|
|
| ||||||||||
4.5.9. Diversen
Diversen4.5.9.1. Aansprakelijkheid voor afdracht van de heffingen
De werkgever is aansprakelijk voor de inhouding en afdracht van de heffingen loonbelasting, volks- en werknemersverzekering. De werkgever kan een natuurlijk persoon of een rechtspersoon zijn, terwijl ook de bestuurders van rechtspersonen aansprakelijk gesteld kunnen worden (4.5.9.1.A.).
Daarnaast kan een derde aansprakelijk zijn, namelijk de inlener voor de afdracht van inhoudingen op het loon van ingeleende krachten (4.5.9.1.B.) en de (hoofd)aannemer voor de afdracht voor arbeidskrachten van onderaannemers (4.5.9.1.C.).
4.5.9.1.A. Aansprakelijkheid van natuurlijk of rechtspersoon
Is de werkgever geen rechtspersoon, dan is een natuurlijk persoon aansprakelijk of zijn er natuurlijke personen aansprakelijk. Dat doet zich voor bij een eigenaar van een eenmanszaak, maten van een maatschap of vennoten van een vennootschap. De stille commanditaire vennoot in een commanditaire vennootschap is in beginsel niet aansprakelijk (1.8.).
Is de werkgever een rechtspersoon (BV, NV, coöperatie, stichting, vereniging etc. ), dan is deze rechtspersoon aansprakelijk voor de inhouding en afdracht van de loonheffing. Betaalt de rechtspersoon vennootschapsbelasting, dan is naast de rechtspersoon ook iedere bestuurder van de rechtspersoon hoofdelijk aansprakelijk voor het niet betalen van de heffingen, echter alleen wanneer dat het gevolg is van onbehoorlijk bestuur. Bij de heffingen gaat het om de verschuldigde loonbelasting, premies volks- en werknemersverzekering, alsmede om de omzetbelasting en in te houden premies voor de pensioenopbouw. Hierbij is de meldingsplicht van iedere bestuurder van belang, waarbij het gaat om een meldingsplicht tegenover de belastingdienst, uitvoeringsinstelling of pensioenuitvoerder. Als een bestuurder spoedig meldt dat de rechtspersoon onvermogend is om de afdracht te doen, dan is het aan de wederpartij om onbehoorlijk bestuur aan te tonen en daarmee de hoofdelijke aansprakelijkheid hard te maken.
4.5.9.1.B. Aansprakelijkheid van de inlener voor betaling heffingen
Bij uitlening is er sprake van een driehoeksverhouding. Namelijk de ingeleende kracht (die het werk verricht) de inlener (voor wie de arbeidskracht werkt) en een uitlener (die de arbeidskracht uitleent). In beginsel heeft de ingeleende kracht een arbeidsovereenkomst met de uitlener, die daarmee werkgever is en derhalve de belasting en premies moet inhouden en afdragen. De feitelijke leiding ligt echter hoofdzakelijk bij de inlener, die bepaalt wat voor werkzaamheden de ingeleende kracht op welke wijze moet verrichten.
Komt een uitlener zijn verplichtingen om de loonheffing in te houden en af te dragen niet na, dan is mogelijk de inlener aansprakelijk. Een inlener kan dat risico beperken, door er voor te zorgen dat hij een gedeelte van de vergoeding die hij verschuldigd is, overmaakt op een G-rekening (geblokkeerde rekening). Deze G-rekening wordt gesloten tussen een professionele uitlener en een kredietinstelling, in samenwerking met de belastingdienst en betrokken uitvoeringsinstelling. Het bedrag dat op die rekening wordt gestort dient ter betaling van de verschuldigde belasting en premies en kan niet voor andere bestemmingen door de uitlener gebruikt worden. De belastingdienst en uitvoeringsinstelling krijgen een zekerheidsrecht (pandrecht) waarmee zij een verhaalsrecht op deze G-rekening hebben. Het is tevens de bedoeling dat de inlener een administratie bij houdt waaruit de premie kan worden afgeleid die de uitlener in eerste instantie dient af te dragen.
Is de uitlener geen organisatie die haar bedrijf (nagenoeg) uitsluitend uitoefent door het tegen betaling uitlenen van arbeidskrachten, dan behoort het uitsluiten van de aansprakelijkheid via een G-rekening niet tot de mogelijkheden. In dat geval kan de inlener de betaling splitsen, door het gedeelte van de vergoeding, dat ziet op de belasting en premies, over te maken naar de belastingdienst en de uitvoeringsinstelling, terwijl het ander gedeelte aan de uitlener wordt betaald.
4.5.9.1.C. Aansprakelijkheid van de aannemer voor de betaling van heffingen
Bij het vervaardigen van stoffelijk werk (gebouw) kan een keten aan aannemers betrokken zijn. Een opdrachtgever besteedt het werk uit aan een hoofdaannemer die het werk gedeeltelijk verder uitbesteed aan onderaannemers, welke op hun beurt mogelijk ook het werk verder uitbesteden aan andere onderaannemers etc.
De Wet ketenaansprakelijkheid brengt met zich mee dat een hoofdaannemer aansprakelijk gesteld kan worden, als een onderaannemer de verplichte loonbelasting en premies volks- en werknemersverzekering niet afdraagt. Deze inhoudingen moeten plaatsvinden op loon van medewerkers die bij onderaannemers werkzaam zijn. Worden de verschuldigde inhoudingen niet of niet tijdig worden afgedragen, dan kan een aannemer die hoger in de keten zit aansprakelijk gesteld worden.
