|
|
| ||||||||||
5.1.11. Losse onderwerpen
Diversen
De volgende onderwerpen worden kort behandeld:5.1.11.1. Nadere invulling taak van de ondernemingsraad
In artikel 28 van de wet op de ondernemingsraden wordt een nadere invulling gegeven van de taak van de ondernemingsraad, teneinde het belang van deze onderwerpen te onderstrepen. Dit opdat de ondernemingsraad hierbij actief optreedt, bijvoorbeeld door het doen van voorstellen. Daarbij gaat het om (art 28 WOR):
- Het bevorderen van het naleven van de voor de onderneming geldende voorschriften op het gebied van de arbeidsvoorwaarden (4.), alsmede van voorschriften op het gebied van de veiligheid, de gezondheid en het welzijn in verband met de arbeid van de in de onderneming werkzame personen (5.2.).
- Het bevorderen dat werkoverleg plaatsvindt (6.3.5.), alsmede dat bevoegdheden in de onderneming worden overgedragen (6.2.2.), zodat de in de onderneming werkzame personen zoveel mogelijk worden betrokken bij de regeling van de arbeid in het onderdeel van de onderneming waarin zij werkzaam zijn.
- De raad dient te waken tegen discriminatie in de onderneming en bevordert in het bijzonder de gelijke behandeling van mannen en vrouwen (2.6.), alsmede de inschakeling van gehandicapte en allochtone werknemers in de onderneming (1.10.4.).
- Verder heeft de raad tot opdracht om te bevorderen dat de onderneming op een voor het milieu minder belastende wijze actief is (5.1.5.1.L.).
5.1.11.2. Recht tot benoemen bestuursleden voor organisaties voor het personeel
De ondernemingsraad heeft het recht om bestuursleden te benoemen voor instellingen die door de ondernemer worden opgericht teneinde dienstig te zijn voor alle medewerkers in de onderneming, dan wel een groep medewerkers (art 29 WOR). Het gaat hier om verenigingen, stichtingen en dergelijke waarvan minimaal de helft van het bestuur wordt gekozen door de ondernemingsraad (of -raden). Voorgaande geldt niet, als de benoeming op een andere wijze plaatsvindt op grond van een wettelijk voorschrift.
5.1.11.3. Rechten voor de ondernemingsraad bij benoeming lid van de raad van commissarissen bij een structuurvennootschap
Een structuurvennootschap is een grote NV of BV die een geplaatst aandelenkapitaal en reserves heeft van meer dan 25 miljoen, terwijl deze vennootschap zelf of een dochtermaatschappij een onderneming drijft waar 100 medewerkers werkzaam zijn en waarvoor bovendien een ondernemingsraad is ingesteld. De raad van commissarissen heeft door zijn bevoegdheden vrij veel invloed in de structuurvennootschap. De ondernemingsraad kan een kandidaat voor het lidmaatschap van de raad van commissarissen voordragen (structuurregeling). Daarnaast heeft de ondernemingsraad een vetorecht waarmee zij kan voorkomen dat een bepaalde kandidaat lid van de raad van commissarissen wordt.
5.1.11.4. Uitbreiden bevoegdheden van de ondernemingsraad en sluiten overeenkomsten met de ondernemingsraad
De bevoegdheden van de ondernemingsraad kunnen uitgebreid worden doordat een cao aan de ondernemingsraad bepaalde bevoegdheden toeschrijft (art 32-1 WOR). Daarnaast kan de ondernemer in een overeenkomst met de ondernemingsraad de bevoegdheden van de raad vergroten (art 32-2 WOR). Van deze uitbreiding van de bevoegdheden wordt de bedrijfscommissie op de hoogte gesteld door de ondernemer (5.1.11.6.).
Het verminderen van de bevoegdheden van de ondernemingsraad is niet mogelijk daar deze bevoegdheden dwingend aan de raad toekomen op grond van de wet.
Uitbreiding advies of instemmingsrecht
Een mogelijke uitbreiding van bevoegdheden is het verruimen van de onderwerpen waarover de ondernemer de raad om advies of instemming dient te vragen. Dit wordt gezien als een uitbreiding van de onderwerpen zoals behandeld in hoofdstuk 5.1.5.1. of 5.1.6.1. Dat brengt met zich mee dat die hoofdstukken van overeenkomstig toepassing zijn als er advies (5.1.5.) of instemming (5.1.6.) wordt gevraagd. De ondernemingsraad heeft ook dan, de daar behandelde mogelijkheden om in beroep te gaan (art 32-4 WOR). Daarentegen geldt ook de restrictie, dat er geen advies of instemming gevraagd hoeft te worden, als de aangelegenheid uitputtend in een cao is geregeld (art 32-3 WOR).
Einde van de uitbreiding van de bevoegdheden
De uitbreiding van de bevoegdheid eindigt, wanneer hieraan een termijn is gebonden die verstrijkt, of als de cao die de uitbreiding regelt niet meer van toepassing is of hierin verandering brengt. Daarnaast kan de uitbreiding van de bevoegdheden eindigen, als de ondernemer meent dat gezien de omstandigheden de ondernemingsraad hem redelijkerwijze niet meer aan de overeenkomst kan houden.
