Arbeidsrechter.nl  
Informatie zoeken
Trefwoorden | Zoekmachine | Inhoudsopgave
  Specialisten raadplegen  
Email | Telefoon | Bemiddeling
  Opleidingen arbeidsrecht  
Informatie | Leergang | Specialist

5.1.4. (Overleg)vergaderingen

5.1.3. 5.1.5. Inhoud 5.1.

Vergaderingen

Hieronder moet goed onderscheid gemaakt worden tussen vergaderingen van de raad (zelf) en de overlegvergadering tussen de ondernemer en de raad.

Vergaderingen van de raad (zelf)

Voor onderlinge vergaderingen van leden van de raad wordt een regeling getroffen in het reglement van de raad. Dit reglement dient bepalingen te bevatten over het bekendmaken van de agenda van de vergaderingen van de raad. Bij deze vergaderingen is de ondernemer niet aanwezig. Hij ontvangt wel een afschrift van de agendapunten, uiterlijk een week voor de vergadering. Hierdoor raakt hij op de hoogte van de aangelegenheden die de raad gaat bespreken (art 14-1 sub f-g WOR). De raad (of commissie) kan een interne of externe deskundige uitnodigen om de vergadering bij te wonen (art 16 WOR) (5.1.3.2.). Deze uitnodiging kan plaatsvinden tegenover bestuurders van een moedermaatschappij (holding) of leden van de raad van commissarissen. Uitgenodigde personen zijn niet verplichting om de vergadering bij te wonen.

Overlegvergaderingen

Een overlegvergadering vindt plaats tussen de ondernemer en de ondernemingsraad (art 23 WOR). De ondernemer wordt hierbij vertegenwoordigd door een bestuurder (5.1.1.1.). Deze kan zich door een andere medebestuurder laten vervangen, bijvoorbeeld als deze deskundig is over het onderwerp dat wordt besproken. Is een bestuurder verhinderd, dan kan hij zich ook door een vertegenwoordiger van een moedermaatschappij, een vertegenwoordiger van de raad van commissarissen of door een medewerker (leidinggevende) laten vervangen (art 23-4 en 5 WOR). Genoemde personen kunnen de bestuurder ook bijstaan tijdens de overlegprocedure (art 23-6 WOR).

Wanneer vindt er overleg plaats?

De ondernemer en de raad bepalen samen wanneer het overleg plaatsvindt, alsmede welke punten er dan aan de orde komen. Daarbij geldt dat als de bestuurder of ondernemingsraad overleg wil plegen over bepaalde onderwerpen, dit overleg binnen twee weken plaats moet vinden (art 23-1 WOR). Twee keer per jaar wordt de algemene gang van zaken besproken. Daarnaast vindt er overleg plaats over aangelegenheden waarbij de ondernemingsraad advies (5.1.5.) of instemming (5.1.6.) kan geven. Per jaar wordt er ook overleg gevoerd voor het vaststellen van het openbaar jaarverslag over de arbeidsdeelname van allochtonen in de organisatie. De bevindingen van de raad worden in dit verslag opgenomen (1.7.4.).

Over wat voor onderwerpen wordt er overlegd?

De onderwerpen van het overleg zijn de onderwerpen die de ondernemer of ondernemingsraad wil bespreken. Daaronder vallen ook de onderwerpen waarover de ondernemingsraad een adviesrecht (5.1.5.) of instemmingsbevoegdheid (5.1.6.) heeft. Minimaal twee keer per jaar wordt de algemene gang van zaken in de onderneming besproken. Bij deze vergadering laat de ondernemer weten of hij besluiten aan het voorbereiden is waarover de raad te zijner tijd advies moet geven of om instemming zal worden gevraagd. Doet dat zich voor, dan zullen partijen afspreken, hoe en wanneer de ondernemer de raad bij zijn besluitvorming zal betrekken (art 24 WOR). De onderwerpen waarover partijen willen overleggen worden op de agenda van de overlegvergadering geplaatst. Zo nodig worden relevante stukken aan de secretaris van de raad overhandigd (art 23a-4 WOR).

