|
|
| ||||||||||
5.2.5. Arbeidsinspectie
Contacten met de arbeidsinspectie
Met de Arbeidsinspectie (Inspectiedienst-SZW) heeft een organisatie direct te maken bij een bezoek en onderzoek (5.2.5.1.) en bij het melden van ernstige gebeurtenissen (5.2.5.2.). Daarnaast eventueel bij maatregelen die de Arbeidsinspectie neemt (5.2.5.3.).
Het toezicht op de arbeidsomstandigheden en arbeidstijden ligt binnen vervoerssectoren mogelijk niet (alleen) bij de Arbeidsinspectie (SZW), maar (ook) bij inspectiediensten die vallen onder het ministerie van Verkeer en Waterstaat. Het toezicht op zeeschepen valt onder de Scheepvaartinspectie, bij de luchtvaart ziet de Luchtvaartinspectie toe. Voor het wegvervoer dat een vergunning op grond van de Wet personenvervoer of Wet goederenvervoer nodig heeft, is het Rijksverkeersinspectie bevoegd (de nadruk ligt dan bij de arbeidstijden). Het vergunningplichtig openbaar vervoer valt echter wel onder de Arbeidsinspectie, evenals het niet vergunningplichtig vervoer, zoals het eigen vervoer en het ambulancevervoer (de nadruk ligt daar bij de arbeidsomstandigheden). De beslissing over het opleggen van een boete ligt evenwel steeds bij (het centraal kantoor van) de Arbeidsinspectie, die beslist op grond van het door een inspectie opgestelde boeterapport.
5.2.5.1. Bezoek en onderzoek
De Arbeidsinspectie heeft verschillende bevoegdheden om er voor te zorgen dat zij overtredingen kunnen achterhalen (onderzoek op terreinen en in gebouwen) waarbij ze bewijsmateriaal kunnen vergaren (nemen van monsters, foto's etc) (art 24 AW). Zij dient mondeling en op verzoek schriftelijk geïnformeerd te worden door de werkgever, medewerkers en deskundigen. Deze betrokkenen dienen in beginsel aan het onderzoek van de Arbeidsinspectie mee te werken. Leden van de ondernemingsraad en personeelsvertegenwoordiging (pv) kunnen een ambtenaar bij zijn bezoek vergezellen en zich met deze onderhouden zonder dat bij dat onderhoud anderen aanwezig zijn (art 12-3 AW). Na een bezoek en onderzoek maakt de Arbeidsinspectie een rapport op dat de werkgever, de ondernemingsraad of p.v. toekomt (art 32-4 AW). De ondernemingsraad, personeelsvertegenwoordigers, vakbond kunnen om een onderzoek vragen wat zo spoedig mogelijk zal plaatsvinden (art 24-7 AW).
Medewerkers hebben de mogelijkheid om een klacht in te dienen of aangifte te doen van overtredingen van de Arbowet. De identiteit van een medewerker die een klacht heeft ingediend of overtreding heeft aangegeven wordt geheim gehouden, tenzij degene aangeeft dat dit niet nodig is (art 26 AW).
Het indienen van een klacht kan ook als medewerker(s) vinden dat de werkgever verzuimt om zijn verplichting na te komen om arbeidsgeschiktheid van een medewerker of medewerkers te behouden of te bevorderen. De werkgever is namelijk verplicht om het werk, de arbeidsplaatsen en hulpmiddelen, de productie- en werkmethoden aan een arbeidsgehandicapte medewerker(s) aan te passen, als dat nodig is voor zijn deelneming in het arbeidsproces. Deze verplichting geldt ten opzichte van een medewerker die arbeidsgehandicapt is, tenzij de uitvoeringsinstelling op grond van een door de arbodienst opgesteld reïntegratieplan heeft vastgesteld dat er geen passende arbeid voor hem beschikbaar is (2.2.4.). Medewerkers die niet arbeidsgehandicapt zijn kunnen ter voorkoming van een eventuele handicap een klacht indienen, als zij vinden dat de werkgever de Arbowet niet naleeft.
