Tweet


4.3.7.4. Gelijke behandeling en pensioenrechten (discriminatie)

Inhoudsopgave 4.3.

Het gaat hier om het gelijk behandelen van mannen en vrouwen, alsmede gehuwde en geregistreerde stellen (A.), parttimers en fulltimers (B.) van medewerkers onderling (C.) en de gelijke behandeling van slapers en gepensioneerden (D.).

A. Gelijke behandeling van mannen en vrouwen, alsmede gehuwde en geregistreerde stellen

Gelijke behandeling van mannen en vrouwen

Het gelijk behandelen van mannen en vrouwen brengt met zich mee dat vrouwelijke medewerkers recht hebben om een gelijk pensioen op te bouwen als hun mannelijke collega. Dat wil echter nog niet zeggen dat de werkgeversbijdrage en werknemersbijdrage gelijk zijn, aangezien verschillen voor kunnen komen afhankelijk van de regeling die er geldt. Zo kan het toegestaan zijn om andere bijdragen te leveren, teneinde een gelijk pensioen op te bouwen, dat in het algemeen langer wordt uitbetaald aan vrouwen. Zij hebben een hogere levensverwachting. In de Wet gelijke behandeling mannen en vrouwen is een speciaal deel opgenomen dat ingaat op pensioenvoorzieningen (art 12a e.v. WGBMV).

Afdwingen van de gelijke behandeling kan door een procedure te starten tegen de werkgever of tegen de pensioenuitvoerder, dat kan bij de kantonrechter en mogelijk bij een daartoe ingestelde geschillencommissie.

In de jaren tachtig en daarvoor werden vrouwen in grote getale uitgesloten van pensioenregelingen, waardoor zij in mindere mate pensioen hebben opgebouwd. De sporen van dit onderscheid zullen nog lang zichtbaar blijven. Mogelijk zijn de gevolgen hiervan enigszins gecorrigeerd door sociale partners of bepaalde pensioenuitvoerders, al dan niet met behulp van een subsidie van de overheid. Doordat discriminerende behandeling van vrouwen grotendeels tot het verleden behoort, zal dat ook gaan gelden voor de procedures hierover. Wil de medewerkster alsnog deelnemen in een bepaalde pensioenregeling, dan kan dat met terugwerkende kracht. In dat geval vordert zij de schade die is ontstaan door het niet betalen van de verschuldigde werkgeversbijdragen. Het gaat dan om de bijdragen over de periode dat de werkgever verplicht was die werkgeversbijdrage te betalen, evenwel niet over de periode van voor 8 april 1976.

Gelijke behandeling van mannen en vrouwen betekent ook dat de leeftijd waarop zij met pensioen gaan in beginsel gelijk moet zijn. Is een jongere pensioengerechtigde leeftijd voor vrouwen een drempel geweest om aan die pensioenregeling deel te nemen, dan kunnen zij een gelijke leeftijd afdwingen en alsnog aanspraak op pensioen maken, evenwel niet over de periode van voor 17 mei 1990.

Gelijke behandeling van gehuwde en geregistreerde stellen

Sinds 1 januari 1998 bestaat de mogelijkheid tot registratie van het partnerschap. Kwam een partner te overlijden, dan werd het pensioen niet berekend over de volledige periode van deelname, maar slechts vanaf 1 januari 1998. Tegenwoordig bepaalt de wet dat de pensioenuitvoerders het pensioen wel over de volledige periode van deelname moeten berekenen. Zij moeten derhalve ook op dit punt geregistreerde en gehuwde stellen gelijk behandelen.

B. Gelijke behandeling van fulltimers en parttimers

De werkgever mag de pensioentoezegging niet alleen doen tegenover medewerkers die meer dan een bepaald aantal uren per week werken. Dit zou anders discriminatie naar arbeidsduur tot gevolg hebben, wat verboden is (art 7:648 BW). Anders zouden voornamelijk vrouwen gediscrimineerd worden. Wordt de toezegging gekoppeld aan een maandloon van een fulltimer, dan heeft de parttimer met een evenredig loon ook recht op pensioen, waarbij de pensioenopbouw naar evenredigheid dient plaats te vinden.

Tal van regelingen dienen er voor te zorgen dat parttimers een evenredig pensioen krijgen in vergelijking met hun fulltime collegae. Voor deeltijders geldt dat hun deelnemingstijd naar evenredigheid wordt gecorrigeerd bij de berekening van het pensioen (4.3.2.7.).

Heeft een werkgever ten onrechte geen pensioen opgebouwd voor een parttime medewerker, dan kan deze medewerker de schade vorderen die hij lijdt door het niet afdragen van werkgeversbijdragen in dat pensioen. Het gaat dan om de bijdragen over de periode dat de werkgever verplicht was die werkgeversbijdrage te betalen, evenwel niet over de periode van voor 8 april 1976.

