|
|
| ||||||||||
5.1.1. (Instellen van) de ondernemingsraad
OndernemingsraadHet is van groot belang om bepaalde termen goed uit elkaar te houden zoals; onderneming, ondernemer, leidinggevende in de onderneming en bestuurder (5.1.1.1.). Voor bepaalde ondernemers geldt de verplichting om voor de onderneming een ondernemingsraad in te stellen, die ook op vrijwillige basis ingesteld kan worden (5.1.1.2.). Na de verkiezingen (5.1.1.3.) vindt de instelling van de ondernemingsraad plaats, waarbij de zittingsduur, wijziging en einde van (het lidmaatschap van) de ondernemingsraad en dergelijke worden bepaald (5.1.1.4.).
5.1.1.1. Ondernemer, onderneming en bestuurder
"Onderneming"
Een onderneming is een organisatie die naar buiten toe als een zelfstandige eenheid optreedt in de maatschappij en waarbinnen op grond van arbeidsovereenkomst of publiekrechtelijke aanstelling arbeid wordt verricht (art 1-1 WOR). Niet relevant is of de organisatie winst maakt of dit tot doel heeft. Ook organisaties die afhankelijk zijn van subsidie kunnen een onderneming zijn. Een "organisatie" doet zich voor indien er op één of andere manier een geordend verband is van samenwerkende mensen. Bij "naar buiten toe optreden" gaat het om het zich als eenheid presenteren, meestel door met een eigen naam te werken.
De vraag of verschillende vestigingen die behoren tot één eigenaar ieder voor zich een onderneming zijn, of dat de vestigingen bij elkaar een onderneming zijn, hangt af van de mate waarin de vestigingen zich naar buiten toe als een eenheid presenteren. Werken zij onder één naam dan is dat een vermoeden dat de verschillende vestigingen te samen één onderneming vormen. Is dat anders, dan wordt mogelijk het assortiment, de inkoop, de promotie etc. centraal bepaalt en uitgedragen, waardoor er ook sprake is van één onderneming. Zijn de vestigingen zo goed als volledig zelfstandig, dan zijn zij ieder voor zich als een onderneming aan te merken. In geval van twijfel is het raadzaam de vestigingen bij elkaar als één onderneming te zien.
"Ondernemer"
Een ondernemer is een natuurlijk of een rechtspersoon die één of meerdere ondernemingen in stand houdt (art 1-1 WOR). Hij is de eigenaar van de onderneming. Is de ondernemer een rechtspersoon, dan wordt zij vertegenwoordigd door een bestuur of een bestuurder. Is de ondernemer een natuurlijk persoon, dan gaat het bijvoorbeeld om een vennoot of vennoten van een vennootschap onder firma of commanditaire vennootschap.
Ook een publiekrechtelijke rechtspersoon kan als ondernemer gezien worden (art 46d en art 46e WOR), tenzij deze is uitgezonderd (art 53 e.v. WOR). Zo bestaan er bijvoorbeeld sinds 1996 ondernemingsraden bij gemeenten. Bij het slot van hoofdstuk 5.1.5.1. wordt uitgewerkt dat niet iedere overheidsinstelling bij haar besluitvorming, zich snel kan beroepen op haar politieke taak ("het primaat van de politiek") (5.1.5.1.).
"Bestuurder"
Een bestuurder is de persoon die alleen of met anderen, in de onderneming de hoogste zeggenschap uitoefent over de leiding van de arbeid (art 1-1 WOR). Hierop bestaan enkele uitzonderingen voor ondernemingsraden bij de overheid (art 46d sub A WOR). Is de ondernemer een eigenaar van een eenmanszaak, een maat of een vennoot, dan zal of zullen deze personen doorgaans ook de hoogste zeggenschap in de onderneming hebben. Dat is echter niet zo, als de eigenaar zich bij uitzondering niet om de onderneming bekommert en een derde de onderneming laat drijven. Is de ondernemer een rechtspersoon, dan wordt zij vertegenwoordigd door het bestuur. In dit bestuur zitten doorgaans de bestuurders van de onderneming, dat wil zeggen, personen die in de onderneming de hoogste zeggenschap uitoefenen. Het is evenwel mogelijk dat slechts één persoon van het bestuur of een derde feitelijk de leiding uitoefent in de onderneming waar hij de hoogste zeggenschap heeft. In dat geval is hij de bestuurder met wie de ondernemingsraad overleg voert.
Met wie heeft de ondernemingsraad te maken?
Het is steeds de ondernemer die verplicht is de regels van de wet op de ondernemingsraden na te komen tegenover de ondernemingsraad. Echter, de bestuurder(s) zal (zullen) in veel gevallen de ondernemer vertegenwoordigen, omdat hij (zij) de hoogste zeggenschap in de onderneming heeft (hebben).
