Arbeidsrechter.nl  
Informatie zoeken
Trefwoorden | Zoekmachine | Inhoudsopgave
  Specialisten raadplegen  
Email | Telefoon | Bemiddeling
  Opleidingen arbeidsrecht  
Informatie | Leergang | Specialist

1.1.6. Bijzonderheden voor onderwijzend personeel en medewerkers in dienst van de overheid

1.1.5 Inhoud 1.1.
Afwijkende regeling
Voor onderwijzend personeel (1.1.6.1.) en medewerkers in dienst van de overheid (1.1.6.2.) gelden afwijkende regelingen.
 

1.1.6.1. Onderwijzend personeel

Onderwijzend personeel (niet zijnde ambtenaren) beschikken doorgaans over een arbeidsovereenkomst. Onder deze categorie vallen ook instructeurs die rijlessen verzorgen of medewerkers die slechts gedeeltelijk als onderwijzer werkzaam zijn.

Bijzonder voor deze medewerkers is voornamelijk de afwijkende beroepsmogelijkheden. Zegt hun werkgever de arbeidsovereenkomst op, dan heeft hij daarbij geen vergunning van het UWV Werkbedrijf nodig (art 2-1 BBA) (3.4.3.4.). De opzegging van de werkgever is daarmee niet nietig. Heeft de werkgever echter opzeggingsverboden overtreden, dan is de opzegging vernietigbaar. Op de opzeggingsverboden wordt nader ingegaan (3.4.3.1.). De werkgever die een arbeidscontract voor onbepaalde tijd (3.4.3.) en bepaalde tijd (3.4.4.) opzegt moet wel een opzeggingstermijn in acht nemen. Hij is een schadevergoeding verschuldigd als het ontslag kennelijk onredelijk is (3.4.3.4.D.).

Verder geldt dat onderwijzend personeel veelal in beroep kunnen gaan bij een commissie van beroep. Dat geldt doorgaans ook voor personeel van een onderwijsinstelling dat niet als onderwijzer werkzaam is, die bijvoorbeeld werken bij de ondersteunende diensten. Kunnen deze personen die zelf geen lesgeven niet terecht bij een commissie van beroep, dan dient de werkgever doorgaans wel een vergunning van het UWV Werkbedrijf te vragen, wanneer hij overgaat tot het opzeggen van deze arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd (3.4.3.3.).

De uitspraak van de Commissie van Beroep is slechts bindend voor de medewerker, als de (collectieve) arbeidsovereenkomst dit bepaalt. Daarmee is gezegd dat de kantonrechter het advies niet in volle omvang mag toetsen. Hij mag dit advies slechts terzijde schuiven wanneer dit advies onaanvaardbaar is, gezien de inhoud van het advies, dan wel gezien de wijze waarop het tot stand is gekomen. Is de uitspraak van de commissie geen bindend advies, dan kan de medewerker het geschil voorleggen aan de kantonrechter. In dergelijke omstandigheden kan de medewerker ook aan de commissie voorbij gaan en rechtstreeks naar de kantonrechter stappen. De kantonrechter zal het geschil dan in volle omvang beoordelen.

1.1.6.2. Medewerkers in dienst bij de overheid

Bij de overheid kunnen zowel medewerkers als ambtenaren werkzaam zijn. Tot de overheid behoren natuurlijk het rijk, de provincies en gemeenten etc., maar ook (publiekrechtelijke) instellingen met een publieke taak, zoals product- en bedrijfschappen, de Sociale Verzekeringsbank, de SER, de ziekenfondsraad, Orde van Advocaten, etc. Ambtenaren worden aangesteld (eenzijdig) en beschikken daarom niet over een arbeidsovereenkomst (tweezijdig).

Arbeidsovereenkomst

Een medewerker die niet als ambtenaar is aangesteld bij de overheid, heeft mogelijk met de overheid een arbeidsovereenkomst gesloten. In dat geval kan er vanuit gegaan worden dat hetgeen dat op deze website wordt behandeld, in beginsel ook van toepassing is op deze medewerkers. De overheid bepaalt zelf of de bepalingen die voor "normale" medewerkers gelden van toepassing zijn. Daarbij hanteert zij in beginsel het uitgangspunt dat deze medewerkers vergelijkbare rechten en plichten hebben als reguliere medewerkers (art 7:615 BW). Een belangrijk verschil is echter dat de overheid voor het opzeggen van de arbeidsovereenkomst geen vergunning van het UWV Werkbedrijf nodig heeft (art 2-1 BBA). Dit werd niet wenselijk geacht, aangezien het ontslagbeleid reeds in handen van de overheid is (3.4.3.3.).

Aanstelling

Voor ambtenaren geldt dat dit werk in beginsel niet van toepassing is. Zij kennen rechtspositieregelingen die verschillen naargelang de ambtenaar werkt bij het rijk, provincie, gemeente, waterschappen, onderwijs, politie, defensie, rechterlijke macht etc. Er zijn 9 sectoren (incl. de groep "overigen") waarbinnen over de rechtspositie van ambtenaren wordt onderhandeld en die allemaal vallen onder de pensioenregeling van het ABP. Rechtspositieregelingen verschillen met cao's, daar in deze regelingen vaak een grotere diversiteit aan onderwerpen staan. Naast arbeidsvoorwaarden kan er ook uitvoerig ingegaan worden op bijvoorbeeld aanstelling, overplaatsingen en ontslag.

Het is de ambtenarenrechter (de rechtbank) die geschillen tussen ambtenaar en overheid behandelt. Dat geldt ook als de ambtenaar meent dat de overheid onrechtmatig heeft gehandeld tegenover hem. De hoofdstukken over medezeggenschap (5.) zijn grotendeels wel van toepassing op ambtenaren, waarbij het gaat om de ondernemingsraad (5.1.), arbeidsomstandigheden (5.2.) en arbeidstijden (5.3.).

Sociale zekerheid

Voor ambtenaren gelden ook andere sociale zekerheidsregelingen. Het is de bedoeling dat zij onder de sociale verzekeringswetten gaan vallen die gelden voor medewerkers met een arbeidsovereenkomst. Zij kregen het eerste te maken met de WAO (1998), waarna de Ziektewet (2001), werkloosheidswet (2001 nieuwe werklozen / 2003 voor bestaande werklozen) en andere sociale zekerheidswetten volgden. De uitvoering is in handen van de Uitvoeringsinstelling Sociale Zekerheid voor Overheid en onderwijs (USZO).

1.1.5 Inhoud 1.1.
   
   Arbeidsrechter.nl
 
Informatie zoeken
Trefwoorden | Zoekmachine | Inhoudsopgave
  Specialisten raadplegen  
Email | Telefoon | Bemiddeling
  Opleidingen arbeidsrecht  
Informatie | Leergang | Specialist
Door gebruik te maken van deze website of andere diensten van ArbeidsConsultancy gaat u akkoord
met de algemene voorwaarden, inclusief de uitsluiting van de aansprakelijkheid voor (type)fouten.
 
 
       
Auteursrecht voorbehouden           2010