Arbeidsrechter.nl  
Informatie zoeken
Trefwoorden | Zoekmachine | Inhoudsopgave
  Specialisten raadplegen  
Email | Telefoon | Bemiddeling
  Opleidingen arbeidsrecht  
Informatie | Leergang | Specialist

3.7.2. Verplichtingen voor het verkrijgen van een uitkering?

3.7.1. 3.7.3. Inhoud 3.7.

Recht op uitkering?
Een medewerker die werkloos is in de zin van hoofdstuk 3.7.1.
(3.7.1.) dient diverse voorschriften in acht te nemen om zijn werkloosheidsuitkering veilig te stellen. Van groot belang is de voorwaarde dat de medewerker niet verwijtbaar werkloos is geworden.

(Niet) verwijtbaar werkloos worden

Een medewerker die verwijtbaar werkloos is, krijgt geen uitkering of wordt geconfronteerd met een korting. Hierbij is het van belang wie het initiatief tot het beëindigen van de arbeidsovereenkomst heeft genomen.

Initiatief tot beëindiging komt van de medewerker

Het spreekt voor zich dat een medewerker die zelf het initiatief tot beëindiging van de arbeidsverhouding heeft genomen, een groter risico loopt om verwijtbaar werkloos te zijn. Daaronder valt ook de situatie dat de medewerker niet ingaat op een aanbod van de werkgever om een opvolgende arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd aan te gaan (3.2.). Hierbij moet echter bedacht worden dat ook als een medewerker ontslag neemt, het arbeidscontract laat ontbinden of met wederzijds goedvinden laat beëindigen, de omstandigheden dusdanig kunnen zijn dat de werknemer niet verwijtbaar werkloos is. Van verwijtbaar werkloosheid is namelijk geen sprake, wanneer van de medewerker niet verlangd kon worden dat hij de arbeidsverhouding voortzette. Denk hierbij aan de situatie dat de medewerker wordt geconfronteerd met misdragingen van de werkgever of anderen, zoals seksuele intimidatie, waardoor hem weinig anders resteert, dan op staande voet ontslag te nemen of ontbinding van de overeenkomst te eisen.

Initiatief tot beëindiging komt van de werkgever

Neemt de werkgever het initiatief tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst, dan zal er minder snel sprake zijn van verwijtbare werkloosheid. De medewerker moet zich wel in enige mate inzetten om de arbeidsverhouding voort te zetten.

Daarvoor zullen weinig mogelijkheden bestaan als de arbeidsovereenkomst eindigt door het verstrijken van de duur waarvoor zij wordt aangegaan (3.2.), dan wel het einde van het contract tijdens de proeftijd (3.4.1.). Een medewerker mag in beginsel instemmen met een beëindigingovereenkomst, of aan een beëindiging met wederzijds goedvinden meewerken (3.1.). Dat laatste mag ook niet wanneer de medewerker door ziekte of gebreken niet kan werken, ook al ontvangt hij een WAO-/WIA-uitkering.

Het gedrag van de medewerker kan dusdanig zijn dat hij redelijkerwijze heeft moeten begrijpen dat beëindiging van de arbeidsverhouding zou kunnen volgen. Daarbij gaat het voornamelijk om ontslag op staande voet (3.4.2.) of ontbinding wegens dringende redenen (3.3.), maar ook om de situatie waarbij de werkgever een vergunning van het UWV Werkbedrijf krijgt om de overeenkomst op te zeggen. Dan kan er sprake zijn van verwijtbare werkloosheid, ook al voert de medewerker inhoudelijk verweer tegen het ontslag.

Vraagt de werkgever een ontslagvergunning aan bij het UWV Werkbedrijf (3.4.3.) of verzoekt hij om ontbinding bij de kantonrechter (3.3.), dan dient de medewerker inhoudelijk verweer te voeren. Dit doet de medewerker door de reden voor het einde van het arbeidscontract te ontkrachten door te verwijzen naar alternatieven om uit de problemen te komen. Inhoudelijk verweer is mogelijk lastig te voeren als de werkgever opzegt om economische motieven, waardoor de medewerker mogelijk niet meer kan doen dan het aantekenen van bezwaar tegen de opzegging. Bij ontslag wegens economische redenen zal de medewerker niet verwijtbaar werkloos zijn, ook niet als hij een verklaring van geen bezwaar tegen het ontslag afgeeft aan de werkgever. Gebruikt de werkgever niet de juiste volgorde voor het aandragen van personen voor ontslag, dan dient de medewerker zich hierop te beroepen, teneinde ontslag te voorkomen (3.4.5.).

