Tweet


4.5.1.5. Loonheffingskorting

Inhoudsopgave 4.5.

Sinds 1 januari 2001 is het belastingsysteem hervormd en zijn de tariefgroepen met belastingvrije sommen vervangen door heffingskortingen. De werkgever bepaalt voor het huidige personeel voor welke heffingskortingen zij in aanmerking komen, aan de hand van de indeling naar tariefgroepen. Nieuwe medewerkers vullen een loonbelastingverklaring in, waaruit blijkt met welke heffingskortingen de werkgever rekening moet houden. Deze heffingskortingen verminderen de in te houden en af te dragen loonbelasting en premies volksverzekering, waardoor de werkgever minder belasting en premies inhoudt en afdraagt. Voorheen verlaagde de belastingvrije sommen het belastbare loon waarover de verschuldigde loonbelasting werd verrekend.

Tegenwoordig berekent de werkgever de verschuldigde belasting en premies volksverzekering, daarop brengt hij de (loon)heffingskorting in mindering, waarna hij het meerdere inhoudt en afdraagt.

Niet alle heffingskortingen worden door de werkgever verwerkt. De werkgever houdt namelijk alleen rekening met de algemene heffingskorting, de arbeidskorting en bij hoge uitzondering de (aanvullende) ouderenkorting of Wajong-korting. De heffingskortingen die de werkgever verwerkt, worden samen de loonheffingskorting genoemd. Het systeem betekent voor werkgevers dat zij voor iedere medewerker (jonger dan 65 jaar) slechts rekening houden met een loonheffingskorting van maximaal € 3.644,–. Deze loonheffingskorting bestaat uit de algemene heffingskorting van € 2.033,– en de arbeidskorting van doorgaans maximaal € 1.611,–. De heffingskortingen zijn overigens verwerkt in de loontabellen die de belastingdienst verstrekt. Een werkgever dient er wel op bedacht te zijn dat een medewerker die ook elders werkt, de loonheffingskorting niet bij meerdere werkgevers in mindering kan laten brengen. Een heffingskorting kan slechts bij èèn werkgever verwerkt worden.

Loonheffingskorting

De volgende heffingskortingen kan de werkgever verwerken, als de medewerker daarop recht heeft gezien zijn persoonlijke omstandigheden:

  • De algemene heffingskorting
  • De arbeidskorting
  • De ouderenkorting (65+)
  • De Jonggehandicapte korting (Wajong)
  • De levensloopverlofkorting

Gezamenlijk heten deze kortingen “de loonheffingskorting”.

Algemene heffingskorting

Het gaat hier om een heffingskorting die voor iedereen geldt. De korting bedraagt € 2.033,– in het jaar 2012. Voor personen die 65 jaar of ouder zijn, geldt een lager bedrag van € 934,–.

De algemene korting geldt voor iedere partner afzonderlijk, waarbij het niet mogelijk is om deze heffingskorting over te dragen aan de ander. Mocht een partner geen inkomen hebben, dan betaalt de belastingdienst de heffingskorting aan degene uit. Een partner die weinig inkomen heeft krijgt de heffingskorting voor een deel betaald door de belastingdienst. Dat is het deel dat de medewerker niet heeft kunnen gebruiken, doordat het bedrag van de korting groter is dan de belasting die hij verschuldigd is. Voor uitbetaling van de algemene heffingskorting aan èèn van de partners geldt wel de voorwaarde dat die uitbetaling lager is dan de belastingen die de andere partner moet betalen. Bovendien moeten partijen minimaal zes maanden elkaars partner zijn. De uitbetaling kan de partner aanvragen door het “verzoek voorlopige teruggaaf algemene heffingskorting” in te dienen.

Cursus Arbeidsrecht

Arbeidskorting

Deze heffingskorting krijgt iedereen die inkomsten met werk verdient. Naast loon, kan het bij die inkomsten gaan om winst uit onderneming of andere verdiensten met werk. Dus niet inkomsten uit voormalige arbeid, waardoor mensen die alleen pensioen, WW- of WIA-uitkering ontvangen, geen arbeidskorting krijgen.

Bij de berekening van de arbeidskorting geldt het volgende:

A. Een medewerker verdient niet meer dan € 9.295,- per jaar:
De arbeidskorting bedraagt 1,733 % van het loon, maximaal € 1611,- per jaar.

