Arbeidsrechter.nl  
Informatie zoeken
Trefwoorden | Zoekmachine | Inhoudsopgave
  Specialisten raadplegen  
Email | Telefoon | Bemiddeling
  Opleidingen arbeidsrecht  
Informatie | Leergang | Specialist

5.1.9. Medezeggenschap in middelgrote en kleine ondernemingen

5.1.8. 5.1.10. Inhoud 5.1.

Personeelsvertegenwoordiging
Dit hoofdstuk is niet van toepassing op ondernemingen met meer dan 50 medewerkers, ook al komen zij de verplichting niet na om een ondernemingsraad in te stellen
(5.1.1.2.).

Ondernemers met minder dan 50 medewerkers hebben de volgende opties:
- Er vrijwillig toe overgaan een ondernemingsraad in te stellen, waardoor andere hoofdstukken wel en dit hoofdstuk niet van toepassing is (5.1.1.2.).
- Een personeelsvertegenwoordiging in het leven te roepen, waarop hoofdstuk 5.1.9.1. nader ingaat. Dat betekent dat de regeling die geldt voor de ondernemingsraad niet onverkort van toepassing is, waarmee rekening gehouden dient te worden bij het lezen van de andere hoofdstukken (5.1.9.1.).
- Geen personeelsvertegenwoordiging en ook geen ondernemingsraad instellen, wat behandeld wordt in hoofdstuk 5.1.9.2. (5.1.9.2.).

De laatste optie om geen medezeggenschapsstructuur in te stellen vervalt zodra de meerderheid van de in de onderneming werkzame personen een personeelsvertegenwoordiging wenst, terwijl er minimaal 10 medewerkers in de onderneming werken (art 35c WOR). Dat wil zeggen dat ondernemers met minder dan 10 medewerkers niet gedwongen kunnen worden om een raad of personeelsvertegenwoordiging in het leven te roepen. Stellen zij wel een vertegenwoordiging in, dan geldt hoofdstuk 5.1.9.1. vrijwel geheel (5.1.9.1.).

Voorgaande is begin 1998 gewijzigd

Bepaalde ondernemingen met minder dan 50 medewerkers waren mogelijk voorheen verplicht om wel een ondernemingsraad in te stellen, hoewel dit tegenwoordig niet meer verplicht zou zijn. Deze raden blijven bestaan gedurende hun zittingsperiode, waarna ze worden opgeheven. Het is dan aan de ondernemer om vrijwillig een raad of een personeelsvertegenwoordiging in te stellen (te behouden). Tot het instellen van een personeelsvertegenwoordiging is hij verplicht, als de meerderheid van de werknemers daarom heeft gevraagd en er minimaal 10 medewerkers in de onderneming werkzaam zijn.

5.1.9.1. Regels voor ondernemingen met een personeelsvertegenwoordiging

Voor ondernemers met een onderneming waar minder dan 50 medewerkers werken geldt dat zij een personeelsvertegenwoordiging in kunnen stellen (art 35c-1 WOR). Hiertoe zijn de ondernemers verplicht, wanneer er in de onderneming minimaal 10 medewerkers werken en er namens een meerderheid van medewerkers een verzoek wordt gedaan om een personeelsvertegenwoordiging in het leven te roepen (art 35c-2 WOR). Hieronder wordt in het kort op personeelsvertegenwoordiging ingegaan, aangezien meer informatie in de andere hoofdstukken is te vinden. Naar deze hoofdstukken wordt verwezen, terwijl aangegeven wordt in hoeverre die hoofdstukken van toepassing zijn.

Instelling en algemene opmerkingen over de leden van de personeelsvertegenwoordiging

De vertegenwoordiging wordt gekozen door medewerkers bij geheime en schriftelijke verkiezingen, waarbij het gaat om minimaal 3 leden. Deze oprichting geeft de ondernemer door aan de bedrijfscommissie (5.1.11.6.). De vertegenwoordiging kiest uit zijn midden een voorzitter, welke de personeelsvertegenwoordiging in rechte vertegenwoordigt (5.1.2.5.). De leden van de personeelsvertegenwoordiging kunnen net als leden van de ondernemingsraad van vertegenwoordiging uitgesloten worden (5.1.1.4.).