Verkrijgen van de uitkering

Melding werkloosheid, aanvragen uitkering en inschrijving als werkzoekende

Melding werkloosheid en aanvragen uitkering
De werkloze kan zijn inschrijving thuis of op de UWV Werkbedrijf-vestiging via Internet invullen. Bij de inschrijving via Internet dient men diverse gegevens in te vullen waarmee het arbeidsverleden, het laatst verdiende inkomen en persoonlijke omstandigheden bepaald kunnen worden. Er wordt meteen vastgesteld of de werkloze eventueel in aanmerking komt voor een WW-uitkering. Komt hij in aanmerking voor een WW-uitkering dan kan deze aanvraag direct ingevuld worden.

De melding bij het UWV Werkbedrijf vindt uiterlijk plaats op de eerste werkdag nadat de medewerker werkloos is geworden. U kunt zich al 4 maanden voor uw eerste werkloosheidsdag bij het UWV Werkbedrijf inschrijven. Bij te laat aanmelden van de werkloosheid of te laat aanvragen van de uitkering volgt een waarschuwing. Is de werkloze evenwel meer dan 14 dagen (10 kantoordagen) te laat of had hij reeds eerder hetzelfde verzuim (in de laatste twee jaar), dan volgt doorgaans een boete (of maatregel). Zie hieronder bij "Doorgeven van informatie". Wacht de werkloze langer dan 26 weken, dan komt mogelijk het recht op uitkering gedeeltelijk te vervallen, namelijk voor het deel dat ziet op de periode dat langer dan 26 weken geleden is.

Registreren als werkzoekende
Naast de melding van werkloosheid en aanvragen uitkering, dient de werkloze zich als werkzoekende te laten registreren bij het UWV Werkbedrijf. Dat doet hij uiterlijk op de eerste werkdag nadat hij werkloos is geworden. Deze verplichting tot registratie als werkzoekende geldt niet voor medewerkers die op 1 mei 1999 reeds 57.5 jaar zijn geworden. Dat is ook niet verplicht voor medewerkers die (een korte tijd) werkloos zijn door natuurlijke omstandigheden zoals vorst, sneeuwval, hoog water. Die verplichting geldt evenmin voor medewerkers die werkloos zijn doordat de werkgever een vergunning heeft ontvangen voor het verkorten van de werktijd, welke vergunning nog niet is verlengd (7.).

Het UWV Werkbedrijf geeft de aanvraag van de uitkering door aan de uitvoeringsinstelling die de aanvraag beoordeelt

Nadat het UWV Werkbedrijf de aanvraag en vervolgens de gegevens heeft ontvangen, beoordeelt zij of die gegevens compleet zijn. Zij kan om aanvullingen vragen, zodat de aanvraag volledig en correct wordt. De aanvraag wordt vervolgens overgedragen aan de uitvoeringsinstelling (UWV), die de aanvraag gaat toetsen. Het doorgeven van de aanvraag door het UWV Werkbedrijf aan de uitvoeringsinstelling, wordt aan de medewerker medegedeeld. Het is de uitvoeringsinstelling die beoordeelt of de werkloze voor een uitkering in aanmerking komt, wat deze instelling aan de medewerker zal doorgeven en motiveren.

Behouden van de uitkering en doorgeven informatie

Voor het behoud van de uitkering is het van belang dat de werkloze zich aan bepaalde voorschriften houdt. Doet hij dat niet, dan kan de uitvoeringsinstelling verplicht zijn om de uitkering te schorsen, op te schorten, te korten of in te trekken.

Komt de uitvoeringsinstelling erachter dat er geen recht (meer) bestaat op een uitkering of dat deze lager moet zijn, dan wordt betaling direct geschorst. Dit heeft terugwerkende kracht over de periode dat degene te veel uitkering ontving. Was degene redelijkerwijze niet op de hoogte van het feit dat hij ten onrechte (te veel) uitkering kreeg, dan vordert de uitvoeringsinstelling het bedrag terug vanaf de datum dat degene hiervan op de hoogte is gesteld. Terugbetaling blijft achterwege wanneer dringende redenen zich hiertegen verzetten.