B. Een medewerker verdient meer dan € 9.295,- per jaar:
Over het loon tot aan € 9.295,- krijgt de medewerker een arbeidskorting van € 1611,-.
Over het meerdere een korting van 12,32 %, tot maximaal € 1.611,- per jaar.

C. Hogere arbeidskorting voor oudere werknemers

- Medewerkers die in het jaar 1947 of later zijn geboren
Over het loon tot aan € 9.295,- is de korting 1,733 %
Over het loon boven € 9.295,– is de korting 12,32 %, tot een arbeidskorting van in totaal maximaal € 1.611,-.

Bovenstaande bedragen gelden vanaf 2012.

Vanaf een inkomen van € 45.178,– wordt de arbeidskorting met 1,25% afgebouwd tot op het niveau van het huidige maximum van de arbeidskorting, maar maximaal met € 79,–.

Bij het loon waarover de arbeidskorting wordt berekend gaat het niet om bijzondere beloningen (vakantiegeld, dertiende maand, etc. ) en niet om WIA-uitkeringen of andere arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. Tot dat loon behoort wel een aanvullingen van het loon op een WIA-uitkering, alsmede doorbetaling van loon gedurende het eerste ziektejaar en uitkeringen op grond van de Wet financiering loopbaanonderbreking (6.3.7.).

(Alleenstaande) ouderenkorting

Ouderen die 65 jaar worden, komen vanaf de loonbetalingsperiode waarin zij de 65-jarige leeftijd bereiken in aanmerking voor een ouderenkorting. Dat gaat evenwel alleen op als het totale inkomen (waaronder niet alleen loon valt) niet meer bedraagt dan € 35.450,– (2012). Bij deze loonheffingskorting gaat het om een bedrag van € 762,– (2012) per jaar. De alleenstaande ouderenkorting is € 429,– (2012). De alleenstaande ouderenkorting kent geen inkomensgrens.

Wajong-korting

Jonggehandicapten die een Wajong-uitkering ontvangen, kunnen een korting van € 708,– (2012) laten verwerken. Doorgaans zal de instelling die de uitkering betaald die korting in minder brengen op de berekende loonbelasting en premies volksverzekering. Mogelijk wordt deze uitkering door of via de werkgever betaald en dient de werkgever rekening met deze extra heffingskorting te houden.

Levensloopverlofkorting

De levensloopverlofkorting vervalt per 1 januari 2012. Dat komt omdat de levensloopregeling per die datum is afgeschaft. De in het verleden opgebouwde levensloopverlofkorting blijft in tact voor deelnemers die op 31 december 2011 een positief saldo op hun levensloopregeling hebben staan. Deelnemers aan de levensloopregeling die op 31 december 2011 een saldo van minimaal € 3.000 hebben staan, kunnen met de levensloopregeling doorgaan. Bij een nieuwe inleg wordt geen levensloopverlofkorting meer opgebouwd.
De levensloopverlofkorting is gelijk aan het bedrag van het opgenomen levenslooptegoed, maar ten hoogste € 205 (2012) per jaar waarin is gestort in de levensloopregeling. Bedragen aan levensloopverlofkorting die in voorafgaande jaren al zijn genoten worden in mindering gebracht.

Andere heffingskortingen die verband houden met kinderen

Naast de loonheffingskortingen hoeft de werkgever geen rekening te houden met andere heffingskortingen, die alleen gelden voor mensen die kinderen verzorgen. Die andere kortingen regelt de belastingdienst. Met deze kortingen kan degene rekening houden bij de aangifte van de inkomstenbelasting. Het is ook mogelijk om maandelijks een percentage van die korting te krijgen, als degene om een voorlopige teruggaaf vraagt bij de belastingdienst met het “verzoek voorlopige teruggaaf heffingskortingen”.

Kind gebonden budget

Vanaf 1 januari 2008 bestond er de kindertoeslag echter met ingang van 1 januari 2009 is deze regeling opgeheven en komt er een nieuwe regeling voor in de plaats. Het kindgebonden budget.