5.1.1.2. Verplichting tot het instellen van de ondernemingsraad
Het is afhankelijk van het aantal medewerkers in de onderneming of er een verplichting bestaat tot het instellen van een ondernemingsraad. Het gaat om werknemers die in de onderneming werkzaam zijn op grond van een arbeidsovereenkomst of ambtelijke aanstelling. Daarbij kunnen dus ook gedetacheerde medewerkers meetellen, hoewel zij aan derden uitgeleend worden.
Bij het tellen van het aantal medewerkers worden bepaalde medewerkers buiten beschouwing gelaten, namelijk:Bepaalde medewerkers die feitelijk niet (meer) in de onderneming werkzaam zijn worden wel meegeteld. Daarbij gaat het om arbeidsongeschikte medewerkers die nog steeds een arbeidscontract hebben. Verder tellen medewerkers mee die een contract hebben met de ondernemer maar uitgeleend worden, waardoor zij werk verrichten voor een andere ondernemer (art 1-3 WOR).
Verplichte instelling ondernemingsraad voor een grote onderneming
Een ondernemer is gehouden om een ondernemingsraad in te stellen, als er ten minste 50 medewerkers in de onderneming werkzaam zijn (art 2 WOR). Medewerkers die per week slechts een beperkt aantal uren werken worden ook meegeteld.
Verplichte instelling personeelsvertegenwoordiging voor een kleine onderneming
Een ondernemer voor wie minder dan 50 medewerkers werken heeft de mogelijkheid om een personeelsvertegenwoordiging in te stellen (art 35c WOR). Hiertoe is de ondernemer verplicht, wanneer de meerderheid van de medewerkers dit wenst en als er in de onderneming ten minste 10 medewerkers werken. Voor een personeelsvertegenwoordiging gelden andere regels, die in hoofdstuk 5.1.9. uitgewerkt worden (5.1.9.).
Een ondernemer die meerdere ondernemingen in stand houdt of tot een groep ondernemingen behoort, heeft te maken met hoofdstuk 5.1.10 (5.1.10.).
Vrijwillige ondernemingsraad
Gaat een ondernemer op vrijwillige basis de medezeggenschap via een ondernemingsraad vormgeven, dan meldt hij dit aan de bedrijfscommissie (5.1.11.6.). Deze mededeling vindt plaats naast het opsturen van het voorlopig reglement van de ondernemingsraad (5.1.1.3.). Een voorlopig reglement hoeft niet opgestuurd te worden, als de ondernemer een ondernemingsraad in stand blijft houden, hoewel hij hiertoe niet meer verplicht is gezien de daling van het aantal medewerkers. Dan kan de ondernemer volstaan met een mededeling. Vanaf het moment dat de onderneming de melding doet, is de wet op de ondernemingsraad onverkort van toepassing (art 5a-2 WOR). Daarin komt verandering wanneer er een belangrijke wijziging in de omstandigheden heeft plaats gevonden, zoals een aanzienlijke inkrimping van het personeelsbestand. Dan kan de ondernemer er toe overgaan om de ondernemingsraad op te heffen. Dit meldt hij aan de bedrijfscommissie, waarna de ondernemingsraad opgeheven wordt na het verstrijken van zijn zittingsperiode.
Verplichte instelling ondernemingsraad volgens een cao
Een cao of een publiekrechtelijke regeling kan een ondernemer verplichten om een ondernemingsraad in te stellen (art 5a-1 WOR). Als de verplichting tot instelling van de ondernemingsraad eindigt, dan zal de ondernemingsraad eindigen zodra zijn zittingsperiode is verstreken.
Ontheffing van het instellen van een ondernemingsraad
De omstandigheden binnen een onderneming kunnen dusdanig zijn dat een goede toepassing van de wet op de ondernemingsraden niet goed mogelijk is. Dan kan de ondernemer ontheffing voor het instellen van een ondernemingsraad vragen. Dergelijke omstandigheden doen zich niet snel voor (art 5 WOR).
Afdwingen van het instellen van een ondernemingsraad.
Ieder belanghebbende kan de kantonrechter verzoeken om de werkgever te verplichten om binnen een bepaalde termijn een ondernemingsraad in te stellen. Vooraf dient degene echter de bedrijfscommissie om advies en (of) bemiddeling te vragen (5.1.11.5.).
