4.5.4.2. Spaarloonregeling
Vervallen
Per 1 januari 2012 zal de mogelijkheid om deel te nemen aan de spaarloonregeling komen te vervallen. De tegoeden die op dat moment op de geblokkeerde rekeningen staan zijn dan belastingvrij opneembaar. Het is mogelijk om de tegoeden in één keer volledig op te nemen. Ook is het mogelijk om het tegoed (gedeeltelijk) te laten staan. Tot 1 januari 2016 kan namelijk gebruik worden gemaakt van de vrijstelling. Wel zal elk jaar een deel van de vrijstelling komen te vervallen.
De spaarloonregeling wordt samen met de levensloopregeling samengevoegd tot een nieuwe regeling, de vitaliteitsregeling. Deze wordt naar verwachting in 2013 ingevoerd.
Voorheen
Spaarloon is een spaarregeling die een werkgever heeft opgezet en vastgelegd in een reglement, waar medewerkers aan deel kunnen nemen. Het gaat om een regeling waarbij een deel van het loon op een fiscaal gunstige wijze wordt vastgelegd en later tot uitkering komt. De spaargelden worden bij een bank of verzekeringsmaatschappij ondergebracht, doorgaans op een geblokkeerde rekening op naam van de medewerker.
De spaarloonregeling mag alleen toegepast worden voor medewerkers die op 1 januari reeds in dienst zijn, oftewel geldt niet voor medewerkers die gedurende het jaar in dienst treden. Bovendien mag er slechts bij één werkgever deelgenomen worden aan een spaarloonregeling. Op deze wijze wordt voorkomen dat een medewerker bij verschillende werkgevers aan een spaarloonregeling deelneemt. Deze aanvullende voorwaarden gelden vanaf 2005.
De uitkering van het geld van de geblokkeerde rekening zal plaatsvinden door overmaking op een persoonlijke (spaar)rekening van de medewerker, mogelijk bij dezelfde bank. Voortijdige opname kan toegestaan zijn onder bepaalde voorwaarden en voor bepaalde doelen (aandelen, woning, levensverzekering of pensioen, start onderneming, verlof, scholing, kinderopvang etc. ). Deze bestedingsdoelen dienen in het reglement opgenomen te zijn, anders kan het geld daarvoor niet gebruikt worden. Ook als de arbeidsovereenkomst eindigt, mag de werknemer over het tot dan opgebouwde bedrag beschikken.
Bij spaarloon wordt op het brutoloon een bedrag in mindering gebracht dat wordt gespaard. Dit bedrag wordt voor minimaal vier jaar op een geblokkeerde rekening gezet waarover rente wordt genoten. Na deze periode van vier jaar wordt het ingelegde geld uitgekeerd, zonder dat hierop loonbelasting of premies volksverzekering ingehouden worden. Het gebruik van deze regeling wordt nog aantrekkelijker wanneer het vrijgekomen spaarloon wordt aangewend voor een lijfrenteverzekering.
Het maximale bedrag dat er gespaard kan worden is € 613,– per jaar. De werkgever is over het bedrag dat jaarlijks wordt gespaard (het spaarloon) 25 % loonbelasting verschuldigd, wat een eindheffing is. Dit mag hij niet in mindering brengen op het brutoloon van medewerkers (4.5.6.). Wordt er per jaar meer gespaard, dan wordt er loonbelasting en premies volksverzekering ingehouden op datgene dat € 613,– te boven gaat. De werkgever moet dan € 153,25 (25 % van € 613,–) als eindheffing betalen.
Voorgaande komt er op neer dat de werkgever van het brutoloon het spaarloon in mindering brengt (max. € 613,– per jaar). Deze inhouding wordt gestort op een geblokkeerde rekening. Over dit spaarloon is daarom geen loonbelasting en premies volksverzekering verschuldigd. De werkgever dient echter wel 25 procent als eindheffing te betalen, in het jaar dat er loon wordt ingehouden voor de spaarloonregeling. Deze eindheffing is de werkgever evenwel niet verschuldigd, als de medewerkers geen geld maar aandelen sparen van de rechtspersoon waarvoor zij werken (hun werkgever).