5.2.5.2. Melding en registratie van ernstige situaties (ongevallen en beroepsziekte)
Melding ongeval aan de Arbeidsinspectie door de werkgever
De werkgever geeft situaties aan de Arbeidsinspectie door, waarbij de gezondheid of veiligheid van medewerkers in het geding was of nog steeds is. Voor die melding gebruikt de werkgever het model van bijlage I van de arboregeling (art 1.10 AB). Dit vindt zo snel mogelijk plaats. Vervolgens geeft de Arbeidsinspectie aan of er nadere gegevens nodig zijn en hoe en door wie dit verstrekt moet worden (art 9 AW). De melding vindt plaats als een medewerker in verband met het verrichten van werk een ongeval overkomt dat ernstig lichamelijk, dan wel geestelijk letsel of de dood tengevolge heeft. Verkeersongelukken bij woon-werkverkeer zijn niet meldingsplichtig. Ernstig letsel is letsel van blijvende aard of letsel waarvoor een medewerker binnen 24 uur na het ongeval in het ziekenhuis opgenomen wordt ter behandeling of observatie. Dat de werkgever een arbeidsongeval heeft gemeld, geeft hij direct door aan de bedrijfshulpverleners, alsook aan de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging of bij het ontbreken daarvan aan de belanghebbende medewerkers (art 9-2 AW)
Melding beroepsziekte door arbodienst
De arbodienst is gehouden om een beroepsziekte van een medewerker te melden bij het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (AMC-Amsterdam). Daar wordt kennis over beroepsziektes verzameld, onderzocht, uitgewerkt en vervolgens weer verspreidt, bijvoorbeeld door het weer terug te koppelen naar de verschillende arbodiensten. Een ziekte die geleidelijk is ontstaan door (met name) het werk van een medewerker is doorgaans een beroepsziekte. Bij beroepsziekten gaat het bijvoorbeeld om beschadiging van de hersenen door het gebruik van oplosmiddelen in bepaalde producten (OPS) en Repetitive Strain Injury (muisarm) door het (onder tijdsdruk) verrichten van zich snel herhalende bewegingen.
Registreren van het ongeval
De werkgever houdt een register bij van alle ongevallen die tot ziekteverzuim van medewerkers hebben geleid, hetgeen onderdeel van de RI&E is (5.2.1.). De registratieplicht is ruimer dan de meldingsplicht van ongevallen, daar het niet alleen om een registratie van ernstige ongelukken gaat. De registratie ziet op arbeidsongevallen (art 5-2 AW). Dat zijn ongevallen die vrijwel direct schade aan de gezondheid toebrachten, wat heeft geleid tot ziekteverzuim of het overlijden van de medewerker (art 1-3 sub i AW). De werkgever dient er voor te zorgen dat medewerkers kennis van deze lijst kunnen nemen, die namelijk bij de risico-inventarisatie en evaluatie hoort (art 5-5 AW).
Onderzoeken van het ongeval en beroepsziekte en opstellen rapport
Is er een kans op herhaling van het ongeval of beroepsziekte, dan doet de werkgever er verstandig aan om dit nader te onderzoeken en zich zonodig te laten voorlichten door deskundigen. Met het ongeluk of de beroepsziekte dient de werkgever zich bewust te worden van bepaalde risico's en hij moet daartegen maatregelen nemen, voor zover dat redelijkerwijze van hem gevergd kan worden. De werkgever dient de RI&E aan te passen, zo dikwijls als dat nodig is, waartoe voornamelijk aanleiding kan bestaan als zich een ongeluk heeft voorgedaan of als een beroepsziekte zich openbaarde. Dat betekent dat een ongeluk of beroepsziekte met kans op herhaling een aanleiding is om bepaalde risico's nader te inventariseren en de getroffen maatregelen te evalueren, opdat het plan van aanpak wordt aangepast en er doeltreffende maatregelen volgen. Dan leert de organisatie door de volledige leercyclus te doorlopen: bezinnen, bedenken, beslissen en doen.
Het (laten) onderzoeken van een ongeluk of beroepsziekte is ook van belang voor de werkgever als de medewerker die daardoor schade heeft geleden, zijn werkgever daarvoor aansprakelijk stelt. In dat verband dient het rapport met daarin een beschrijving van het ongeluk of de beroepsziekte, inclusief de oorzaak en de risico-beperkende maatregelen die in dat kader zijn getroffen. Het ontbreken van een dergelijk rapport bemoeilijkt bij een later proces het leveren van bewijs, welke bewijslast hoofdzakelijk op de werkgever rust (2.7.1.). De werkgever is evenwel niet meer verplicht om een dergelijk rapport op te stellen, hetgeen hij ook niet meer binnen 14 dagen aan de Arbeidsinspectie hoeft op te sturen.
5.2.5.3. Door de Arbeidsinspectie te nemen maatregelen
Een werkgever die in strijd met de voorschriften handelt wordt mogelijk benaderd door de Arbeidsinspectie (I-SZW) die er vaak voor kiest om in overleg tot een oplossing te komen. Leidt dit niet tot de gewenste uitkomst, dan zal de Arbeidsinspectie tot één van de volgende maatregelen overgaan.