5.1.1.3. Kiezen van de leden voor de ondernemingsraad
Verkiezingen gehouden volgens voorlopig reglement, als er nog geen ondernemingsraad is ingesteld
Voordat de eerste verkiezingen gehouden worden zal de ondernemer een voorlopig reglement moeten opstellen, op grond waarvan de verkiezingen plaatsvinden (art 48 WOR). Over dit voorlopige reglement worden de betrokken werknemersorganisaties gehoord. De bedrijfscommissie ontvangt een exemplaar van dat reglement en verneemt tegelijk wanneer de ondernemingsraad (voor het eerste) wordt ingesteld. Na de verkiezingen stelt de ondernemingsraad zijn eigen reglement vast, dat ook richtinggevend is voor de volgende verkiezingen.
Kiesgerechtigde medewerkers en verkiesbare medewerkers
Kiesgerechtigd zijn alle medewerkers (niet zijnde bestuurders) die gedurende langer dan zes maanden in de onderneming werken (art 6-2 WOR). Zij mogen stemmen. Daaronder valt ook een medewerker die 4 maanden heeft gewerkt, vervolgens 3 maanden geen arbeidsovereenkomst had en daarna weer meer dan 2 maanden heeft gewerkt. De kiesgerechtigden kunnen medewerkers kiezen voor de ondernemingsraad. Verkiesbare medewerkers dienen langer dan een jaar in de onderneming te werken (en zij mogen geen bestuurder zijn) (art 6-3 WOR).
Medewerkers zonder arbeidsovereenkomst met de ondernemer, zoals ingeleende uitzendkrachten en freelancers, zijn in beginsel niet kiesgerechtigd of verkiesbaar. Uitzendkrachten kunnen wel leden van de ondernemingraad van het uitzendbureau kiezen, tenminste als zij gedurende langer dan zes maanden in dienst zijn van het uitzendbureau op grond van fase III of IV van de CAO (6.3.3.7.D.). Na 12 maanden kunnen zij in de raad gekozen worden.
Een reglement van de ondernemingsraad kan beperkingen met zich meebrengen voor de herkiesbaarheid van gewezen ondernemingsraadleden. Dit reglement kan ook bepalen dat de tijd wordt verlengd of verkort die moet verstrijken voordat een medewerker kiesgerechtigd of verkiesbaar wordt (art 6-5 WOR).
Kandidatenlijsten
Verkiesbare medewerkers worden op de kandidatenlijsten gezet die werknemersverenigingen indienen (art 9 WOR). Een kandidatenlijst kan ook ingediend worden door 30 medewerkers of een derde van de kiesgerechtigde medewerkers, als zij geen lid zijn van een werknemersvereniging die een kandidatenlijst heeft ingediend. Dus ook georganiseerde medewerkers kunnen zelf een kandidatenlijst indienen wanneer hun werknemersvereniging hiertoe niet is overgegaan.
Verkiezingen
Na het indienen van de kandidatenlijsten vinden er geheime en schriftelijke verkiezingen plaats, die georganiseerd worden door de ondernemingsraad, dan wel door enkele personen van de kandidatenlijsten (art 9 WOR). De verkiezingen vinden zodanig plaats, dat de gekozen leden het werk van de overige leden kunnen overnemen, na het verstrijken van de zittingsperiode van de ondernemingsraad. De uitslag van de verkiezingen wordt bekend gemaakt aan de ondernemer, iedere kandidaat, personen die de kandidatenlijst indienden en aan de in de onderneming werkzame personen (art 11 WOR).
Hoeveel leden worden er gekozen?
Het aantal te kiezen leden is afhankelijk van de omvang van de groep medewerkers (art 6-1 WOR). Wijziging hiervan is slechts mogelijk door de ondernemingsraad, tenminste als de ondernemer hiermee instemt. Deze wijziging is dus van belang voor de verkiezingen van de volgende ondernemingsraad en zal de huidige ondernemingsraad niet vergroten of verkleinen (art 6-6 WOR). Bij de allereerste verkiezingen zal het daarom om de in de wet genoemde aantallen gaan die een zittingsperiode aanblijven.
Eventueel kiezen van plaatsvervangers
Plaatsvervangers worden slechts gekozen, wanneer het reglement van de ondernemingsraad dit bepaald en als de ondernemer daarmee instemt (art 6-1 WOR). Het gebruik van plaatsvervangers ziet op de vervanging van bepaalde leden die vaak afwezig zijn om hun taken als lid van de ondernemingsraad waar te nemen. De verkiezing van plaatsvervangers vindt plaats doordat aan ieder lid of bepaalde leden een plaatsvervanger wordt toegewezen, waardoor de keuze voor een lid ook de keuze voor diens plaatsvervangers inhoudt. Voor en tegenover de plaatsvervangers geldt dit hoofdstuk onverkort (art 6-1 WOR).
