4.5.7. Fictieve arbeidsovereenkomsten
Arbeidsovereenkomst?
Het kan van groot belang zijn om te weten of een overeenkomst een arbeidsovereenkomst is (1.1.1.). Dat betekent namelijk dat de meeste hoofdstukken van deze site van toepassing zijn, terwijl de werkgever tot inhouding van loonbelasting en premies verplicht is. Is er geen arbeidsovereenkomst, dan geldt dat niet. De belastingdienst kan er in bepaalde gevallen fictief vanuit gaan dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst. Door arbeidsverhoudingen fictief als een arbeidsovereenkomst te zien worden onduidelijkheden voorkomen over de vraag of een werkgever nu wel of niet inhoudingsplichtig is. Hiermee wordt de fictieve werkgever tot inhouding en afdracht van loonbelasting en premies volks- en werknemersverzekering gedwongen. Daardoor is de “fictieve werknemer” wel verzekerd volgens die sociale werknemersverzekeringen, waarop hij aanspraak kan maken. De fictie geldt niet voor het arbeidsrecht en is voor andere hoofdstukken niet van belang, dus geldt slechts voor dit hoofdstuk 4.5.
Bijzondere wijze van berekening van de inhoudingen
Hieronder wordt kort aangegeven wanneer de fictie geldt volgens de belastingdienst (en de uitvoeringsinstelling). Voor meer informatie wordt er verwezen naar de publicaties van deze instellingen. Deze gaan ook in op de voorschriften voor het berekenen van de inhouding en de bijzondere tabellen die daarbij kunnen gelden.
Bestuurders, commissarissen, meewerkende kinderen en partners, studenten en scholieren, hulp in de huishouding
In andere hoofdstukken wordt nader ingegaan op de positie van bestuurders (7.), commissarissen (7.) en vrijwilligers (1.1.2.1.). Dit hoofdstuk gaat wel nader in op de positie van meewerkende kinderen (4.5.7.4.) en echtgenoten (4.5.7.5.). Voor studenten en scholieren die naast hun studie arbeid verrichten geldt mogelijk een bijzondere wijze van berekening van de in te houden bedragen (4.5.7.6.). Een speciale situatie is er gecreëerd voor hulpen in de huishouding. Zij hebben doorgaans wel een arbeidsovereenkomst in arbeidsrechtelijke zin. Onder bepaalde voorwaarden is er echter (fictief) geen arbeidsovereenkomst volgens de belastingdienst (1.1.2.9.).
Bij fictieve arbeidsovereenkomsten gaat het om:
- Aanneming van werk, oftewel het maken of afbreken van een werk van stoffelijke aard (4.5.7.1.).
- Stagiaires en leerlingen (4.5.7.2.)
- Thuiswerkers (zowel aanneming van werk als het verrichten van diensten) (4.5.7.3.)
De fictie kan ook van belang zijn voor werk van handelsreizigers, wat hier niet nader wordt uitgewerkt. Voor artiesten en beroepssporters geldt dat deze geen fictieve arbeidsovereenkomst hebben. Als zij ook geen echte arbeidsovereenkomst hebben en de werkgever wil wel als inhoudingsplichtige gezien worden, behoort de pseudo-werknemers-regeling (opting-in) tot de mogelijkheden (zie hieronder).
Andere fictieve arbeidsovereenkomsten
Naast voorgaande zijn er andere situaties denkbaar waarbij het onduidelijk is of er wel of geen arbeidsovereenkomst is. Daarbij kan gedacht worden aan het verlenen van diensten door freelancers, als ook aan het verrichten van werk terwijl de medewerker een grote vrijheid heeft bij het bepalen van hoe, wanneer en hoelang hij werkt.
Er is sprake van een fictieve arbeidsovereenkomst als:
A. De medewerker niet een zelfstandig beroepsbeoefenaar of ondernemer is. Hierbij wordt er gelet op vragen als: loopt hij zelf risico bij het werk?, werkt hij voor meerdere opdrachtgevers per jaar?, zijn de arbeidsvoorwaarden van hem te vergelijken met het overige personeel?, werkt hij in een gestructureerd verband?, welke investeringen doet hij en hoe presenteert hij zich naar buiten toe? Voor contactdocenten die cursussen geven is voorgaande nader uitgewerkt (zie Staatscourant 38 van 2000), als ook voor automatiseringsdeskundigen (IT’ers) (zie Staatscourant 169 van 1 september 2000).
B. De medewerker niet in dienst is van een andere werkgever die hem uitleent. Uitzendkrachten en (andere) gedetacheerde krachten hebben in beginsel een (fictieve) arbeidsovereenkomst met de organisatie die hun uitleent. Is de persoon die via een ander wordt uitgeleend zelf een ondernemer of zelfstandig beroepsbeoefenaar, dan heeft hij geen echte en ook geen fictieve arbeidsovereenkomst. Deze zelfstandigheid ondanks uitlening kan bijvoorbeeld opgaan voor freelancers in de IT-branche, interim-managers, interim kraanmachinisten en contactdocenten. Dat is bijvoorbeeld voor interim-managers nader uitgewerkt in Staatscourant 57 en 58 van 1999).