Vrijwillige instelling en opheffing van de personeelsvertegenwoordiging

Een ondernemer kan een personeelsvertegenwoordiging in het leven roepen, ook al is hij hiertoe niet gehouden. Dat doet zich voor, als er minder dan 10 medewerkers in de onderneming werken, of wanneer er meer medewerkers werken terwijl deze medewerkers geen meerderheidsverzoek tot instelling hebben ingediend. In dat geval kan de ondernemer een door hem ingestelde personeelsvertegenwoordiging opheffen tegen het einde van de lopende zittingsperiode van die vertegenwoordiging, ingeval zich een belangrijke wijziging in de omstandigheden voordoet. De ondernemer deelt zijn besluit tot opheffing van de personeelsvertegenwoordiging schriftelijk mede aan de bedrijfscommissie (art 35c-3 jo 5-2 WOR).

Rechten van de personeelsvertegenwoordiging

Voor de personeelsvertegenwoordiging gelden onderstaande rechten. De belangrijkste afwijkingen in vergelijkingen met de ondernemingsraad zijn een beperkt advies- en instemmingsrecht en minder recht op informatie. Ook het overleg tussen ondernemer en personeelsvertegenwoordiging vindt minder vaak plaats, terwijl voor deze kleine ondernemingen er doorgaans geen commissies ingesteld worden.

Maken van kosten en inschakelen externe deskundigen

Het vragen van advies aan derden waardoor de onderneming extra kosten maakt, alsmede het instellen van commissies is slechts mogelijk, als de ondernemer hiermee instemt (5.1.3.). Wordt deze instemming niet verkregen, dan is er geen beroep op de rechter mogelijk (art 35c-5 WOR). Andere kosten worden ook door de ondernemer gedekt op gelijke voet als door een ondernemingsraad gemaakte kosten. Ook de personeelsvertegenwoordiging kan in rechte opkomen waarbij zij net als de raad niet in de proceskosten veroordeeld kan worden (5.1.2.4.).

Voorziening en scholing

Hoofdstuk 5.1.2. is grotendeels op de personeelsvertegenwoordiging van toepassing. Daar gaat het om:
- Vaststellen van uren die de leden nodig hebben voor hun eigen werk, voor overleg en voor het raadplegen van medewerkers in de onderneming (5.1.2.2.).
- Scholing en training van leden van de vertegenwoordiging (5.1.2.3.), hoewel daarbij geen minimum aantal dagen gelden zoals die voor leden van de raad wel gelden.
- Recht op voorziening die de personeelsvertegenwoordiging nodig hebben (5.1.2.4.).

Bescherming tegen benadeling en ontslagbescherming van leden van de vertegenwoordiging

De leden van de personeelsvertegenwoordiging genieten een vergelijkbare bescherming tegen benadeling in de onderneming en bescherming tegen ontslag. Hoofdstuk 5.1.8. is op hen dus van toepassing (5.1.8.).

Mondeling verstrekken van informatie

De ondernemer moet als de personeelsvertegenwoordiging daarom vraagt de informatie verstrekken die zij redelijkerwijze nodig heeft voor de vervulling van haar taak Deze informatie dient tijdig verstrekt te worden, wat sterk afhankelijk is van de aard van de gevraagde informatie, alsmede van de spoed die hierbij geboden is. De ondernemer kan in beginsel volstaan met het mondeling geven van de gevraagde informatie (art 35c-6 WOR).

Uitbreiden bevoegdheden van de vertegenwoordiging

In een overeenkomst met de personeelsvertegenwoordiging kan aan deze vertegenwoordiging meer bevoegdheden toegekend worden (5.1.11.4.).