De Arbeidsinspectie eist dat de Arbowet (direct) nagekomen wordt (art 27 AW)
De (hoofdinspecteur van de) Arbeidsinspectie maakt duidelijk welke aspecten in strijd met de Arbowet zijn en hoe en binnen wat voor termijn deze verbeterd moeten worden. Daarbij kan de Arbeidsinspectie verplichtingen leggen op de werkgever, op derden deskundigen (externe arbodienst) en ook op medewerkers. Wordt de werkgever aangesproken, dan dient de werkgever er voor te zorgen dat anderen hiervan direct op de hoogte gebracht worden. De eis tot naleving van de Arbowet is een beschikking van de Arbeidsinspectie, waartegen bij deze een bezwaarschrift ingediend kan worden. Vervolgens kan er in beroep gegaan worden bij de rechtbank. Is de arbeidsinspectie niet bereidt om gedurende de bezwaar- en beroepsprocedure de verplichting tot naleving te schorsen, dan kan de werkgever schorsing van die verplichting vragen via een kortgeding bij de president van de rechtbank. De aanwijzingen van de Arbeidsinspectie kunnen betrekking hebben op een groot aantal artikelen van de Arbowet (art 27 AW) en daarop gebaseerde voorschriften (art 9:22 AB).
Bevel tot stilleggen van het werk (art 28 AW)
De Arbeidsinspectie (I-SZW) kan bevelen, dat het werk wordt stilgelegd en dat in of op bepaalde plaatsen er geen personen aanwezig mogen zijn, als er ernstig gevaar dreigt. Een dergelijk mondeling bevel moet meteen nagekomen worden, waarna zo spoedig mogelijk een schriftelijke bevestiging volgt. Dit bevel geldt totdat de Arbeidsinspectie het intrekt, wat zij doet als er geen ernstig gevaar meer dreigt. De Arbeidsinspectie kan de nodige maatregelen treffen en daarbij de politie inschakelen. Van het bevel tot stilleggen van het werk brengt de werkgever de betrokken werknemers, (arbo)dienst(en), de ondernemingsraaf of de personeelsvertegenwoordiging zo spoedig mogelijk op de hoogte.
(bestuurlijke) boete, opgelegd door de Arbeidsinspectie
Het in strijd handelen met de Arbowet (art 33-1 AW) en daarop gebaseerde voorschriften (art 33-2 AW) kan een beboetbaar feit opleveren, waarvoor de Arbeidsinspectie een boete oplegt. Het niet in acht nemen van globale regels zal doorgaans eerst tot een eis tot nakoming leiden (zie hierboven). Daarbij wordt gedacht aan procedurele voorschriften en andere regels waarmee in strijd handelen niet (direct) tot risico's voor de veiligheid of gezondheid leidt. Herhaling van een overtreding of in strijd handelen met meer strikte regels ter bescherming van veiligheid en gezondheid, kunnen wel (direct) door een bestuurlijke boete gevolgd worden. Ernstige beboetbare feiten kunnen dus ook zonder waarschuwing een boete opleveren. Daarmee wordt de eerste fase in het handhavingstraject overgeslagen, namelijk de fase van overleg en waarschuwing. Van de mogelijkheid dat er eventueel een boete opgelegd wordt raakt een werkgever vaak tijdig op de hoogte. De toezichthoudende ambtenaar is gehouden om de werkgever op zijn zwijgrecht te wijzen (art 35-1 AW) en de werkgever zal het voornemen om een boete op te leggen vernemen, met motivatie (art 35-2 AW).
De omvang van een boete is afhankelijk van het soort en de ernst van het beboetbaar feit, alsmede van de omvang en verwijtbaarheid van de werkgever die strijdig handelt.De boete kan maximaal 50 % hoger uitvallen bij een recidive, namelijk als de werkgever binnen twee jaar dezelfde overtreding begaat, waarvoor hij reeds eerder een boete heeft gekregen (art 34 AW).
De ambtenaar van de arbeidsinspectie die het boeterapport opstelt, beslist niet zelf over het opleggen van de boete, Deze toezichthouder stuurt zijn bevindingen namelijk in de vorm van een boeterapport (art 36 AW) naar het Centraal kantoor voor de Arbeidsinspectie. Zo worden ongewenste regionale verschillen of verschillen per toezichthouder voorkomen. De werkgever krijgt voordat de boete wordt opgelegd de mogelijkheid om zijn zienswijze te geven. Het centraal kantoor neemt de beslissing binnen 8 weken. Het gaat om 16 weken in geval de boete volgt na melding van een arbeidsongeval (art 37 AW).