Dikwijls leidt benadeling van de uitvoeringsinstelling tot het opleggen van een boete. De hoogte van de boete is in beginsel 10 % van het benadelingbedrag, minimaal € 22.69 euro. De boete kan hoger of lager uitvallen als de ernst van het gedrag, de verwijtbaarheid of omstandigheden van degene dat rechtvaardigt. Zo kan de boete bijvoorbeeld met 50 % verhoogd worden bij ernstige overtredingen, alsmede bij een herhaling van een overtreding binnen 5 jaar. Een verlaging van de boete met 50 % is aangegeven wanneer degene, alsnog uit eigenbeweging de juiste of volledige informatie meldt, voordat de uitvoeringsinstelling hiermee bekend werd. Bij benadeling van de uitvoeringsinstelling van boven de € 5.445,36 euro, wordt er geen boete opgelegd, maar zal het openbaar ministerie degene vervolgen. Dan dreigt een taak- of gevangenisstraf. Bij een herhaalde overtreding zal vervolging reeds beginnen bij benadeling boven € 2.722.68 euro.

Heeft het niet nakomen van de verplichtingen niet geleidt tot benadeling van de uitvoeringsinstelling, dan zal er doorgaans een waarschuwing gegeven worden. Degene dient dan binnen de gestelde termijn (maximaal 1 maand, soms langer) alsnog aan de verplichtingen te voldoen. Anders dreigt intrekking of herziening van de uitkering. Dat werkt terug tot dat datum waarop degene zijn verplichtingen had moeten nakomen. Dit kan degene voorkomen door wel zijn verplichtingen na te komen, in welk geval de uitvoeringsinstelling met een maatregel of boete kan volstaan.

Doorgeven van informatie

Om te bepalen of de uitkering wordt voortgezet, wordt verhoogd of verlaagd dient de uitvoeringsinstelling geïnformeerd te worden over diverse omstandigheden. Daarbij gaat het om het veranderen van de tariefgroep voor de loon- en inkomstenbelasting, het doorgeven van de hoogte van de resterende inkomsten uit arbeid (maandelijks werkbriefje), het veranderen van het aantal uren waarbij hij werkzaam is. Daarnaast gaat het om ziek worden, met vakantie gaan en veranderingen in de aanspraak op andere uitkeringen.

Het niet, niet tijdig of niet juist informeren van de uitvoeringsinstelling wordt doorgaans gevolgd door een waarschuwing eventueel in combinatie met een maatregel (boete). De waarschuwing volgt wanneer de werkloze minder dan 14 dagen (10 kantoordagen) te laat is met het op verzoek informeren van de uitvoeringsinstelling, en de hij in de laatste twee jaar niet eerder een zelfde verzuim had. Anders volgt er een maatregel (boete), tenzij dringende redenen zich hiertegen verzetten of degene geen verwijt valt te maken.

Ziekte en vakantie

Een werkloze die ziek wordt zal doorgaans in aanmerking komen voor een uitkering op grond van de Ziektewet. Na herstel zal de WW-uitkering worden voortgezet. Een werkloze mag 4 weken (20 dagen) per jaar met vakantie gaan, wat hij ruim van tevoren moet doorgeven. Dit ter voorkoming van misverstanden over zijn beschikbaarheid om werk te verrichten. Neemt de werkloze bepaalde weken vakantie op, dan kan het zijn dat er in die weken erkende nationale feestdagen zitten. Deze (doordeweekse) feestdagen worden dan niet gezien als vakantiedagen, waardoor zij niet in mindering komen op het recht op vakantie.

Verrichten van werk en (gedeeltelijk) behoud van de uitkering

De werkloze vraagt toestemming als hij vrijwilligerswerk verricht of wil doen. Dit verzoek loopt een gerede kans om afgewezen te worden, wanneer het werk ook tegen betaling wordt verricht of verricht kan worden (door anderen). Dan wel als het werk economisch voordeel voor de vrijwilliger of instelling oplevert, als ook wanneer het werk bedrijfsmatig is of in een bedrijf wordt verricht. In andere gevallen heeft het vrijwilligerswerk mogelijk geen consequenties voor het recht op uitkering.