Overleg

Gedurende tweemaal per jaar vindt er overleg plaats tussen de ondernemer en de personeelsvertegenwoordiging, waarbij eenmaal per jaar de algemene gang van zaken wordt besproken. De ondernemer verschaft de benodigde informatie aan de vertegenwoordiging. Is er een jaarrekening, jaarverslag, sociaalverslag en dergelijke, dan dient de ondernemer deze te overhandigen. Anders wordt er op andere wijze informatie gegeven over de werkzaamheden en resultaten van de onderneming

Vragen van advies

De vertegenwoordiging geeft advies over bepaalde voorgenomen besluiten die verandering te weeg brengen in de positie van minimaal een vierde van alle arbeidskrachten. Het gaat om besluiten die kunnen leiden tot het verlies van arbeidsplaatsen of een belangrijke verandering van de arbeid of de arbeidsvoorwaarden (art 35b-5 WOR). De ondernemer dient het advies tijdig te vragen zodat het advies van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit. Hij dient de nodige informatie te verstrekken over de aangelegenheid waarover advies wordt gevraagd. Het vragen van advies is niet vereist, wanneer het onderwerp is geregeld in een collectieve arbeidsovereenkomst, dan wel als de ondernemer volgens de wet verplicht is om bepaalde maatregelen te nemen. Dat is mogelijk anders, wanneer de ondernemer de nodige beleidsvrijheid (keuze mogelijkheden) heeft om aan zijn verplichting invulling te geven. Een ondernemer is gehouden het advies te vragen, wat de personeelsvertegenwoordiging kan afdwingen. De vertegenwoordiging kan echter niet in beroep gaan, als zij het niet eens is met het besluit van de ondernemer.

Vragen van instemming

De personeelsvertegenwoordiging heeft een beperkt instemmingsrecht voor de hieronder beschreven besluiten (art 35c-3 en 4 en art 35d-2 WOR). Hoofdstuk 5.1.6. gaat nader in op de vraag wat een "regeling" is, hoe partijen te werk gaan en wat er geldt wanneer er conflicten zijn (5.1.6.).

Instemming bij het vaststellen, intrekken of wijzigen van een werktijdenregeling

Een ondernemer die een werktijdenregeling wil vaststellen, intrekken of wijzigen dient eerst instemming te vragen aan de personeelsvertegenwoordiging. Het voornemen om een dergelijk besluit te nemen laat hij schriftelijk aan de personeelsvertegenwoordiging weten, waarbij hij bovendien aangeeft, welke gevolgen het voorgenomen besluit voor de medewerkers zal hebben. Vervolgens bestudeert de personeelsvertegenwoordiging het besluit en treed zij hierover in overleg met de ondernemer. Daarna neemt de personeelsvertegenwoordiging een beslissing dat zij schriftelijk en gemotiveerd aan de ondernemer overbrengt. De ondernemer neemt vervolgens zijn beslissing en laat dit weten, waarbij hij tevens aangeeft op welk tijdstip de beslissing uitgevoerd zal worden. Hoofdstuk 5.1.6.1.B. gaat nader in op de werktijdregeling (5.1.6.1.B.), terwijl hoofdstuk 5.3 in het algemeen ingaat op arbeidstijden (5.3.).

Instemmingsrecht bij het vaststellen, intrekken of wijzigen van een regeling over arbeidsomstandigheden, zoals een ziekteverzuimregeling

Dit instemmingsrecht geldt (tegenwoordig) voor zowel de verplichte als vrijwillig ingestelde personeelsvertegenwoordiging. Ook hier dient de ondernemer het voornemen om het besluit te nemen schriftelijk en gemotiveerd aan de personeelsvertegenwoordiging voor te leggen. Daarna vindt er overleg plaats en maken beide partijen hun beslissingen tijdig kenbaar met een toelichting.