Het opleggen van een boete door de Arbeidsinspectie, is een beschikking die zij gemotiveerd en schriftelijk bekend maakt (art 37 AW). De werkgever moet binnen zes weken betalen. Tekent een werkgever bezwaar aan tegen de boete en gaat hij in beroep, dan heeft dat geen schorsende werking, zodat hij onverkort gehouden blijft om de boete te betalen. De boete wordt natuurlijk terugbetaald wanneer uiteindelijk blijkt dat deze ten onrechter was opgelegd. De werkgever kan wel in afwachting van het bezwaar en beroep schorsing van de betalingsverplichting vragen via een kortgeding bij de president van de rechtbank (7.). Bezwaar aantekenen doet de werkgever op de wijze zoals bij de boete vermeldt. In deze bezwaarprocedure kan de werkgever gehoord worden, doorgaans telefonisch. In die procedure adviseert een adviescommissie als de boete betrekking heeft op een ernstig ongeval, welke onafhankelijke commissie bestaat uit vertegenwoordigers van werkgevers- en werknemersorganisaties (art 1:12 AR).
Strafrechtelijke vervolging
Het openbaar ministerie (OM) kan een werkgever strafrechtelijk vervolgen voor het overtreden van bepaalde voorschriften van de Arbowet (art 32 AW) en daarop gebaseerde voorschriften (art 9.9a AB). Het gaat om voorschriften die zeer ernstige risico's moeten voorkomen, oftewel verwijtbaar handelen van een werkgever moeten tegengaan dat snel tot ernstig letsel kan leiden.
Feiten waarvoor de arbeidsinspectie een boete kan opleggen, vormen in eerste instantie geen overtredingen die het O.M. vervolgt. Wordt een beboetbaar feit evenwel meerdere malen aangetroffen binnen twee jaar, dan wordt er mogelijk in plaats van het opnieuw opleggen van een boete, tot strafrechtelijk vervolging overgegaan (art 33-3 AW). Bepaalde beboetbare feiten kunnen evenwel ook direct strafrechtelijk vervolgd worden, namelijk wanneer die overtreding heeft geleid of kan leiden tot zwaar lichamelijk letsel of overlijden (art 32 AW). Dat laatste betekent dat een overtreding die normaal tot het opleggen van een boete leidt, dusdanig ernstig kan zijn dat strafrechtelijke vervolging op zijn plaats is, voornamelijk als zich levensbedreigende situaties voordeden.
Over het wel of niet vervolgen van overtredingen beslist het O.M., in beginsel op grond van het procesverbaal dat de Arbeidsinspectie heeft opgesteld. De werkgever moet er rekening mee houden dat wanneer de Arbeidsinspectie het O.M. inschakelt er meestal tot vervolging wordt overgegaan. Tenminste als de werkgever verwijtbaar handelde doordat hij wist of had moeten weten dat die overtreding een gevaarlijkste situatie opleverde. Bij een vervolging is doorgaans de rechtspersoon (werkgever) de verdachte. In bepaalde gevallen wordt (later) een leidinggevende als verdachte aangemerkt, bijvoorbeeld als de rechtspersoon failliet is of ingeval van een herhaling van een overtreding waarbij voornamelijk de leidinggevende een verwijt gemaakt kan worden.
Heeft een overtreding geleid tot licht letsel of materiële schade, dat biedt het O.M. een transactie aan, waarmee de betrokkene een zitting kan voorkomen (schikking). Het transactiebedrag is dan afhankelijk van de ernst van de overtreding en de grote van de onderneming:Het is mogelijk dat er hogere bedragen worden geëist, bijvoorbeeld wanneer anders de straf niet in verhouding staat met de ernst van de overtreding of wanneer het gaat om overtredingen van multinationals. Ook bij een herhaling van de overtreding zijn de bedragen hoger, namelijk het dubbele. Vrijwel altijd komt de Arbeidsinspectie op een later tijdstip terug om te beoordelen of de arbeidsomstandigheden aan de voorschriften zijn aangepast.
|
|
| ||||||||||
| Door gebruik te maken van deze website of andere diensten van ArbeidsConsultancy gaat u akkoord met de algemene voorwaarden, inclusief de uitsluiting van de aansprakelijkheid voor (type)fouten. |
![]() |