Inkomensafhankelijke combinatiekorting

De combinatiekorting en de aanvullende combinatiekorting zijn per 1 januari 2009 komen te vervallen. De vervangende regeling die daar nu voor geldt is de inkomensafhankelijke combinatiekorting. Werknemer heeft recht op deze korting als de inkomsten die hij uit werk heeft, meer bedragen dan € 4.814,–.

De voorwaarden voor het krijgen van de inkomensafhankelijke combinatiekorting zijn :

  • In 2011 hoorde minstens 1 kind bij het huishouden van de werknemer. Dat was voor ten minste 6 maanden en op 31 december 2010 was het kind jonger dan 12 jaar;
  • Dit kind was in die periode ingeschreven op het woonadres van werknemer. Bij co-ouders mag dat ook op het woonadres van de co-ouder zijn;
  • De inkomsten uit het werk in 2011 (loon, winst of bijvoorbeeld freelance-inkomsten) waren hoger dan € 4.814,– of werknemer kreeg de zelfstandigenaftrek (of u kon deze krijgen);
  • U had in 2011 geen fiscale partner. Of u had in 2011 wel een fiscale partner, maar uw inkomsten uit uw werkzaamheden in 2011 waren lager dan die van uw fiscale partner.

Deze combinatiekorting geldt voor iedere partner afzonderlijk, als degene maar aan de voorwaarden voldoet. De inkomensafhankelijke combinatiekorting geldt voor minstverdienende partners en alleenstaande ouders die de zorg hebben voor kinderen onder de 12 jaar. Het basisbedrag van deze heffingskorting is € 1.024 (2012) indien met werken een arbeidsinkomen van minimaal € 4.814 (2012) wordt verdiend of indien er recht bestaat op de zelfstandigenaftrek. Voor elke euro die meer wordt verdiend dan € 4.814 loopt de inkomensafhankelijke combinatiekorting met 4% op tot maximaal € 2.133 (2012). Dit maximale bedrag wordt bereikt bij een arbeidsinkomen van € 32.539 (2012).

(Aanvullende) alleenstaande-ouderkorting

Alleenstaande ouders komen in aanmerking voor een heffingskorting van € 947,– per jaar. Het gaat om personen die geen partner hebben en die in het onderhoud van een kind voorzien voor minimaal zes maanden. Dat kind dient op 1 januari van dit jaar jonger te zijn dan 27 jaar. Voor alleenstaande ouders die reeds 65 jaar zijn geworden gaat het om een korting van € 410,– per jaar. De alleenstaande-ouderkorting wordt aangevuld, als de ouder betaald werk verricht en minimaal 1 thuiswonend kind heeft dat jonger was dan 16 jaar op 1 januari van dit jaar en dit kind langer dan 6 maanden bij de ouder in huis woont en op dit adres staat ingeschreven. Voor deze aanvulling geldt dat deze afhankelijk is van het inkomen, het gaat om 4,3 % van de inkomsten tot een aanvulling van maximaal € 1.1319,– (of 2,0 % tot € 958,– bij 65 jaar en ouder) per jaar.

(Extra) ouderschapsverlofkorting

De ouderschapsverlofkorting geldt voor de belastingplichtige die in 2012 gebruik maakt van zijn wettelijke recht op ouderschapsverlof. De korting wordt berekend door het aantal uren ouderschapsverlof in het kalenderjaar te vermenigvuldigen met een bedrag van 50% van het bruto minimumuurloon per opgenomen verlofuur en bedraagt voor 2012 € 4,18 per verlofuur. De korting bedraagt niet meer dan de terugval in het belastbare loon in 2012 ten opzichte van 2011.

 

Verder zoeken

Deze pagina is onderdeel van hoofdstuk 4 over de arbeidsvoorwaarden. Oftewel de tegenprestatie waarvoor werknemers bij een werkgever werken op grond van de arbeidsovereenkomst. U vindt in dit deel informatie over:

4.1. Loon (o.a. minimumloon, tijdstip betalen, loon vorderen, beslag)

4.2. Vakantie (o.a. vakantierechten opbouwen en opnemen, vakantiegeld)

4.3. Pensioen (o.a. opbouwen, afkopen, einde dienstverband)

4.4  VUT-regeling

4.5. Afdracht van loonbelasting en premies

Zoekt u een ander onderwerp, zie dan onze trefwoorden of inhoudsopgave.