3.4.5. Collectief ontslag groep medewerkers
Collectief ontslag
Bedrijfseconomische redenen kunnen dusdanig zijn dat er een noodzaak is om de arbeidsovereenkomsten van een groep medewerkers te beƫindigen.De wet melding collectief ontslag is van toepassing, als er binnen 3 maanden 20 of meer medewerkers ontslagen worden wegens bedrijfseconomische (bedrijfsorganisatorische) redenen (art 3 WMC). Er moet al vanaf het ontslag van 1 medewerker worden afgespiegeld (art 4:1 OB). Bij deze twintig medewerkers tellen de medewerkers niet mee die een tijdelijk dienstverband hebben dat van rechtswege eindigt, medewerkers die vervroegd uittreden of pensioengerechtigd worden, medewerkers van wie het dienstverband door de kantonrechter worden ontbonden, medewerkers die zelf hebben opgezegd, maar van wie de opzegtermijn nog niet is afgelopen en medewerkers van wie het dienstverband om een andere reden is opgezegd.
De volgende medewerkers tellen (dus) niet mee:
- Medewerkers voor wie een ontbindingsverzoek is ingediend om andere dan bedrijfseconomische redenen. Ontbindingsverzoeken om bedrijfseconomische redenen tellen ook niet mee, wanneer het gaat om minder dan 5 medewerkers.
- Medewerkers voor wie een vergunning bij het UWV Werkbedrijf wordt aangevraagd om andere dan bedrijfseconomische redenen.
- Medewerkers wiens arbeidsovereenkomsten van rechtswege (3.2.) of met wederzijds goedvinden (3.1.) zal eindigen, of welke contracten eindigen door opzegging tijdens de proeftijd (3.4.1.), dan wel medewerkers die op staande voet worden ontslagen (3.4.2.).
- Seizoensmedewerkers die arbeid verrichten dat wordt beƫindigd door het aflopen van het seizoen (art 2 WMC). In dit geval gaat het doorgaans om een contract voor bepaalde tijd, dat van rechtswege eindigt op de overeengekomen datum (3.2.).
- Medewerkers die in een ander werkgebied van een ander UWV werken (art 3 WMC).
Vroeger werden de ontslagvergunningen aangevraagd bij de regionale directeur van de arbeidsvoorzieningsorganisatie (RBA).
Verplichtingen in geval van collectief ontslag
Een werkgever die het voornemen heeft om tot collectief ontslag over te gaan, moet (als eerste) in overleg treden met de betrokken werknemersverenigingen (3.4.5.1.). Dit voornemen is aanwezig, als de werkgever meent dat de situatie met zich meebrengt dat er tot collectief ontslag overgegaan moet worden, ook al heeft hij hierover nog geen besluit genomen. Blijkt na mededeling (en overleg) dat ontslagen niet voorkomen kunnen worden, dan volgt een mededeling aan de betrokken districtsmanager van het UWV Werkbedrijf, die daarbij of daarna verzoeken ontvangt tot het verlenen van individuele ontslagvergunningen (3.4.5.2.). Bij de keuze van medewerkers die voor ontslag in aanmerking komen moet de werkgever bepaalde voorschriften naleven (3.4.5.3.).
Is de werkgever failliet (3.4.6.) dan geldt onderstaande alleen voor wat betreft de melding aan de werknemersvereniging (3.4.5.1.).
Verder zoeken
Deze pagina is onderdeel van hoofdstuk 3 over het einde van een dienstverband. U vindt hierin informatie over:
3.1. Einde met wederzijds goedvinden en de vaststellingsovereenkomst
3.2. Einde arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van rechtswege
3.3. Ontbinding dienstverband door kantonrechter
3.7. Werkloosheid en WW-uitkering
3.8. Sociaalplan en outplacement
Zoekt u een ander onderwerp, zie dan onze trefwoorden of inhoudsopgave.




Tweet