Door deelname aan de spaarloonregeling wordt het loon voor de berekening van de loonbelasting en premies volksverzekering lager. Voor het loon waarover het pensioen (en VUT) wordt berekend geldt vaak (dus niet altijd) dat het gaat om het loon inclusief spaarloon. In die gevallen zal een latere pensioen- en VUT-uitkering eveneens van het normale loon (loon inclusief spaarloon) afhankelijk zijn.
De rente die de medewerker over het spaarloon ontvangt van de bank is extra vrijgesteld van inkomstenbelasting tot een bedrag van maximaal € 454,–. Het gaat om een vrijstelling naast de € 454,– die in beginsel voor alleenstaanden geldt en de € 908,– die voor gehuwden of partners geldt.
In de inkomstenbelasting geldt een vrijstelling in box 3 van maximaal € 17.025,– voor geblokkeerde spaartegoeden in het kader van een spaarloonregeling.
Instemming
De werkgever dient de spaarloonregeling aan medewerkers uit te leggen en de deelname schriftelijk vast te leggen. In het algemeen staat het een medewerker vrij om wel of niet deel te nemen aan de spaarloonregeling (2.4.8.). Hij kan er daarom ook voor kiezen om de vergoeding direct te ontvangen bij zijn brutoloon. Door echter deel te nemen in een spaarregeling kan hij fiscaal profiteren.
Als er een ondernemingsraad is ingesteld, dan dient de werkgever deze om instemming te vragen, aangezien de spaarregeling voor een groep medewerkers zal gaan gelden. Deze instemming hoeft niet gevraagd te worden, als de regeling is opgenomen in een collectieve arbeidsovereenkomst. Een cao kan ook een verplichte deelneming met zich meebrengen (5.1.6.).
Doen alle medewerkers die kunnen deelnemen ook daadwerkelijk mee, dan moet het gaan om minimaal 75 % van alle medewerkers met een arbeidsovereenkomst. De spaarloonregeling is niet bedoeld voor personen die als enige in de onderneming werken en die zelf of waarvan de partner of directe bloedverwanten een derde van de aandelen bezitten. Deze personen worden in het reglement uitgesloten.
Premiespaarregeling
Voor 2003 kon er ook gebruik gemaakt worden van de premie-spaarregeling, die evenwel thans is afgeschaft. Bij de premie-spaar-regeling werd er gespaard van het nettoloon (dus na inhouding loonbelasting en premies) en werd er bij het uitbetalen van de gespaarde gelden een onbelaste extra vergoeding door de werkgever gegeven. Van deze regeling werd in vergelijking met de spaarloonregeling weinig gebruik gemaakt.
De bedragen die voor 2002 volgens de premiespaarregeling zijn gespaard, kunnen nu (vanaf 1 januari 2003) belastingvrij opgenomen worden, inclusief de premies (extra vergoeding) die daarbij wordt geboden. Voor de in 2002 gespaarde bedragen geldt dat vanaf 1 januari 2004. Over die extra vergoeding betaalt de werkgever 25 % eindheffing (5.1.6.).
Verder zoeken
Deze pagina is onderdeel van hoofdstuk 4 over de arbeidsvoorwaarden. Oftewel de tegenprestatie waarvoor werknemers bij een werkgever werken op grond van de arbeidsovereenkomst. U vindt in dit deel informatie over:
4.1. Loon (o.a. minimumloon, tijdstip betalen, loon vorderen, beslag)
4.2. Vakantie (o.a. vakantierechten opbouwen en opnemen, vakantiegeld)
4.3. Pensioen (o.a. opbouwen, afkopen, einde dienstverband)
4.4 VUT-regeling
4.5. Afdracht van loonbelasting en premies
Zoekt u een ander onderwerp, zie dan onze trefwoorden of inhoudsopgave.




Tweet