Aan deze aansprakelijkheid kan een hoofdaannemer niet ontkomen door voor zichzelf een bepaalt werk te laten maken, waarvoor vervolgens een koper of huurder wordt gevonden. Professionele bouwers (of slopers) zijn aansprakelijk voor aannemers die van hun opdrachten aannemen, ook al heeft die aannemer zelf geen opdrachtgever.
Een aannemer kan de kans om aansprakelijk gesteld te worden voor het niet nakomen van verplichtingen van onderaannemers verkleinen door gebruik te maken van een G-rekening (geblokkeerde rekening). Het komt er dan op neer dat een (hoofd)aannemer een gedeelte van de vergoeding die hij aan een onderaannemer verschuldigd is, overmaakt naar een rekening van de onderaannemer welke uitsluitend dient voor het betalen van de verschuldigde loonbelasting en premies aan de belastingdienst en uitvoeringsinstelling. Deze G-rekening wordt overeengekomen tussen de onderaannemer en een kredietinstelling, in samenwerking met de belastingdienst en betrokken uitvoeringsinstelling. De belastingdienst en uitvoeringsinstelling krijgen een zekerheidsrecht (pandrecht) waarmee zij een verhaalsrecht op deze G-rekening hebben. Betaalt de (hoofd)aannemer dan dient hij daarbij te verwijzen naar de factuur van die onderaannemer. Deze factuur vermeldt het werk waarop de betaling betrekking heeft, alsmede om welke aannemingsovereenkomst het gaat. Zowel de factuur als aannemingsovereenkomst moeten in de administratie van de (hoofd)aannemer snel terug te vinden zijn. Het is de onderaannemer die de rekening gebruikt om aan de belastingdienst en aan de ontvanger te betalen.
Het is ook mogelijk de kans om aansprakelijk gesteld te worden te verkleinen door zorgvuldig te werk te gaan. Hierbij kan gedacht worden aan het slechts uitbesteden van werk aan vaste relaties of relaties waarmee derden goede ervaringen hebben. Daarnaast kan een accountantsverklaring gevraagd worden waarmee duidelijkheid ontstaat over de wijze waarop de onderaannemer in het verleden zijn verplichtingen is nagekomen. Zo kan achterhaald worden of wat voor betalingsgeschiedenis die relatie heeft.
4.5.9.2. Verrekenen loonbelasting als voorbelasting
De medewerker mag de loonbelasting en premies volksverzekering verrekenen met de door hem te betalen inkomstenbelasting en premies volksverzekering. Deze naheffing vindt plaats als dit leidt tot een extra inhouding van meer dan € 193,-- euro.
Verrekening mag wanneer de werkgever de loonbelasting en premies heeft ingehouden, zelfs wanneer de werkgever deze inhoudingen niet heeft afgedragen. Bij dat laatste geldt als voorwaarde dat de medewerker er redelijkerwijze vanuit mocht gaan dat de werkgever zijn verplichting tegenover de belastingdienst zou nakomen. De werknemer mag daar niet vanuit gaan, als hij wist of had moeten weten dat de werkgever dat niet zou doen, omdat:
- De werkgever dusdanig slecht bekend staat (wat de medewerker weet) dat niet te verwachten was dat hij deze heffingen zou afdragen.
- De werkgever de voor hem geldende administratieve verplichtingen niet naleeft (de werkgever maakt geen loonstaat op, laat de medewerker geen loonbelastingverklaring invullen, geeft geen loonstroken etc. ).
Een medewerker is overigens verplicht om bij de belastingdienst en uitvoeringsinstelling opgave te doen van het feit dat de werkgever zijn inhoudingsverplichtingen niet nakomt.
T-biljet, teruggaaf van ingehouden loonbelasting en premies volksverzekering
In bepaalde gevallen is er meer loonbelasting ingehouden, dan er aan inkomstenbelasting verschuldigd is. Dat kan zich bijvoorbeeld voordoen, wanneer een medewerker maar een gedeelte van een jaar heeft gewerkt, zoals seizoenmedewerkers en vakantiekrachten. De teveel ingehouden loonbelasting en premies kan de medewerker terugvragen bij de belastingdienst, als de teruggave maar groter is dan € 13,--. Hiervoor gebruikt de medewerker een T-biljet.
Bij de inkomstenbelasting wordt het inkomen per jaar genomen en over dit totaal wordt de loonheffing berekend. De berekende belasting wordt verminderd met de heffingskortingen. De loonbelasting wordt daarentegen vaak per maand berekend, waarbij de heffingskortingen in beginsel naar evenredigheid toegerekend worden. Een twaalfde deel van de algemene heffingskorting van € 2.074,-- over een maand is € 172,83. Stel een medewerker werkt 4 maanden voor € 3850,-- bruto. Daarover is hij € 1245,-- loonheffing verschuldigd, welke wordt verminderd met € 691,32 (4 x € 172,83) als algemene heffingskorting en € 67,88 als arbeidskorting (1.758 % x € 3850,--). Heeft deze medewerker in dat jaar geen andere inkomsten, dan is er in die 4 maanden te veel loonbelasting ingehouden en afgedragen. De berekende loonbelasting (€ 1245,--) is zelfs lager dan de heffingskortingen, waardoor de medewerker de betaalde loonbelasting terug ontvangt nadat hij aangifte voor de inkomstenbelasting heeft gedaan.
Er bestaan regelingen waarbij werkgevers met een hogere heffingskorting rekening mogen houden, zodat er minder loonbelasting en premies volksverzekering wordt ingehouden op het loon van voornamelijk tijdelijke krachten (4.5.7.6.).
|
|
| ||||||||||
| Door gebruik te maken van deze website of andere diensten van ArbeidsConsultancy gaat u akkoord met de algemene voorwaarden, inclusief de uitsluiting van de aansprakelijkheid voor (type)fouten. |
![]() |