|
|
| ||||||||||
5.2.3. Beslissen over toe te passen arbobeleid
Beslissen5.2.3.1. Plan van aanpak: het te voeren arbobeleid
Uit het risico-inventarisatie en evaluatie zullen knelpunten naar voren komen wanneer blijkt dat de risico's onvoldoende worden gedekt door risico-beperkende maatregelen (5.2.1.). Dat betekent dat aanpassing van het gevoerde arbobeleid nodig is, waarvoor oplossingen worden bedacht (5.2.2.). Na het afwegen van de voor- en nadelen van veranderingen en toe te voegen maatregelen wordt er een keuze gemaakt, waarmee het arbobeleid voor de komende jaren ontstaat. Dit aangepaste arbobeleid wordt opgenomen in het "plan van aanpak", dat naast de Risico Inventarisatie en Evaluatie onderdeel uit gaat maken van de RI&E. De RI&E is te zien als een arbodraaiboek (5.2.1.). Bij de totstandkoming van deze RI&E, dus inclusief het plan van aanpak, adviseert de arbodienst, daaraan werkt de dienst mee en uiteindelijk wordt de RI&E door de arbodienst getoetst (5.2.7.1.).
Het plan van aanpak omvat het huidige arbobeleid dat zonodig met enige veranderingen wordt voortgezet, alsmede de toevoegingen aan dat beleid. Dat arbobeleid heeft betrekking op meerdere jaren. In dat beleid wordt naast de huidige voortgezette maatregelen, concreet aangegeven welke maatregelen in de komende jaren vervallen, veranderen en er bijkomen, met een vermelding van de termijn voor die aanpassingen. Niet voor alle risico's zullen betrokkenen weten welke aanpassingen daarvoor volgen, omdat die risico's of de gewenste maatregelen nog nader onderzocht moeten worden. Het plan kan dat onderzoek nader omschrijven, door een doelstelling ("beperken risico's"), taakstelling (wie doet wat?) en een streefdatum voor afronding te geven voor dat project.
De Arbowet begrijpt onder "het plan van aanpak", slechts de veranderingen, dus de nieuwe en aangepaste maatregelen. Daarbij wordt dus niet voorgeschreven dat in het plan ook de huidige (onveranderde en voortgezette) maatregelen vermeld dienen ten worden. Hierboven wordt er bewust voor gekozen om in het plan van aanpak wel het huidige arbobeleid op te nemen, waarop de aanpassingen voor de komende jaren aansluiten. Daarvoor is reden, aangezien het arbobeleid een samenhangend geheel behoort te zijn en aanpassingen doorgaans niet op zich staan. Bovendien bevat de RI&E dan een volledig overzicht van de huidige maatregelen, met daarbij de voorgestelde veranderingen. De aandacht gaat dan niet uitsluitend uit naar de aanpassingen, zodat de inzet van middelen en tijd ook wordt ingezet voor goede elementen in het reeds bestaande beleid. Het is niet zo, dat goede elementen uit het huidige arbobeleid zonder meer behouden blijven, aangezien onderhoud nodig zal zijn.
5.2.3.2. Overleg met en advies en instemming van de raad of p.v.
Overleg en participatie
De Arbowet laat werkgevers de vrijheid om zelfstandig de arborisico's te (laten) inventariseren, het arbobeleid te evalueren en oplossingen voor knelpunten te bedenken. Hij wordt daarbij bijgestaan door zijn arbodienst (5.2.7.1.). Bij de uitvoering zal hij evenwel samen moeten werken met medewerkers die het arbobeleid in de praktijk brengen (art 12-1 AW). Een werkgever dient er echter wel rekening mee te houden dat hij voor bepaalde beslissingen in overleg moet treden en om advies of instemming moet vragen aan de raad of personeelsvertegenwoordiging. Komt de werkgever tot een plan van aanpak of veranderd hij dat plan, dan vraagt hij daarvoor instemming (zie hieronder).
Gezien het gezamenlijke belang bij betere arbeidsomstandigheden, is er veel voor te zeggen om werknemers en dan met name (de arbocommissie van) de ondernenmingsraad niet minimaal maar juist veel bij "hun" arbeidsomstandigheden te betrekken. Het ligt in de rede om vertegenwoordigers van medewerkers te laten participeren bij de inventarisatie van arbeidsrisico's, de evaluatie van het gevoerde arbobeleid en het nader onderzoeken van knelpunten en de voor- en nadelen van risico-beperkende maatregelen. Niet alleen omdat daarmee de besluitvorming beter en soepeler kan verlopen (advies en instemming wordt meer een formaliteit), maar ook omdat het arbobeleid dan breder in de organisatie wordt gedragen (het is meer "hun" arbobeleid). Een extra argument voor deze integrale betrokkenheid van de medezeggenschap, is dat het arbobeleid een samenhangend geheel behoort te zijn. Dat geheel ontstaat sneller als medewerkers bij het volledige proces worden betrokken.