Ook het verrichten van ander werk waarvoor geen vergoeding wordt gegeven zal de uitkeringsgerechtigde eerst met de uitvoeringsinstelling moeten bespreken. Zo kan hij bijvoorbeeld toestemming krijgen om stage te lopen of aan een proefplaatsing mee te werken. In hoofdstuk 1.10. wordt ingegaan op maatregelen om werklozen aan het werk te helpen (1.10.). Zie voor de proefplaatsing om een werkloze arbeidsongeschikte aan het werk te helpen hoofdstuk (1.10.4.).

Gaat de werkloze betaald werk verrichten voor minder dan 5 uren per week, dan worden deze inkomsten gedeeltelijk (70 %) in mindering gebracht op de uitkering. Gaat het om meer uren, dan wordt het recht op uitkering gedeeltelijk beëindigd. Het aantal uren waarvoor de werkloze op zoek is naar werk, wordt verminderd met het aantal uren dat degen werkzaam wordt. De uitkering wordt dan naar evenredigheid lager. De uitvoeringsinstelling geeft aan op welk tijdstip en waar de medewerker (iedere maand) opgave moet doen van zijn werk, inkomsten (en sollicitatieactiviteiten). Met deze werkbriefjes wordt rekening gehouden bij het vaststellen en uitbetalen van de uitkering.

Voorgaande geldt niet voor vrijwilligerswerk of betaald werk dat de medewerker reeds verrichtte voordat hij werkloos werd voor ander werk, tenzij hij toen hij werkloos werd deze arbeid nog niet voor 6 maanden deed. Van dergelijke werkzaamheden moet hij wel melding maken, opdat hiermee rekening gehouden kan worden en opdat misverstanden worden voorkomen.

Beschikbaar blijven voor de arbeidsmarkt en het volgen van een opleiding

Om recht te blijven maken op een uitkering dient de werkloze beschikbaar te blijven voor werk. Gaat de werkloze een opleiding volgen, dan dient hij dit te melden, waarna beoordeeld wordt of dit is te verenigen met het voorzetten van de uitkering (art 16-8 WW)(art 76 WW). De uitvoeringsinstelling beoordeelt of de opleiding noodzakelijk is om passende arbeid te vinden (subjecttoets), alsmede de objecttoets kan doorstaan. Dat laatste betekent dat de opleiding relevant moet zijn doordat er vraag is naar het beroep op de arbeidsmarkt, het mag niet gaan om regulier onderwijs of om een reguliere bedrijfsopleiding, alsmede niet om productieve arbeid. Verder dient de opleiding niet langer te duren dan een jaar, dat is maximaal twee jaar voor een medewerker met een uitzonderlijke arbeidshandicap. Het volgen van een opleiding betekent niet altijd dat de medewerker niet langer hoeft te voldoen aan het beschikbaarheidvereiste. Dient de medewerker daaraan wel te voldoen, dan kan dat betekenen dat hij passende arbeid moet accepteren, ook al dient hij daarvoor zijn studie af te breken.

Met experimenten wordt onderzocht of het verruimen van de scholingsmogelijkheden leidt tot minder werklozen en / of een grotere uitstroom uit de WW. Deze verruiming geldt voor opleidingen onder HBO-niveau, voor werklozen die vallen onder fase 2, 3 of 4 (1.9.1.). Fase-1-werklozen komen daarvoor slechts in aanmerking als zij herhaaldelijk werkloos dreigen te worden en waarschijnlijk geen duurzame plek op de arbeidsmarkt weten te veroveren zonder scholing. De mogelijkheden voor scholing worden verruimd door bijvoorbeeld beroepsopleidingen van maximaal twee jaar toe te staan. Verruiming kan er ook in bestaan, door productieve arbeid toe te laten tot maximaal 80 % van de opleidingstijd (bijv. 4 dagen werken, 1 dag school).

