Arbeidsrechter.nl  
Informatie zoeken
Trefwoorden | Zoekmachine | Inhoudsopgave
  Specialisten raadplegen  
Email | Telefoon | Bemiddeling
  Opleidingen arbeidsrecht  
Informatie | Leergang | Specialist

3.1.2. Andere mogelijkheden waarop de arbeidsovereenkomst kan eindigen met wederzijds goedvinden

3.1.1. 3.1.2.1. Inhoud 3.1.

De mogelijkheden

Beëindiging met wederzijds goedvinden doet zich voor als het gaat om:

Een beëindigingsovereenkomst:
1. Een medewerker doet een aanbod om de arbeidsovereenkomst te beëindigen en de werkgever gaat hiermee akkoord.
2. Een werkgever doet een aanbod om het arbeidscontract te beëindigen en de medewerker gaat hier mee akkoord.
3. Een werkgever neemt initiatief tot beëindiging van het arbeidscontract door het opstellen van een vaststellingsovereenkomst, die vaak door onderhandeling tussen de medewerker en de werkgever tot stand komt. Hierover meer in (3.1.1.)
Opzegging:
4. De werknemer neemt ontslag waarmee de werkgever instemt.
5. De werkgever geeft de werknemer ontslag waarmee de werknemer instemt. In dit laatste geval is er doorgaans sprake van afstand van recht, wat alleen na het ontslag kan plaatsvinden (en dus niet vooraf gegeven kan worden) (7.).

Het is lastig om een beëindigingsovereenkomst van een opzegging met instemming te onderscheiden, terwijl het onderscheid wel van belang is.
- Een aanbod om een beëindigingsovereenkomst aan te gaan kan ingetrokken worden zolang het niet aanvaard is, terwijl een aanbod de partij die het aanbod doet niet bindt zolang de aanvaarding achterwege blijft.
- Een opzegging bindt de partij die opzegt wel. Een opzegging kan niet (eenzijdig) ingetrokken worden en is bindend, ook al stemt de ander met de opzegging niet in.

Waar ligt het onderscheid tussen de beëindigingsovereenkomst en de opzegging met instemming?
- Het aanbod is een uitnodiging om een beëindigingsovereenkomst met wederzijds goedvinden (tweezijdig) aan te gaan, terwijl de opzegging een eenzijdige onomkeerbare mededeling is.
- Het aanbod brengt nog geen beëindiging met zich mee. De arbeidsovereenkomst eindigt slechts wanneer het aanbod wordt aanvaard. De opzegging brengt wel een beëindiging tot stand. Er is sprake van een aanbod wanneer duidelijk is dat de arbeidsovereenkomst alleen eindigt, wanneer de ander bevestigend reageert.

Hoe wordt er beoordeeld of er sprake is van een beëindigingsovereenkomst of opzegging?

Er is sprake van een beëindigingsovereenkomst (situatie 1), als de werkgever bevestigend reageert op een verzoek van de medewerker om:
- De arbeidsovereenkomst te beëindigen,
- Om ontslagen te worden,
- Ontslag te nemen als de werkgever hiermee akkoord gaat.

Er is sprake van een beëindigingsovereenkomst (situatie 2), als de medewerker bevestigend reageert op een verzoek van de werkgever om:
- De arbeidsovereenkomst te beëindigen.

Er is sprake van een vasstellingsovereenkomst (situatie 3), wanneer een werkgever initiatief neemt tot beëindiging van het arbeidscontract door het opstellen van een vaststellingsovereenkomst. Voorwaarde is wel dat er geen sprake is van een dringende reden, waarbij de werknemer geen verwijt betreffende het ontslag kan worden gemaakt. Deze vasstellingsovereenkomst komt vaak tot stand door onderhandelingen tussen de medewerker en de werkgever. Deze wordt dan door beide partijen ondertekend.

In andere situaties zal er doorgaans sprake zijn van opzegging (situatie 4 of 5), waarmee de andere partij kan instemmen. Dit instemmen is echter niet nodig om de beëindiging van de arbeidsovereenkomst tot stand te brengen.

Wat te doen in twijfel gevallen?

Wordt er over bovenstaande getwijfeld, dan kan er geprobeerd worden om van de andere partij meer duidelijkheid te krijgen. Dit is echter niet altijd een begaanbare weg. Verder kan wanneer de situatie onduidelijk is, van het volgende uitgegaan worden.

De medewerker nam het initiatief tot beëindiging

De verklaring of gedraging van de medewerker kan in twijfelgevallen gezien worden als een aanbod om een beëindigingsovereenkomst aan te gaan (situatie 1). In geval van een aanbod brengt alleen een bevestigende reactie van de werkgever het einde van de arbeidsovereenkomst met zich mee. Stelt men zich toch op het standpunt dat de verklaring of gedraging van de medewerker een opzegging is, dan is de instemming van de werkgever afstand van recht (7.). Deze instemming zal duidelijk uit een verklaring van de werkgever moeten blijken. Onvoldoende duidelijk is de mededeling van de werkgever dat hij de opzegging begrijpt of redelijk vindt. Daaruit kan instemming nog niet afgeleid worden.

De werkgever nam het initiatief tot beëindiging

De verklaring of gedraging van de werkgever kan in twijfel gevallen als een opzegging gezien worden (situatie 5). Uit duidelijke verklaringen en gedragingen van de medewerker kan blijken dat hij instemt met het ontslag. Dit kan de werkgever niet snel aannemen, aangezien instemming grote gevolgen voor de medewerker heeft. Het is namelijk een afstand van recht op loon en tewerkstelling, dan wel afstand van recht op een schadevergoeding (7.). Daarnaast komt de medewerker mogelijk niet in aanmerking voor een uitkering op grond van de werkloosheidswet (3.7.).

 

Inhoudsopgave

3.1.2.1. Initiatief tot beëindiging gaat uit van de medewerker
 
3.1.2.2. Initiatief tot beëindiging komt van de werkgever
 
3.1.2.3. Gevolgen van het beëindigen met wederzijds goedvinden
 
3.1.2.4. Gevolgen als de arbeidsovereenkomst niet is geëindigd met wederzijds goedvinden
 
3.1.2.5. Aangaan (voorwaardelijke) beëindigingsovereenkomst
 
3.1. 3.1.2. Inhoud 3.1.
   
   Arbeidsrechter.nl
 
Informatie zoeken
Trefwoorden | Zoekmachine | Inhoudsopgave
  Specialisten raadplegen  
Email | Telefoon | Bemiddeling
  Opleidingen arbeidsrecht  
Informatie | Leergang | Specialist
Door gebruik te maken van deze website of andere diensten van ArbeidsConsultancy gaat u akkoord
met de algemene voorwaarden, inclusief de uitsluiting van de aansprakelijkheid voor (type)fouten.
 
 
       
Auteursrecht voorbehouden           2010