Naast overleg over het realiseren van het arbobeleid, dient de werkgever met de raad of p.v. te overleggen over de uitvoering daarvan. De werkgever dient namelijk jaarlijkse een rapportage te maken van de uitvoering van het plan van aanpak. Doordat de werkgever over deze voorgenomen rapportage met de raad of p.v. moet overleggen, krijgt de raad of p.v. jaarlijkse de kans om te spreken over het gevoerde en toekomstige arbobeleid in algemene zin, en concrete risico-beperkende maatregelen in het bijzonder (5.2.4.).
Vragen van instemming en advies
Komt een werkgever tot (risico-beperkende) maatregelen dan dient hij bij dat voornemen doorgaans advies- of instemming te vragen aan de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging (pv). Dat doet zich voor als het gaat om (voorgenomen) adviesplichtige besluiten of bij het voornemen om een arboregeling in te trekken, te wijzigen of op te stellen, voor welke regeling de raad of p.v. een instemmignsrecht heeft.
Instemming
Aan de raad (5.1.6.) of p.v. (5.1.9.1.) wordt instemming gevraagd wanneer de werkgever het voornemen heeft om een besluit te nemen die een regeling (maatregel) over arbeidsomstandigheden in het leven roept, wijzigt of beëindigt. Instemmingsrecht is bijvoorbeeld aanwezig bij een voorgenomen besluit tot instelling, wijziging of stoppen met een regeling over ziekteverzuimbegeleiding, voorlichting en opleiding, arbeidsgezondheids-kundig onderzoek, bedrijfshulpverlening en veranderen van de wijze waarop de bijstand wordt georganiseerd.
Het is goed mogelijk dat deze arboregelingen dusdanig onderdeel uitmaken van "het plan van aanpak", dat instemming met dit plan, instemming betekent voor de verschillende arboregelingen die in dat plan zijn opgenomen. Het plan van aanpak is een arboregeling, waardoor het opstellen of wijzigen van dit plan instemming van de raad vereist. Daarmee wordt "mogelijk" tevens instemming verleend aan (andere) arboregelingen die in dat plan zijn opgenomen (zie hieronder).
Niet-instemmingsplichtig is een investering in nieuwe machines, kleding, aanpassing van gebouwen, organisatorische veranderingen en maatregelen die slechts eenmalig worden toegepast. Deze zijn niet aan te merken als regelingen. Verder is niet-instemmingsplichtig het "besluit" om een arbodienst in te schakelen.
Advies
De werkgever vraagt advies aan de raad wanneer hij het voornemen heeft om een besluit te nemen die een "belangrijke" investering of wijziging in de organisatie met zich meebrengt. Adviesplichtig is ook, het voorgenomen besluit tot wijzigen van de vestigingsplaats (5.1.5.).
Het adviesrecht van een personeelsvertegenwoordiging beperkt zich tot voorgenomen besluiten die verandering brengen in de positie van minimaal een vierde van alle arbeidskrachten. Het gaat om besluiten die kunnen leiden tot het verlies van arbeidsplaatsen of een belangrijke verandering van de arbeid of arbeidsvoorwaarden. Hoewel een ondernemer gehouden is om het advies te vragen en de p.v. dit ook kan afdwingen, kan de p.v. niet in beroep gaan, als zij het niet eens is met het besluit (5.1.9.1.).
Instemming en advies en (het ontbreken van een goed) plan van aanpak
Een concreet plan van aanpak
Een goed plan van aanpak gaat concreet in op de risico's bij de arbeid en de risico-beperkende maatregelen die daarvoor worden genomen in de komende jaren (5.2.3.1.). Dat betekent dat het plan een duidelijke uitwerking is van het arbobeleid binnen de onderneming, waarbinnen het beperken van diverse risico's nader geregeld wordt. Het plan bestaat dan naast de regeling van het ziekteverzuim, bijvoorbeeld ook uit een duidelijke regeling voor voorlichting, certificering, bedrijfshulpverlening, arbeidsgezondheidskundig onderzoek, toezicht op naleving, aantstellingskeuringen en andere arboregelingen ter vermindering van risico's bij het werk.
Het vaststellen of aanpassen van (de RI&E met) het plan van aanpak vereist de instemming van de raad of p.v., omdat het plan van aanpak een arboregeling is. Doordat dit plan verschillende onderwerpen nader regelt, is het plan niet alleen een arboregeling, maar bevat het ook tal van arboregelingen. Dat betekent dat wanneer verschillende arboregeling in het plan van aanpak zijn opgenomen en daarin voldoende concreet worden uitgewerkt, instemming met het plan van aanpak, betekent dat de raad of p.v. instemt met de in dat plan opgenomen arboregelingen.