Niet verzuimen om passende arbeid te krijgen

De uitkering wordt gekort op beëindigd, als de medewerker door eigen handelingen verzuimt werkzaam te worden. Hij krijgt eerste een waarschuwing en vervolgens enige tijd om weer actief naar werk te zoeken. Hij dient zich in te zetten door bijvoorbeeld de volgende sollicitatieactiviteiten uit te voeren; inschrijven bij het UWV Werkbedrijf en verwijzingen van deze centra naar passende arbeid bij een werkgever volgen; sollicitatiebrieven versturen en op gesprek gaan; minimaal eens per twee weken een vacaturebank raadplegen; inschrijven bij een uitzendbureau of verschillende uitzendbureaus. De werkloze dient, als zich meerdere passende mogelijkheden voordoen, op deze verschillende mogelijkheden te reageren. Zijn er geen passende mogelijkheden om op te solliciteren, dan moet de werkloze proberen meerdere sollicitatieactiviteiten per week te ontplooien, terwijl hij steeds minimaal één activiteit per week dient te volbrengen. Mogelijk wordt er van de medewerker verlangd dat hij een opleiding volgt, als dit noodzakelijk is om een kans op de arbeidsmarkt te maken. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat een sollicitant tijdens een sollicitatie eisen verbindt aan het accepteren van een functie, waarmee hij voorkomt dat werkgevers hem aannemen. Actief zoeken naar werk wordt reeds verwacht voordat hij werkloos wordt, namelijk als de medewerker zijn baan kwijt gaat raken, waartegen hij weinig kan ondernemen.

Sinds 1 juli 2009 bestaat er een nieuwe regeling voor werknemers die na 1 juli 2008 werkloos zijn geworden. Zij dienen na één jaar werkloosheid al het werk te aanvaarden wat het UWV werkbedrijf hen aanbiedt. Dit is een nieuwe regeling welke per 1 juli 2009 geldt. Wanneer dit werk onder je uitkering komt, dan zal het UWV je uitkering aanvullen tot het bedrag dat je uitgekeerd kreeg, zolang de uitkering voortduurt.

Voorbeeld: Je uitkering is 70% van je salaris (€2.500,-) en bedraagt €1.750,- per maand. Na 1 jaar wordt er een baan aangeboden waarvoor een salaris van €1.250,- per maand staat. Dit werk dien je na een jaar arbeidsongeschiktheid te aanvaarden, maar het UWV werkbedrijf zal je salaris dan aanvullen tot hetgeen je kreeg.

Inschrijven bij het UWV Werkbedrijf, alsmede het uitvoeren van activiteiten om aan werk te komen (activiteiten gericht op arbeidsinpassing) geldt niet voor;
- medewerkers die een korte tijd werkloos zijn door natuurlijke omstandigheden zoals vorst, sneeuwval, hoog water.
- medewerkers die tijdelijk werkloos zijn doordat de werkgever een vergunning heeft ontvangen voor het verkorten van de werktijd, welke vergunning nog niet is verlengd (7.).
- medewerkers die reeds op 1 mei 1999, ouder zijn dan 57,5 jaar

Bij te late inschrijving of niet verlengen van de inschrijving volgt een waarschuwing, als de medewerker minder dan 14 dagen te laat is (dat is 10 kantoordagen) of een boete. Na de inschrijving wordt er een plan van aanpak opgesteld, waarmee de werkloze aan het werk moet kunnen komen. Over deze sluitende aanpak staat meer in hoofdstuk 1.9.1. (1.9.1.). De medewerker die een noodzakelijke opleiding volgt om werk te krijgen wordt mogelijk vrijgesteld van de verplichting om naar werk te zoeken, hoewel hij zich wel dient in te schrijven bij het UWV Werkbedrijf.

Van groot belang is natuurlijk de vraag wat passende arbeid is. Hierbij wordt in eerste instantie gedacht aan arbeid waarnaar de werkloze op zoek is en mogelijk reeds eerder heeft verricht, waarbij rekening wordt gehouden met zijn opleiding, ervaring, beloning, zijn medische beperkingen en een redelijke reisduur naar het werk. Naarmate de werkloosheid langer duurt wordt deze aansluiting zo mogelijk steeds meer losgelaten waardoor ook het werk op een ander niveau in aanmerking komt. Dat kan betekenen dat van een medewerker met HBO-niveau, wordt verwacht dat hij een baan op MBO-niveau accepteert om aan werkloosheid te ontkomen, dat enige tijd heeft geduurd. Is de medewerker op zoek naar een fulltime baan, dan kan het niet accepteren van een passende parttime betrekking betekenen dat de uitkering gedeeltelijk wordt beëindigd (het meerdere resteert dan). In bepaalde gevallen kan de medewerker een aanvulling krijgen wanneer hij een baan accepteert welke een lager loon met zich meebrengt dan het loon dat voor hem als passend wordt ervaren.