Cursus Arbeidsrecht

C. Gelijke behandeling van gelijke medewerkers

De werkgever is gehouden om gelijke gevallen gelijk te behandelen. Vergelijkbare medewerkers (wat betreft functie en dergelijke) aan wie een pensioen is toegezegd, zullen er aanspraak op kunnen maken dat zij een vergelijkbaar recht op pensioen opbouwen. Medewerkers die een bepaalde functie vervullen mogen een ander pensioen opbouwen in vergelijking met anderen aan wie mogelijk zelfs geen pensioen is toegezegd.

In beginsel hebben medewerkers die een vergelijkbare functie vervullen recht om net als hun collega’s een bepaald pensioen op te bouwen. Uitzonderingen hierop, die zich (mogelijk) nog voor mogen doen zijn; een verschil in behandeling als een medewerker nog niet een bepaalde leeftijd heeft bereikt of een lager uurloon krijgt. Dergelijk onderscheid is toegestaan tenzij dit leidt tot een niet objectief te rechtvaardigen vorm van indirecte discriminatie (2.6.).

Het is niet meer toegestaan een medewerker die een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd heeft uit te sluiten van deelname in een pensioenreglement. Dit geldt sinds 10 juli 2001 volgens een richtlijn van de Europese Unie. Het is verboden onderscheid in de arbeidsvoorwaarden te maken tussen medewerkers met een contract voor bepaalde en onbepaalde tijd. Het is nog wel mogelijk om gedurende een korte tijd (denk aan de proeftijd) een wachttijd in acht te nemen, voordat degene gaat deelnemen.

Een alleenstaande heeft in beginsel geen behoefte aan een nabestaandenpensioen, aangezien de situatie waarbij dit pensioen tot een uitkering komt zich niet snel voordoet. Pensioenregelingen die een combinatie van ouderdoms- en nabestaandenpensioen kennen, zijn daarmee nadelig voor alleenstaanden. Dat betekent dat zij financieel bijdragen in het pensioen waarvan slechts gehuwden en samenwonenden profiteren. Voorheen kon dit als ongelijke behandeling naar burgerlijke staat uitgelegd worden. Thans kunnen deelnemers omzetting van dit nabestaanden pensioenrecht vragen, zodat zij een hoger ouderdomspensioen krijgen en/of een ouderdomspensioen dat eerder ingaat. Dat geldt niet voor een nabestaandenpensioen waaraan een deelnemer vrijwillig bijdraagt of voor een wezenpensioen. Ook gehuwde, samenwonende en gescheiden deelnemers kunnen deze omzetting vragen, op voorwaarde dat hun (voormalig) partner hiermee instemt.

Bij de berekening van de premie van gehuwden en samenwoners wordt er gelet op de combinatie die zich voordoet, namelijk een heteropaar (man / vrouw) of homopaar (twee mannen of twee vrouwen). Voor vrouwen geldt dat zij in het algemeen (zes jaar) ouder worden dan mannen, waardoor vrouwen een grotere kans hebben om langer van een pensioen te genieten. De pensioenuitvoerder zal voor die verhoogde kans op lange uitbetaling, meer premies willen ontvangen ter dekking van deze aanspraak. Dat betekent evenwel dat een premieberekening die voor een heteropaar geldt hoger zal uitvallen dan een premieberekening voor twee samenwonende mannen. Anders worden zij benadeeld door hun seksuele geaardheid, wat een ongeoorloofde vorm van discriminatie is.

D. Gelijke behandeling van slapers en gepensioneerden

Een slaper is een persoon die een slapend recht heeft op pensioen dat niet verder wordt opgebouwd. Het gaat doorgaans om een pensioenrecht dat een medewerker opbouwde door deelname in een pensioenregeling bij een vorige werkgever. Dat pensioen kent een slapend bestaan, aangezien het pas tot uitkering komt als zich bepaalde voorwaarden voordoen, zoals het bereiken van een bepaalde leeftijd. Slapend pensioen wordt ook wel een premievrij pensioen genoemd doordat een medewerker (en de voormalige werkgever) geen premies meer betalen, zodat er geen verdere opbouw plaatsvindt.

Gelijke behandeling van slapers en gepensioneerde brengt met zich mee, dat wanneer het pensioen van gepensioneerden stijgt door loon of prijsontwikkelingen, dat dan ook het pensioenrecht van slapers mee stijgt (dit geldt sinds 1992). De pensioenuitvoerder moet gepensioneerden en slapers gelijk behandelen.

Verder zoeken

Deze pagina is onderdeel van hoofdstuk 4 over de arbeidsvoorwaarden. Oftewel de tegenprestatie waarvoor werknemers bij een werkgever werken op grond van de arbeidsovereenkomst. U vindt in dit deel informatie over:

4.1. Loon (o.a. minimumloon, tijdstip betalen, loon vorderen, beslag)

4.2. Vakantie (o.a. vakantierechten opbouwen en opnemen, vakantiegeld)

4.3. Pensioen (o.a. opbouwen, afkopen, einde dienstverband)

4.4  VUT-regeling

4.5. Afdracht van loonbelasting en premies

Zoekt u een ander onderwerp, zie dan onze trefwoorden of inhoudsopgave.