Ondernemingsraden bij de overheid worden geconfronteerd met "het primaat van de politiek". Dat wil zeggen dat besluiten die overwegend politiek van aard zijn, in beginsel niet voor overleg met de ondernemingsraad in aanmerking komen. Dat is anders wanneer deze aangelegenheden gevolgen zullen hebben voor de werkzaamheden van de in de onderneming werkzame personen. In dat geval is het besluit doorgaans ook adviesplichtig, zie hoofdstuk 5.1.5.1. waar het "primaat van de politiek" nader wordt uitgewerkt (5.1.5.1.).

Wie zijn er nog meer bij het overleg aanwezig?

Beide partijen kunnen één of meer deskundige uitnodigen, wat aan de andere partij wordt medegedeeld. Is deze andere partij het hiermee niet eens, dan blijft de deskundige afwezig (tenzij de kantonrechter beslist dat de deskundige aanwezig mag zijn) (art 23a-5 WOR).

Bij overlegvergaderingen over de algemene gang van zaken (twee keer per jaar) zijn mogelijk derden betrokken die een belangrijke invloed en (of) toezichthoudende taak hebben op (het bestuur van) de onderneming. Deze personen kunnen afwezig blijven, als de ondernemingsraad dit goed vindt (art 24-2 WOR).

De verschijningsplicht geldt voor:
- één of meer leden van de raad van commissarissen, tenzij er een moedermaatschappij is. In dat geval verschijnt:
- een vertegenwoordiger van het bestuur van de moedermaatschappij (meer dan 50 % aandelen in onderneming (rechtspersoon)), tenzij de onderneming in stand wordt gehouden door een vereniging of stichting, want dan verschijnt:
- een vertegenwoordiger van het bestuur van de vereniging of stichting.

De verschijningsplicht geldt niet:
- Wanneer de ondernemer (moeder) meer dan vijf ondernemingen in stand houdt, waarvan er meer dan vijf een ondernemingsraad hebben ingesteld, dan wel
- Als de onderneming deel uitmaakt van een groep ondernemingen die bestaat uit meer dan vijf ondernemingen waarvan er meer dan vijf ondernemingsraden hebben ingesteld. De verschijningsplicht geldt wel voor het overleg met een centrale of groepsondernemingsraad (5.1.10.).

Voor nadere informatie over de gang van zaken bij de vergadering wordt verwezen naar artikel 23a (art 23a WOR) en art 23b (art 23b WOR) van de WOR.

De ondernemingsraad komt met voorstellen

Tijdens of naast de vergadering kan de ondernemingsraad voorstellen doen over alle aangelegenheden die de onderneming aangaan. Deze aangelegenheden zijn niet beperkt tot die welke directe gevolgen hebben voor werknemers. Het bestuur moet de voorstellen overwegen en hierover moet minimaal één keer overleg plaatsvinden. Vervolgens komt het bestuur met een besluit over het voorstel (art 23-2 en 3 WOR). Neemt het bestuurder het voorstel niet over, dan bestaat er voor de raad geen mogelijkheid om dit af te dwingen. Voorgaande kan betekenen dat, als het voorstel tijdens de vergadering wordt gedaan en alle bestuurders aanwezig zijn, dit voorstel mogelijk direct wordt toegewezen. In andere gevallen zal het voorstel onderzocht en nader besproken moeten worden, waarbij mogelijk zelfs meer dan één overlegvergadering plaatsvindt.

In artikel 28 wordt de taak van de ondernemingsraad nader uitgewerkt, wat van belang kan zijn voor de voorstellen die de raad wenst te doen (art 28 WOR).

5.1.3. 5.1.5. Inhoud 5.1.
   
   Arbeidsrechter.nl
 
Informatie zoeken
Trefwoorden | Zoekmachine | Inhoudsopgave
  Specialisten raadplegen  
Email | Telefoon | Bemiddeling
  Opleidingen arbeidsrecht  
Informatie | Leergang | Specialist
Door gebruik te maken van deze website of andere diensten van ArbeidsConsultancy gaat u akkoord
met de algemene voorwaarden, inclusief de uitsluiting van de aansprakelijkheid voor (type)fouten.
 
 
       
Auteursrecht voorbehouden           2010