Welke gevolgen heeft acceptatie van werk voor het recht op WW-uitkering, wanneer de medewerker opnieuw werkloos wordt?

Deze vraag is van belang bij het aannemen van werk tegen een lager loon. De kans is dan aanwezig dat bij hernieuwde werkloosheid, het lagere loon wordt gebruikt ter berekening van de hoogte van de WW-uitkering. Dit wordt als volgt opgevangen. Accepteert een werkloze binnen een jaar een andere baan met een lager loon, dan wordt zijn WW-uitkering afgeleid van zijn oude hoge loon, als hij weer werkloos wordt binnen 3 jaar. Werklozen die dus snel weer aan het werk gaan (binnen een jaar) en daarbij een lager loon ontvangen, ondervinden bij herhaalde werkloosheid geen nadeel, tenzij er 3 jaar zijn verstreken sinds het begin van de eerste werkloosheidsperiode. De hoogte van de WW-uitkering is dus gegarandeerd als er binnen een jaar werk wordt aangenomen en de medewerker binnen 3 jaar voor de tweede keer werkloos wordt.

Beslistermijnen, bezwaar en beroep

Binnen redelijke termijn beslissen

Op de aanvraag van een werkloosheidsuitkering dient de uitvoeringsinstelling binnen een redelijke termijn te beslissen (art 127 WW). Deze periode is in beginsel niet langer dan 8 weken. De uitvoeringsinstelling kan deze periode evenwel met een redelijke termijn verlengen, door dit schriftelijke mede te delen voor het verstrijken van die 8 weken. Voor andere beslissingen geldt in beginsel ook een maximale periode van 8 weken. Voor de beslissing of iemand verzekerd is volgens de werkloosheidswet geldt evenwel een periode van in beginsel ten hoogste 13 weken (art 127a WW). Voor de aanvraag van een voorschot op de WW-uitkering staat in beginsel maximaal 4 weken. Het gaat in beginsel om ten hoogste 6 maanden voor beslissingen die samenhangen met het overnemen van de betaling van loon dat een werkgever verschuldigd is, maar niet meer kan betalen. Wanneer de uitvoeringsinstelling informatie uit het buitenland nodig heeft, kan de redelijke termijn om te beslissen verlengd worden met maximaal 6 maanden.

Bezwaar en beroep

Tegen de beslissing van de uitvoeringsinstelling kan bezwaar aangetekend worden. Zo kan er bijvoorbeeld bezwaar aangetekend worden tegen de beslissing om geen uitkering te verlenen, deze te korten of in te trekken. De beslissing van de uitvoeringsinstelling wordt een beschikking genoemd, waartegen het bezwaar ingediend wordt. Bedacht moet worden dat de uitvoeringsinstelling de beschikking kan aankondigen, oftewel dat van te voren bekend gemaakt wordt dat een bepaalde beslissing gaat volgen. Voordat het bezwaarschrift wordt ingediend, moet er gewacht worden op deze echte beschikking, zelfs als reeds bekend is wat het oordeel zal zijn. De betrokkene kan in het bezwaarschrift aangeven, dat hij / zij gehoord wil worden, zodat degene de ruimte krijgt om het bezwaar toe te lichten. Volgt er na het bezwaarschrift weer een negatief oordeel, dan kan hiertegen in beroep gegaan worden bij de (bestuurskamer) van de rechtbank. Tegen dat oordeel kan weer in hoger beroep gegaan worden bij de Centrale raad van beroep. De beschikking vermeldt waar en binnen welke termijn er bezwaar aangetekend of in beroep gegaan kan worden.

3.7.1. 3.7.3. Inhoud 3.7.
   
   Arbeidsrechter.nl
 
Informatie zoeken
Trefwoorden | Zoekmachine | Inhoudsopgave
  Specialisten raadplegen  
Email | Telefoon | Bemiddeling
  Opleidingen arbeidsrecht  
Informatie | Leergang | Specialist
Door gebruik te maken van deze website of andere diensten van ArbeidsConsultancy gaat u akkoord
met de algemene voorwaarden, inclusief de uitsluiting van de aansprakelijkheid voor (type)fouten.
 
 
       
Auteursrecht voorbehouden           2010