | Inhoudsopgave
  Specialisten raadplegen  
Email | Telefoon | Bemiddeling
  Opleidingen arbeidsrecht  
Informatie | Leergang | Specialist

4.1.6. Minimum hoogte van het loon en vakantiebijslag

4.1.5. 4.1.7. Inhoud 4.1.

Minimum
De hoogte van het loon en vakantiebijslag wordt geregeld in de arbeidsovereenkomst of de CAO. Dit loon moet minimaal een bepaalde hoogte hebben waarover de medewerker de vrije beschikking krijgt. Een beding dat de medewerker aanspraak geeft op minder dan het minimumloon of minimumvakantiebijslag, is nietig wegens strijd met de wet. In plaats daarvan geldt het minimumloon, wat de medewerker kan vorderen
(4.1.5.).

Een werkgever dient bij verschillende instanties een opgave te doen, van het loon dat hij aan medewerkers betaalt. Denk aan de uitvoeringsinstelling en belastingdienst. Mocht bijvoorbeeld de uitvoeringsinstelling menen dat de werkgever vermoedelijk het wettelijk minimumloon niet in acht neemt, dan kunnen zij dit doorgeven aan de betrokken medewerker en aan de arbeidsinspectie. De arbeidsinspectie kan een onderzoek instellen naar de bedragen die de werkgever betaalt, aan welk onderzoek de werkgever moet meewerken. Daaruit kan blijken dat de werkgever te weinig betaalt, waarover de betrokken werknemers, ondernemingsraad en mogelijk ook anderen geïnformeerd worden (art 18a WML).

De minimum-vakantiebijslag is in beginsel een toeslag van 8 % op het loon dat bij iedere loonbetaling wordt gereserveerd en doorgaans eens per jaar wordt uitbetaald. Op vakantiebijslag gaat hoofdstuk 4.2.4. nader in (4.2.4.).

Bij de volgende behandeling van het minimumloon wordt er steeds gesproken over brutobedragen. Daardoor kan het bedrag dat de medewerker daadwerkelijk ontvangt lager zijn, aangezien de werkgever loonbelasting en sociale premies moet inhouden.

Wat wordt er meegerekend bij het bepalen of het minimumloon wordt betaald?

Er zijn diverse vormen van loon. Het minimum geldt voor het gedeelte dat de medewerker (geregeld) in geld ontvangt en dat vrij beschikbaar is.

Onder loon verstaat deze wet (art 6 WML):

-  Een bedrag in geld van de werkgever dat is te zien als een normaal (geregeld) bestanddeel van het inkomen van de medewerker. Hieronder valt ook het doorbetalen van loon gedurende de vakantie, ziekte, of (andere) verhinderingen die voor rekening en risico van de werkgever komen. Ook prestatieloon zal vaak als loon gezien worden, tenzij het als een bonus geldt, die maar eens of twee keer per jaar wordt uitgekeerd.

- Onder loon is ook begrepen het verstrekken van kost en inwoning, alsmede het verstrekken van maaltijden of een woning. Voor de waardering van dit inkomen in natura bestaan speciale regels.

- In bepaalde situaties behoort tot het loon ook een vergoeding van derden, voor zover zij deel uitmaken van de arbeidsvoorwaarden of als die vergoeding op grond van de wet wordt toegekend. Hierbij geldt de voorwaarde dat zij als normale en niet incidentele beloning is te zien (art 7 lid 4 WML). Hieronder vallen bijvoorbeeld fooien, wanneer deze niet incidenteel worden gegeven en als hiermee rekening is gehouden bij het vaststellen van de arbeidsvoorwaarden. Daarnaast gaat het om een (gedeeltelijke) WAO-/WIA-uitkering en uitkering ingevolge de Ziektewet.

Dit wordt bepaald in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML).

Onder loon wordt niet verstaan (art 6 WML):

Vergoeding voor overwerk, vakantiebijslag, winstuitkering (gratificaties, tantièmes), eindejaars-uitkeringen, uitkering bij bijzondere gelegenheden, pensioen, spaarregelingen, en onkostenvergoedingen. Deze bedragen worden dus buiten beschouwing gelaten bij de vraag of de medewerker voldoende salaris ontvangt.

Voor wie geldt het minimumloon?

Het minimumloon geldt voor medewerkers met een arbeidsovereenkomst die in Nederland werken (art 2 WML). Zij geldt ook voor medewerkers die hoewel ze in het buitenland werken toch in Nederland wonen, terwijl ook de werkgever in Nederland gevestigd is (art 4 WML). Het minimumloon geldt niet voor medewerkers die elders werken en wonen en daardoor voornamelijk met een ander (lager) prijspijl worden geconfronteerd, ook al hebben zij nog een woning in Nederland.