Een vaag plan van aanpak
Niet zelden is het plan van aanpak niet meer dan een globale omschrijving van voornemens, zonder concreet op bepaalde onderwerpen in te gaan. Ook in dat geval is het plan van aanpak een arboregeling en is derhalve instemming van de raad of p.v. vereist. Wordt die instemming verkregen, dan betekent dat in beginsel niet dat de werkgever zelfstandig de onderwerpen uit het plan nader kan invullen. Een concrete invulling van een onderwerp uit het plan dat daarin slechts globaal wordt omschreven, is mogelijk een advies- of instemmingsplichtig besluit. Instemming wordt er gevraagd als die concrete invulling leidt tot het opstellen, aanpassen of intrekken van een arboregeling, bijvoorbeeld wanneer de ziekteverzuimbegeleiding wordt veranderd. Advies wordt er gevraagd als die concrete invulling leidt tot een belangrijke investering, een verhuizing of belangrijke verandering in de organisatie.
Regelt het plan van aanpak bepaalde onderwerpen onvoldoende concreet, dan doet de raad of p.v. er mogelijk verstandig aan om de instemming te specificeren. De raad of p.v. geeft dan aan dat wanneer bepaalde onderwerpen uit het plan nader uitgewerkt worden, de werkgever daarvoor nog om instemming (of advies) moet vragen. Partijen kunnen over dergelijk instemmings-maatwerk nadere afspraken maken. Pas na een nadere uitwerking is voldoende duidelijk waarvoor de werkgever medewerking van de raad of p.v. vraagt.
Geen plan van aanpak
Bedacht moet worden dat het plan van aanpak volledig kan ontbreken. Hoewel de werkgever deze verplichting uit de Arbowet niet nakomt, betekent dat nog niet dat hij ook op andere onderdelen tekortschiet. Zo kan hij zonder een plan van aanpak komen tot het voornemen om bijvoorbeeld de begeleiding van het ziekteverzuim anders te regelen of een belangrijke investering te doen. De werkgever vraagt (dan) instemming voor het opstellen, aanpassen of intrekken van een arboregeling. Advies vraagt hij wanneer hij het voornemen heeft te besluiten tot een belangrijke investering, een verhuizing of belangrijke verandering (zie hierboven).
5.2.3.3. Is de werkgever verplicht bepaalde concrete maatregelen te nemen?
Het streven naar goede arbeidsomstandigheden betekent voor de werkgever de plicht om zover te gaan als redelijkerwijze van hem verlangt kan worden (art 3 AW). Hierbij vindt een afweging plaats tussen de voor- en nadelen van maatregelen. Het kan omstreden zijn of een bepaalde maatregel wel tot bepaalde voordelen zal leiden. Dat dient als uitgangspunt als het verband tussen maatregel en voordelen door een brede kring van specialisten wordt aangenomen.
Is het belang van een maatregel groot, dan zal een werkgever minder snel kunnen stellen dat werknemers dit redelijkerwijze niet van hem kunnen vergen. Hoe groter het risico is dat medewerkers lopen, des te meer zal de werkgever moeten ondernemen, of des te sneller moet dat doen. Dat een maatregel de kosten zal opvoeren en daarmee de winst zal drukken, is op zich geen argument om de maatregel niet toe te passen. Dat wordt anders wanneer de kosten van een maatregel (zeer) hoog zijn, terwijl het belang (zeer) gering is. De nadelen staan dan niet meer in verhouding tot de voordelen, waardoor medewerkers deze maatregel niet in redelijkheid van hun werkgever kunnen verlangen.
Een spreiding van maatregelen over diverse jaren past eerder bij de financiële mogelijkheden van werkgever en kan daarmee eerder verlangd worden, dan alle maatregelen ineens. Daarbij kan het nodig zijn dat er tijdelijke maatregelen getroffen worden, in afwachting van de ingrijpende en betere maatregelen in de komende jaren.
Gaat het om maatregelen welke dienen om zware ongelukken te voorkomen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, dan is de beleidsvrijheid van de werkgever gering. Hij dient alle maatregelen te nemen die nodig zijn om die ongelukken te voorkomen of te beperken. Voor bepaalde (categorieën van) organisaties waarin dit risico zich voordoet gelden er nadere voorschriften over het nemen van maatregelen, het verschaffen van informatie, etc (5.2.2.2.).
|
|
| ||||||||||
| Door gebruik te maken van deze website of andere diensten van ArbeidsConsultancy gaat u akkoord met de algemene voorwaarden, inclusief de uitsluiting van de aansprakelijkheid voor (type)fouten. |
![]() |