C. De medewerker zich niet (feitelijk) door een ander kan laten vervangen die dan werkt.
D. De medewerker voor meer dan een maand en normaal gesproken gedurende minimaal twee dagen per week werkt voor die opdrachtgever.
E. De medewerker een vergoeding ontvangt welke hoger is dan 2/5 deel van het minimumloon dat voor hem geldt (4.1.6.).
De opdrachtgever moet als hieraan wordt voldaan als fictieve werkgever loonbelasting, premies volksverzekering en vaak ook premies werknemersverzekering inhouden. Dat doet hij op datgene wat hij aan de fictieve medewerker uitbetaalt, die opdrachtnemer is, ook wel gelijkgestelde genoemd.
In geval van twijfel
In geval van twijfel over de vraag of er sprake is van een fictieve arbeidsovereenkomst doet de opdrachtgever er verstandig aan om de eventueel verplichte inhoudingen te reserveren. Daarover kunnen afspraken gemaakt worden met de opdrachtnemer. Dit bedrag aan gereserveerde inhoudingen kan dan later afgedragen worden als de belastingdienst en de uitvoeringsinstelling zich op het standpunt stellen dat er wel een (fictieve) arbeidsovereenkomst is. Voor die reservering kan mogelijk een geblokkeerde rekening gebruikt worden. Deze dient dan uitsluitend voor de afdracht of, wanneer er geen fictieve arbeidsovereenkomst is, voor het uitbetalen van het restant van de verschuldigde vergoeding aan de opdrachtnemer.
Mogelijk is de afdracht niet op tijd, omdat pas later duidelijkheid komt over de vraag of er sprake is van een (fictieve) arbeidsovereenkomst. Dit kan leiden tot een boete. Die boete wordt mogelijk achterwege gelaten wanneer er in redelijkheid over het antwoord op die vraag getwijfeld kon worden. De opdrachtgever dient deze vraag zelf en op tijd aan de belastingdienst en uitvoeringsinstelling voor te leggen. Reeds voordat de arbeidsverhouding tussen partijen wordt aangegaan kan de opdrachtgever aan de belastingdienst vragen om een “beschikking arbeidsrelatie”. Daarmee geeft de belastingdienst aan of er sprake is van een (fictieve) arbeidsovereenkomst of niet. Daarmee wordt duidelijkheid verkregen over de vraag of loonbelasting en ook premies volks- en werknemersverzekeringen ingehouden moeten worden. Tegen deze beschikking van de belastingdienst kan bezwaar gemaakt worden, waarna beroep bij het gerechtshof open staat.
Aan deze beschikkingen is ook de belastingdienst en de uitvoeringsinstelling gebonden, waardoor zij achteraf niet kunnen stellen dat er onterecht geen inhoudingen zijn afgedragen. Onder bepaalde omstandigheden kan het standpunt herzien worden voor de komende inhoudingsperiodes.
Het behoort ook tot de mogelijkheden om een fictieve arbeidsovereenkomst aan te melden, zelfs als uit de “beschikking arbeidsrelatie” volgt dat het niet om een fictieve arbeidsovereenkomst gaat. Een medewerker die kiest voor deze pseudo-werknemer-regeling (opting-in), meldt schriftelijk een fictieve dienstbetrekking aan bij de belastingdienst. Zijn werkgever dient deze aanmelding mede te ondertekenen. Na aanmelding is de werkgever gehouden om loonbelasting en premies volksverzekering op het loon in te houden en af te dragen. De enige voorwaarde is dat de medewerker niet als zelfstandig ondernemer is te beschouwen (wat uit de beschikking arbeidsrelatie kan blijken). De aanmelding wordt direct verwerkt, zonder dat partijen daarover een beschikking van de belastingdienst ontvangen. Na aanmelding wordt de medewerker fiscaal gelijk behandeld als andere medewerkers, hoewel de afdrachtsverminderingen niet gelden. Is de werkgever een non-profit organisatie, dan mag hij wel de afdrachtsvermindering non-profit scholing en non-profit arbo toepassen. Deze pseudo-werknemers-regeling geldt niet voor werknemersverzekeringen, aangezien de medewerker daaronder slechts valt als hij verplicht verzekerd is.
Is er geen sprake van een fictieve of echte arbeidsovereenkomst en geen opting-in, dan is de werkgever niet inhoudingsplichtig. Wel dient de opdrachtgever de bedragen die hij voor werkzaamheden van derden betaalt bij te houden en te melden aan de belastingdienst via het formulier “Opgaaf van uitbetaalde bedragen aan een derde”.
Verder zoeken
Deze pagina is onderdeel van hoofdstuk 4 over de arbeidsvoorwaarden. Oftewel de tegenprestatie waarvoor werknemers bij een werkgever werken op grond van de arbeidsovereenkomst. U vindt in dit deel informatie over:
4.1. Loon (o.a. minimumloon, tijdstip betalen, loon vorderen, beslag)
4.2. Vakantie (o.a. vakantierechten opbouwen en opnemen, vakantiegeld)
4.3. Pensioen (o.a. opbouwen, afkopen, einde dienstverband)
4.4 VUT-regeling
4.5. Afdracht van loonbelasting en premies
Zoekt u een ander onderwerp, zie dan onze trefwoorden of inhoudsopgave.




Tweet