5.1.9.2. Regels voor ondernemingen zonder een personeelsvertegenwoordiging

De volgende regels over medezeggenschap gelden voor ondernemingen waar minimaal 10 en maximaal 49 medewerkers werken. Zijn er meer medewerkers in de onderneming werkzaam, dan is de ondernemer verplicht een ondernemingsraad in te stellen en geldt onderstaande niet.

Onderstaande voorschriften moet de ondernemer in acht nemen tegenover medewerkers die voor minimaal 6 maanden in de onderneming werkzaam zijn geweest (art 35b-6 WOR). Deze medewerkers hebben een individueel medezeggenschapsrecht, dat zij individueel of collectief kunnen inroepen bij de kantonrechter (5.1.11.5.) (art 36a WOR). Het medezeggenschapsrecht ziet op de beïnvloeding van het in de onderneming gevoerde beleid. Voor wat betreft de onderwerpen die in de vergaderingen worden besproken gaat het in eerste instantie niet over de concrete uitvoering van het beleid.

Het voeren van overleg en het verschaffen van informatie

De ondernemer (bestuurder) moet minimaal twee keer per jaar in overleg treden met bepaalde medewerkers (art 35b-1 WOR). Deze personeelsvergadering wordt geleid door de ondernemer of de bestuurder van de onderneming (5.1.1.1.). Is hij verhinderd, dan kan hij zich door een ander laten vertegenwoordigen. Het verdient doorgaans aanbeveling om in dat geval de vergadering te verzetten (art 35b-3 WOR). De betrokken medewerkers kunnen individueel onderwerpen voor overleg aandragen en voorstellen doen (art 35b-2 WOR).

Tijdens één van de twee verplichte vergaderingen wordt de algemene gang van zaken besproken, waarbij de ondernemer de benodigde informatie verstrekt aan de medewerkers. Is er een jaarrekening, jaarverslag, sociaalverslag en dergelijke, dan dient de ondernemer deze te overhandigen. Anders wordt er op andere wijze informatie gegeven over de werkzaamheden en resultaten van de onderneming (art 35b-4 WOR).

Op verzoek van een vierde van alle medewerkers dient er eveneens een vergadering gehouden te worden. Deze medewerkers geven aan welk onderwerp of onderwerpen zij willen bespreken en waarom zij dat van belang vinden (art 35b-1 WOR).

Geven van advies

De medewerkers in de onderneming mogen tijdens de vergadering advies uitbrengen over bepaalde voorgenomen besluiten die verandering te weeg brengen in de positie van minimaal een vierde van alle arbeidskrachten. Het gaat om besluiten die kunnen leiden tot het verlies van arbeidsplaatsen of een belangrijke verandering van de arbeid, arbeidsvoorwaarden of arbeidsomstandigheden (art 35b-5 WOR).

Het vragen van advies dient tijdig plaats te vinden zodat het advies van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit. De ondernemer moet de nodige informatie verstrekken over de aangelegenheid waarover advies wordt gevraagd. Het vragen van advies is niet vereist, als het onderwerp is geregeld in een collectieve arbeidsovereenkomst, dan wel indien de ondernemer volgens de wet verplicht is om bepaalde maatregelen te nemen. Dat is mogelijk anders, als de ondernemer de nodige beleidsvrijheid (keuze mogelijkheden) heeft om aan zijn verplichting invulling te geven. Medewerkers geven individueel hun advies, wat zij natuurlijk ook als groep naar voren kunnen brengen.

5.1.8. 5.1.10. Inhoud 5.1.
   
   Arbeidsrechter.nl
 
Informatie zoeken
Trefwoorden | Zoekmachine | Inhoudsopgave
  Specialisten raadplegen  
Email | Telefoon | Bemiddeling
  Opleidingen arbeidsrecht  
Informatie | Leergang | Specialist
Door gebruik te maken van deze website of andere diensten van ArbeidsConsultancy gaat u akkoord
met de algemene voorwaarden, inclusief de uitsluiting van de aansprakelijkheid voor (type)fouten.
 
 
       
Auteursrecht voorbehouden           2010