Verkiezingen per onderdeel van de onderneming(en)
Er kunnen deelverkiezingen plaatsvinden waarbij er per onderdeel van de onderneming er een bepaald aantal leden van de ondernemingsraad wordt gekozen (art 9 lid 3 WOR). Het is ook mogelijk om de deelverkiezingen voor bepaalde onderdelen te laten plaatsvinden, terwijl de rest (ander deel) de overige leden kiest. Door deelverkiezingen te houden kunnen de meeste onderdelen of groepen medewerkers hun eigen vertegenwoordigers kiezen.
Representativiteit
De raad kan er naar te streven dat groepen medewerkers zo goed mogelijk worden vertegenwoordigd (art 9 lid 4 WOR). Daarbij is gedacht aan vertegenwoordigers van bepaalde functies, als ook aan personen van een bepaald geslacht of afkomst. Zo nodig treft de raad hiervoor een regeling in het reglement.
Wanneer er geen kandidatenlijsten ingediend worden
Zonder voldoende gegadigden kan een ondernemingsraad niet bestaan. Een ondernemer moet dan duidelijk kunnen maken dat hij geregeld en serieus, pogingen onderneemt, om een ondernemingsraad in te stellen. Bijvoorbeeld door partijen uit te nodigen om kandidatenlijsten in te dienen en door overleg te plegen met een werknemersvereniging over het instellen van een ondernemingsraad.
Voorgaande en andere onderwerpen over de verkiezingen worden door de ondernemingsraad in zijn reglement geregeld (5.1.2.1.).
5.1.1.4. De zittingsperiode, wijziging, einde van (het lidmaatschap van) de ondernemingsraad
De zittingsperiode, wijziging en einde van de ondernemingsraad
De ondernemingsraad blijft gedurende drie jaar aan. Dit is echter anders, wanneer een vorige ondernemingsraad in het reglement bepaalde dat de zittingsduur twee of vier jaar is (art 12 WOR). In geen geval duurt de zittingsperiode langer dan de bepaalde duur. Zeldzaam is de ontbinding van de raad als deze de verplichting van de Wet op de ondernemingsraden niet nakomt, nadat de kantonrechter de raad hiertoe had verplicht (5.1.11.5.) (art 36-6 BW).
Voor het einde van de zittingsduur vinden er verkiezingen plaats. Dit geldt echter niet, als de ondernemer niet meer verplicht is een ondernemingsraad in te stellen (art 2-2 WOR). Daalt het aantal medewerkers tot onder de vijftig, dan wordt de raad opgeheven bij het verstrijken van de zittingsperiode. Er kan dan een personeelsvertegenwoordiging ingesteld worden, waarvoor speciale regels gelden (5.1.9.). De ondernemer kan er echter ook toe overgaan om vrijwillig de ondernemingsraad in stand te houden (art 2-2 WOR) (5.1.1.2.).
Einde lidmaatschap van de ondernemingsraad.
Tussentijdse beëindiging van het lidmaatschap van een lid doet zich van rechtswege voor indien het lid stopt met werken in de onderneming (einde arbeidsovereenkomst) (art 12-3 WOR). Dit doet zich ook voor zodra een lid schriftelijk aan de voorzitter en ondernemer laat weten dat hij niet meer als lid van de ondernemingsraad wil functioneren (art 12-4 WOR). In het reglement zal de ondernemingsraad doorgaans een regeling treffen hoe deze vrijgekomen plaats wordt opgevuld (art 10 WOR). Mogelijk neemt de plaatsvervanger die de positie van het lid bij afwezigheid waarnam, deze positie over (5.1.1.3.). Voorgaande geldt ook voor het lidmaatschap van een groep of centrale ondernemingsraad (5.1.10.).
Uitsluiting van ondernemingsraadleden
Een lid kan uitgesloten worden als deze het overleg of de overige werkzaamheden van de ondernemingsraad ernstig belemmert (art 13 WOR). Een verzoek hiertoe wordt gedaan bij de kantonrechter door de overige leden van de raad of door de ondernemer. Bij dit verzoek kan als voorlopige voorziening de schorsing van het lid gevraagd worden voor deelname aan de vergadering en voor overige of bepaalde werkzaamheden. Voordat een verzoekschrift wordt ingediend vindt er overleg plaats met het bewuste lid en daarna wordt de bedrijfscommissie ingeschakeld (5.1.11.5.). Na het toewijzen van het verzoek kan het lid voor bepaalde tijd alle of bepaalde werkzaamheden niet meer verrichten. Bij voorgaande moet bedacht worden dat uitsluiten of schorsen van het lid, niet gelijk is aan het ontslag (3.) en schorsing (2.3.) van de medewerker.
|
|
| ||||||||||
| Door gebruik te maken van deze website of andere diensten van ArbeidsConsultancy gaat u akkoord met de algemene voorwaarden, inclusief de uitsluiting van de aansprakelijkheid voor (type)fouten. |
![]() |