Het minimumloon geldt ook voor thuiswerkers en anderen die geen arbeidscontract, maar wel een arbeidsverhouding hebben, waarbij deze medewerkers aan de volgende voorwaarden voldoen: zij zijn voor de duur van minimaal 3 maanden over minimaal 5 uur per week werkzaam, door persoonlijk arbeid te verrichten voor één of twee anderen. Het gaat niet om opdrachtnemers die een vrij beroep uitoefenen of werkzaam zijn in een eigen bedrijf.

Medewerkers die een arbeidsovereenkomst hebben gesloten met de overheid (rijk, provincie, gemeente, waterschap) hebben wel recht op een minimumloon, maar niet op grond van de Wet minimumloon (art 2 WML).

Minimumloon voor medewerkers van 23 t/m 64 jaar.

Voor deze medewerkers geldt er een minimum(bruto)loon van € 1.416,00 per maand, € 326,75 per week en € 65,35 per dag (art 8 WML). Deze bedragen gelden vanaf 1 juli 2010 en volgen op de wijzigingen van januari 2010.

Voor omrekenen naar uurloon moet gekeken worden naar de arbeidsduur die in een vergelijkbare arbeidsverhouding als een volledige dienstbetrekking wordt gezien. Daarbij wordt gekeken naar functies met vergelijkbaar werk, in eerst instantie binnen en anders buiten de organisatie. Dat is bijvoorbeeld 40 of 37 uur. Is de normale arbeidsduur in de onderneming lager, bijvoorbeeld 37 uur, dan is het minimumloon per uur hoger. (art 12 WML).

Het berekende uurloon kan gebruikt worden om te berekenen of parttimers per maand een evenredig minimumloon ontvangen. De vraag of medewerkers een voldoende hoog inkomen ontvangen wordt beoordeeld door het inkomen per maand te berekenen. In beginsel wordt het inkomen over een langere tijdseenheid niet omgerekend naar een gemiddeld inkomen per maand.

Niet iedereen krijgt per uur betaald, omdat de beloning bijvoorbeeld kan volgen na een bepaalde prestatie. In dat geval wordt er een fictieve tijd genomen waarmee de totale beloning vervolgens omgerekend wordt naar uurloon. Deze fictieve tijd, is de tijd die redelijkerwijze nodig is voor de uitvoering van het werk waarvoor de werknemer beloning ontvangt (art 12-4 WML). Bij het omrekenen naar uurloon om te beoordelen of een medewerker een voldoende hoog loon ontvangt, wordt de tijd en beloning voor bereikbaarheidsdiensten buiten beschouwing gelaten (5.3.1.).

Minimumloon voor medewerkers van 15 t/m 22 jaar.

Voor deze medewerkers gelden minimumjeugdlonen. Per leeftijd moet er een bepaald percentage genomen worden van het minimum(bruto)loon zoals hierboven beschreven (art 8-3 WML). Dat is voor een medewerker van 15 jaar 30 %, 16 jaar 34.5 %, 17 jaar 39.5 %, 18 jaar 45.5 %, 19 jaar 52.5 %, 20 jaar 61.5 %, 21 jaar 72.5 %, 22 jaar 85 %. Dit staat in het besluit minimumjeugdloonregeling (art 2 BML).

Loon voor medewerkers van 13 en 14 jaar

Medewerkers van 13 en 14 jaar hebben geen recht op een minimumloon, al kan een CAO voor deze medewerkers wel een bepaald minimum loon met zich meebrengen. Voor deze medewerkers gelden wel nadere voorschriften voor arbeidstijden (5.3.3.) en het werk dat zij mogen verrichten (5.2.).

Fiscaal minimumloon

Naast het minimumloon volgens de Wet minimumloon, hanteert de fiscus in bepaalde gevallen een fiscaal minimum(jeugd)loon. Dat is een bedrag van € 1506,84 per maand (€ 347,74 per week en € 69,55 per dag), welke met bovenstaande percentages omgerekend kan worden naar een fiscaal minimumjeugdloon.

4.1.5. 4.1.7. Inhoud 4.1.
   
   Arbeidsrechter.nl
 
Informatie zoeken
Trefwoorden | Zoekmachine | Inhoudsopgave
  Specialisten raadplegen  
Email | Telefoon | Bemiddeling
  Opleidingen arbeidsrecht  
Informatie | Leergang | Specialist
Door gebruik te maken van deze website of andere diensten van ArbeidsConsultancy gaat u akkoord
met de algemene voorwaarden, inclusief de uitsluiting van de aansprakelijkheid voor (type)fouten.
 
 
       
Auteursrecht voorbehouden           2010