Aangaan van overeenkomsten met de raad
Een overeenkomst tussen ondernemer en ondernemingsraad wordt convenant, protocol of ondernemingsovereenkomst genoemd. In dit convenant kunnen in plaats van het toekennen van rechten ook andere onderwerpen geregeld worden. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om het beslechten van bepaalde vragen van uitleg, procedures die bijvoorbeeld bij een reorganisatie gevolgd gaan worden en een (nadere) regeling van primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden.
Overeenstemming over combineren Arbeid en Zorg
Het combineren van arbeid met zorgtaken is vastgelegd in de Wet Arbeid en Zorg (WAZ). Daarin staan onder
andere regelingen voor calamiteitenverlof en verzuimverlof (2.4.6.) (art 4:7 waz.htm),
kort durend zorgverlof (7.) (art 5:10 waz.htm) en ouderschapsverlof (7.) (art 6:8 waz.htm).
Van deze wettelijke regeling kan de CAO afwijken. Is er geen CAO of bevat de CAO daarvoor geen regeling, dan kan de werkgever een
afwijkende regeling overeenkomen met de ondernemingsraad (personeelsvertegenwoordiging). Dit dient schriftelijk vastgelegd te worden.
Deze met de ondernemingsraad overeengekomen afwijkingen zijn bindend voor de medewerkers.
Overeenstemming over arbeidsvoorwaarden
Er kan met een ondernemingsraad een convenant gesloten worden waarmee de ondernemingsraad akkoord gaat met een nadere regeling van arbeidsvoorwaarden die slechts in algemene zin in een cao zijn opgenomen. De cao geeft dan de ondernemer de mogelijkheid om in samenwerking met de ondernemingsraad een nadere invulling aan de arbeidsvoorwaarden te geven. Het gaat dan om een raam- of etage-cao. Een probleem hierbij is dat de met de ondernemingsraad overeengekomen regeling van arbeidsvoorwaarden, niet zonder meer bindend is voor medewerkers. Hiervoor gelden namelijk nadere voorschriften, dat in hoofdstuk 1.6. wordt uitgewerkt (1.6.). De werknemers kunnen mogelijk aanspraak blijven maken op hun huidige arbeidsvoorwaarden. Het is zeer de vraag of de werkgever kan stellen dat de cao hem de mogelijkheden geeft en dat de medewerkers die gebonden zijn aan de cao ook aan de nadere invulling daarvan gebonden zullen zijn.
Veel medewerkers weten niet dat zij niet individueel gebonden zijn aan arbeidsvoorwaarden die zijn overeengekomen tussen de ondernemingsraad en ondernemer. Past een werkgever de nieuwe regeling toe, zonder dat de medewerkers zich hiertegen verzetten, dan kan daaruit mogelijk afgeleid worden dat zij stilzwijgend met deze nieuwe regeling hebben ingestemd.
5.1.11.5. Geschillen, procederen en inschakelen bedrijfscommissie
Geschillen over adviesplichtige besluiten
Een geschil over een besluit dat afwijkt van een advies van de ondernemingsraad of waarover de ondernemingsraad niet om advies is gevraagd wordt voorgelegd aan de ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam (5.1.5.5.). Het is wel mogelijk om de beslissing van de kantonrechter te vragen over de vraag of de ondernemer het advies had moet vragen (5.1.5.2.) (art 36-5 WOR).
Overige geschillen over de Wet op de ondernemingsraden
Andere dan bovengenoemde geschillen komen voor de kantonrechter (art 36-1 WOR). De belanghebbende moet echter eerst om bemiddeling van de bedrijfscommissie vragen (art 36-2 WOR). Deze bemiddeling is niet vereist, wanneer de ondernemer aan de kantonrechter toestemming vraagt voor een voorgenomen ontslag van een medewerker die is betrokken bij de medezeggenschap (5.1.8.).
Nadat het geschil aan de bedrijfscommissie is voorgelegd gaat zij tot bemiddeling over. Schikken de partijen zich niet, dan brengt de commissie binnen twee maanden een verslag met advies uit.
Vervolgens kan een partij een verzoek indienen bij de kantonrechter, binnen 30 dagen na het uitbrengen van het advies of na het verstrijken van de twee maanden zonder dat er een advies is uitgebracht (art 36-4 WOR). Elders wordt nader ingegaan op situaties waarbij spoed is geboden (art 36-7 WOR). Tegen dit besluit kan in hoger beroep gegaan worden bij de arrondissementsrechtbank.
5.1.11.6. De bedrijfscommissies
Deze bedrijfscommissies bestaan uit werkgevers- en werknemersvertegenwoordigers die voor een branche(s) en bedrijfstak dienstig zal zijn (art 37 en 38 WOR). Zij bemiddelt in geval van geschillen tussen de ondernemer en de ondernemingsraad over de Wet op de ondernemingsraden (art 36 WOR). Een aantal besturen van (hoofd)bedrijfschappen is aangewezen om als bedrijfscommissie op te treden (art 43 WOR). Er is dan geen aparte bedrijfscommissie benoemd door de werknemers en werkgeversorganisaties binnen door de sociaal economische raad bepaalde grenzen. Het aantal van 68 bedrijfscommissie zal in 1999 teruggebracht worden naar ongeveer 28, teneinde het functioneren van de bedrijfscommissies te verbeteren.
|
|
| ||||||||||
| Door gebruik te maken van deze website of andere diensten van ArbeidsConsultancy gaat u akkoord met de algemene voorwaarden, inclusief de uitsluiting van de aansprakelijkheid voor (type)fouten. |
![]() |